De afgelopen twee dagen is mijn hart twee keer geraakt. Wat ik las stemde me droevig. Eerst het gegoochel met cijfers rondom vroegsignalering, daarna een nieuw digitaal initiatief dat met de beste bedoelingen van de wereld min of meer met hetzelfde doet als een aantal voor hen.
Terwijl ik mijn reacties schreef, de ene op LinkedIn, de andere via e-mail, voelde ik diepe treurnis. Omdat ondanks mijn boodschap die ik nu al vele jaren deel (die zelden gehoord wordt en vooral defensieve retoriek oproept) en ondanks mijn inzichten (die de initiatiefnemers wellicht kwetsen), het lijden van zovelen blijft bestaan. Omdat die innovatie, werkwijzen en initiatieven ernaast zijn. Niet juist zijn.
Anders gezegd: bestaansonzekerheid, inkomensonveiligheid, armoede en schulden worden op fundamenteel niveau niet serieus genomen. Niet waarlijk gezien. Gewoon niet. Dat vertaal ik vaak als territoriumdrift, inertie, onkunde, besluiteloosheid, systeemdictatuur, onwil, politieke blindheid, gebrek aan empathie, onwetendheid, beleidsterreur en andere intellectuele tekortkomingen. En daar zit ik er naast.
Misvatting
Want vandaag besefte ik ineens dat al die kwalificaties niet voldoen. Ze kloppen misschien wel, maar raken niet de kern. Die is namelijk een heel andere. Ik heb het over hartsverbinding. Over een basale, puur menselijke reactie van ongebonden, belangeloos invoelen. Over het verhaal beluisteren van een man die door een malafide uitzendbureau is misbruikt en nu zonder baan en geld op straat staat. Over een vrouw die niet begrijpt waarom de NS voor de derde keer een nieuwe OV-chipkaart heeft gestuurd. Over een man die minstens een keer per maand hulp nodig heeft bij het aanvragen van een nieuwe pincode voor internetbankieren omdat hij de code niet kan onthouden en die drie keer verkeerd intypt. Over tranen in je ogen op het moment dat je beseft dat er een half miljoen mensen in Nederland in armoede leven. Over wanhoop in je hart op het moment dat je beseft dat bijna 725.000 huishoudens In Nederland geregistreerde problematische schulden hebben. Over ontzetting omdat drie miljoen mensen in Nederland laaggeletterd zijn. Over een rilling over je rug bij het lezen van deze verbijsterende cijfers.
Maar wat vooral onthutsend is, is dat bijna niemand beseft, tot diep in zijn of haar ziel ervaart, wat dat betekent. Leven in armoede. Overleven met problematische schulden. Verdwaald raken in de taal van brieven en websites. In een huis wonen zonder de verwarming aan, waardoor de schimmel op de muren staat en waar een ijzige wind doorheen jaagt wegens achterstallig onderhoud. Wekelijks verplicht solliciteren en altijd afgewezen worden vanwege onvoldoende opleiding. Verslaafd raken aan pijnstillers omdat de tandartsrekening niet betaald kan worden. Zieke kinderen omdat ze geen winterjas hebben en zonder ontbijt naar school moeten. Het huis dat langzaam vervuilt omdat schoonmaken teveel energie kost. Ruzie met je partner over het gekmakend gebrek aan geld en rekeningen die zich onbetaald opstapelen.
Dagelijks gebukt gaan onder bestaansonzekerheid. De toxische stress van inkomensonzekerheid. Ieder uur van de dag. Ieder wakend uur in de nacht. Het malende hoofd. De chronische vermoeidheid. De pijn. De radeloosheid. De onmacht.
Aansluiting
Politici, wetgevers, beleidsadviseurs, managers, uitvoerders. Een uitzondering daargelaten; ze ervaren dit niet. Ze hebben het zelf (hoogstwaarschijnlijk) niet meegemaakt. Ze vermijden de verbinding. Uit vrees voor eigen overbelasting, vanwege professionele distantie, opgedragen door leidinggevenden, uit angst voor persoonlijke kwetsbaarheid, omdat ze de ander de schuld geven van hun situatie, vanuit religieuze overtuiging of filosofische overweging. De verbondenheid ontbreekt of wordt vermeden.
Logisch dan ook dat onbegrepen blijft wat nodig is. Logisch dan ook dat het harteloze systeem verdedigd wordt. Logisch dan ook dat het bij symptoombestrijding blijft.
Bijna elf jaar geleden hebben we met een groep van zeven mensen de Werkplaats Financiën gestart. Een bewonersinitiatief. We meenden een behoefte te zien. Een tekort aan oordeelloze ondersteuning. Het ontbreken van een vluchtheuvel in het bureaucratische en digitale oerwoud. De behoefte aan aanwezigheid van een mens die luistert naar een mens die het niet meer begrijpt en niet meer weet wat te doen. Ons antwoord was eenvoudig: inzet van vrijwilligers die moedeloosheid, onbegrip, sociale isolatie en uitzichtloosheid zo goed en zo kwaad als mogelijk verzachten.
