Not having heard of it is not as good as having heard of it. Having heard of it is not as good as having seen it. Having seen it is not as good as knowing it. Knowing it is not as good as putting it into practice.
Xunzi
De start van een nieuw kalenderjaar is altijd een mooi moment om terug en vooruit te kijken. Dat geldt zeker voor mijn werkveld. Hieronder een poging tot duiding en prognose. Laat ik eerst maar eens beginnen met een analogie.
Stel: de overheid bouwt huurwoningen voor mensen zonder huisvesting. Eén punt van aandacht: de huizen worden zonder fundament op drassige grond gebouwd. De huishoudens die de woningen betrekken nemen dit voor kennisgeving aan. Ze overzien de consequenties niet. Daarover zijn ze natuurlijk wel door de overheid geïnformeerd. Op voorlichtingsavonden is behoorlijk wat terminologie gebezigd. Een lange presentatie met schema’s, diagrammen en illustraties trok aan de aanwezigen voorbij. Vertegenwoordigers van het ministerie en de drie gemeenten waar de huizen komen te staan, spreken geanimeerd en vol lof over de innovatieve oplossing van woningnood en dakloosheid. Een schoolvoorbeeld. Het betreft uiteraard een pilot waarvan de oneffenheden nog gladgestreken moeten worden. Dat geven ze grif toe. Niettemin: redding is nabij.
Zoals blijkt uit een onderzoek van een neuropsycholoog, vergeten mensen een groot deel van een gesprek (in een spreekkamer) en onthouden ze van de rest de helft verkeerd. Voor de bezoekers van deze avond is dat niet anders. Wat vooral blijft is vreugde over de verhuizing naar de nieuwe woning.
Onverwachte wending
Een jaar later is de stemming bij vrijwel alle bewoners omgeslagen. Scheuren in de muren, kierende kozijnen, knellende deuren, schimmels en lekkages, hoog oplopende energierekeningen, achterstallig onderhoud aan daken, verzakkende tuinen en gebarsten gasleidingen. De klachten stapelen zich op. De problemen werken natuurlijk door op andere leefgebieden: wooncomfort in algemene zin, (beleving van) mentale en fysieke gezondheid, productiviteit op het werk, sociaal welzijn, financieel welbevinden en relaties binnen en buiten het gezin. Van de aanvankelijke vreugde en zonnige toekomst blijft heel weinig over. Donkere wolken pakken zich samen. Het is bijna een dagtaak om het huis bewoonbaar te houden. De ervaren stress groeit en neemt toxische vormen aan.
Er vormt zich een vertegenwoordiging van de getroffen bewoners om de onvrede bespreekbaar te maken en constructief in te zetten. Achtereenvolgens worden overheid, gemeente, woonbedrijf, architect, planner, aannemers, leveranciers en uitvoerders aangesproken op de ondeugdelijke bouw en gammele constructie van de woningen. Ze vinden geen luisterend oor. Wel krijgen ze vrijwel iedere keer hetzelfde antwoord: u bent ingelicht over de omstandigheden van de pilot, we hebben wet- en regelgeving gevolgd en we hebben vanaf het begin benadrukt dat risico en regie in uw handen liggen. Maar we laten u niet aan uw lot over en willen u daarom ondersteuning richting (zelf)redzaamheid aanbieden, is het ruimhartige voorstel.
De overheidsreflex
Bewoners wordt aanbevolen zo snel mogelijk aan het werk te gaan of een hoger salaris bij de baas te vragen zodat ze naar betere woning kunnen verhuizen, krijgen een gratis sollicitatietraining of workshop onderhandelen voor beginners geoffreerd, worden doorverwezen naar een betrouwbare bouwmarkt voor advies, krijgen een doe-het-zelf starterspakket met plamuur, isolatiemateriaal voor ramen en deuren en een setje gasslangen, en worden ingepland voor een bezoek van een energiecoach om te helpen met besparende maatregelen in en om het huis dat langzaam maar zeker instort. Tussen de regels door wordt ze regelmatig gevraagd waarom ze het zelf zo ver hebben laten komen.
Een commissie wordt in het leven geroepen om de hele affaire te onderzoeken. Na ruim negen maanden concludeert men in een lijvig rapport dat diverse partijen in het proces steken hebben laten vallen, dat een schuldige aanwijzen niet opportuun en de leercurve steil is, dat burgerparticipatie een overgeslagen stap is geweest en ervaringsdeskundigen betrokken hadden moeten worden, dat schaamte en taboe een grote rol spelen in het late melden van de bewoners bij ter zake kundige instanties en benadrukt de commissie dat de aanstelling van een community liaison en een dedicated gebiedscoördinator, in samenwerking met een taskforce bestaande uit welzijnswerk, jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg, gecombineerd met een multidisciplinair team dat domeinoverstijgend werkt, van levensbelang is om het vertrouwen te herstellen in de overheid in het algemeen en in de gemeente in het bijzonder.