De Werkplaats Financiën: deels gevoed door ervaring, deels gevoed door kennis, deels gevoed door dezelfde treurnis waarover ik hierboven schrijf. Wat is gevolgd is, als ik het goed tot me laat doordringen, nog altijd ongekend: in 2025 zijn zeven locaties in de stad ruim 5.500 keer bezocht.
Een ontstellend aantal. Dat voor een dubbel gevoel zorgt. Ons vermoeden was dus juist. En het lost niets op. Want ieder jaar stijgt het aantal bezoeken. Intussen bieden veertig vrijwilligers dagelijks tijdelijk soelaas. Meestal incidenteel, regelmatig structureel. Terwijl de wezenlijke nood blijft bestaan. Omdat de oorzaak niet aangepakt wordt. Wat de Werkplaats ook niet kan. Wel is de Werkplaats een vindplaats, een plek waar pijnpunten in het systeem bloot komen te liggen. Waar van een rijkdom (vreemd woord in deze context) aan struikelblokken en complexe situaties geleerd kan worden door bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders.

Ervaringskennis
En ja, ik heb het zelf ook meegemaakt. Verbroken relatie, balanceren op het randje van het bestaansminimum, schulden, deurwaarders, dreigende dakloosheid, depressie en uitzichtloosheid die gedachten over een onomkeerbaar einde iedere dag een beetje meer bekrachtigden.
Die ervaring heb ik doorleefd. Overleefd. Een ervaring die zeker heeft bijgedragen aan mijn connectie met mensen die in een soortgelijke situatie leven. Het is echter geen voorwaarde geweest. Want die verbinding met het worstelen, het zien van een mens die niet meer weet, de vanzelfsprekende en tegelijkertijd raadselachtige dienstbaarheid die dan als vanzelf in mij oprijst, ken ik al mijn hele leven.
Er zijn raadsleden en beleidsmedewerkers die een middag willen meekijken bij de Werkplaats. Om te begrijpen wat voor soort mensen daar komen. Er zijn politici die een maand van een bijstandsuitkering leven, om te ervaren wat het is om financiële stress te hebben. Er zijn bureaus die software ontwikkelen om mensen in problemen financiële regie te geven en zelfredzaam te maken. Het zijn wanhoopsdaden van hoopvollen die de plank volledig misslaan. Want het gemis blijft: ze nemen de mens achter de vraag niet serieus, ze (h)erkennen de ontreddering van de realiteit niet, er is geen hartsverbinding. Meelijwekkend kijken en gepaste stilte wanneer iemand huilend een verhaal vertelt, voegen niets toe. Er is geen werkelijk gedeelde ervaring van ellende en bijna opgeven.
Ik kan het ze niet meer kwalijk nemen. Ze weten niet beter. Ze kunnen niet anders. Mogelijk beseffen ze dat ook. Ze wisten niks beters te bedenken om de problematiek voor het voetlicht te brengen dan in een talkshow vertellen over hoe erg het allemaal is. De misvatting van deze loze acties en gebaren is de volgende: het helpt niet. Omdat het hoogstens aanzet tot symptoombestrijding. Tot weer een motie, aanvullende wet of regeling, weer een nieuwe definitie van een (deel)probleem dat alleen op papier bestaat, zoals menstruatiearmoede, hygiënearmoede, vervoersarmoede, energiearmoede, brillenarmoede en niet te vergeten kinderarmoede. Het leidt tot nog meer ingewikkelde constructies die de oorzaak niet verhelpen, welzijnsmuren blijven bestaan, toegang blijft slecht georganiseerd, mensonwaardige bureaucratie en institutionele vooringenomenheid worden alleen maar vergroot. Want geldgebrek is geen natuurverschijnsel en levensbrede armoede is een verdelingsvraagstuk. Daar ligt de essentie. Dat verandert voorlopig niet, zoveel begrijp ik ook wel. Des te belangrijker is de onvoorwaardelijke ontmoeting.
Het huidige debat over energiemaatregelen is een schoolvoorbeeld. Ze hebben geen flauw benul. Interrupties worden niet beantwoord, voorstellen zijn ontoereikend, ingrepen zo verwaterd dat ze niet eens meer een homeopathische werking hebben. Het probleem is te veelomvattend. Die mondiale verstrengeling van geopolitieke belangen kan zelfs Alexander de Grote niet doorhakken. Alarmerend is het enige passende woord. Iran, inflatie, Oekraïne, COVID19, huizen, banken, Irak. De lijst is eindeloos. Niet hoopgevend. Want de armen zijn het kind van de rekening. Al decennia. Ze krijgen klap na klap. Keer op keer.
Ontferming
Daarom gun ik politici, wetgevers, beleidsadviseurs, managers en uitvoerders die tranen in de ogen, die wanhoop in het hart, die kras op hun ziel. De verbinding. Het invoelen. De onmacht. Niet voor de bühne. Maar echt. De moed iemand recht in de ogen te kijken die het niet meer begrijpt en niet meer weet wat te doen. Iedere dag. De oplossing schuldig blijven. Omdat op die ene vraag vaak geen antwoord te geven is: waarom? Tegelijkertijd telkens het maximaal haalbare doen.
Dat gun ik iedereen. Niet uit woede of vergelding. Wel uit compassie. Omdat hulp uit het hart biedt wat bureaucratie niet bezit. Onbegrensde liefde.