Maximalisatie van onvrede
De bewoners zijn woest. Niet geheel onbegrijpelijk. Ze worden immers verantwoordelijk gesteld voor een situatie waar ze initieel geen enkele invloed op hebben gehad. Niemand van hen heeft gevraagd om huizen zonder fundament op drassige grond. Wel om zekerheid en duurzaamheid wat betreft hun huisvesting. Dat ze nu verantwoordelijk worden gesteld voor hun omstandigheden, eigenlijk de schuld in de schoenen geschoven krijgen en door een leger aan ongevraagde hulpverleners uitgelegd krijgen hoe ze met hun situatie moeten omgaan om de beste versie van zichzelf te worden, draagt alleen maar bij aan de wanhoop en verontwaardiging. Alsof ze er bewust voor gekozen hebben om in een bouwval te wonen.

Tot zover de gelijkenis. Nu naar inkomensveiligheid en bestaanszekerheid.
Bestaansonzekerheid voor het voetlicht
In 2023 stond in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen bestaanszekerheid hoog op de agenda. Het werd een cruciaal thema. De snelheid waarmee het onderwerp de debatten domineerde, werd alleen overtroffen door de snelheid waarmee het weer uit ieders programma is verdwenen. Onder andere gevolgd door de even snelle teloorgang van voorvechter Nieuw Sociaal Contract na de verkiezingen van 29 oktober jongstleden. Rondom de huidige kabinetsformatie is het akelig stil wat betreft dit onderwerp. Een teken aan de wand.
Kijkend naar de afgelopen twee en een half jaar is het netto-uitlekgewicht van al die opwinding minimaal. De rapporten en onderzoeken en rekenmethoden rondom bestaansonzekerheid, armoede en schulden schetsen een kristalhelder beeld. Het moet echt anders. Ernaar gehandeld wordt er vooralsnog niet.
Want het bestaansminimum in Nederland ligt nog altijd veel te laag en blijft een single point of failure, de complexiteit van de inkomensondersteunende regelingen is groot en hoogdrempelig, het belasting- en toeslagenstelsel is onuitlegbaar en veroorzaakt eerder financiële problemen dan dat ze die oplost, armoede groeit wederom en is veel breder dan het gebrek aan geld alleen, het bestaan van problematische schulden kost de samen-leving (ja, bewust met tussenstreepje, want maatschappij is verworden tot abstract begrip dat weinig meer met de dagelijkse praktijk te maken heeft) vele miljarden, en schuldhulpverlening (minnelijk en wettelijk) is slechts symptoombestrijding wier bereik en slagkracht ondanks alle wet- en regelgeving maar niet toeneemt.
De overheidsreflex
Daarnaast slagen wetgever en regering erin verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor inkomens(on)veiligheid en bestaans(on)zekerheid grotendeels bij de Nederlander zelf neer te leggen. Alsof zij er bewust voor gekozen hebben om in structurele financiële onzekerheid te leven. Terwijl bestaanszekerheid nota bene in de Grondwet is vastgelegd, als zorg voor de overheid. Den Haag wurmt zich onder die plicht uit via termen als (zelf)redzaamheid, samenkracht, doenvermogen, eigen regie, klantreis, en leven lang leren en ontwikkelen. Eufemismen voor ‘bekijk het maar’, ‘vraag het niet aan ons’, ‘we weten dat je te weinig hebt’ en ‘los het zelf maar op’. De politieke wil en bestuurlijke moed het roer om te gooien ontbreken ten ene male wegens angst het electorale draagvlak en spaarzame ideologische veren te verspelen.
Wel tuigt de (lokale) overheid – afhankelijk van de postcode – een wirwar aan (in)formele ondersteuning op, wat eigenlijk niets meer is dan een bewijs van fundamenteel falen. Een peperduur stelsel bovendien, dat vele malen meer kost (marktwerking en verdienmodellen!) dan het passend ophogen van het bestaansminimum. Het zoveelste voorbeeld van penny wise, pound foolish. Met financiële (begrotings)ellende als gevolg.
Laten we wel wezen: een van de grondoorzaken van bestaansonzekerheid is inkomensonveiligheid. Huishoudens die afhankelijk zijn van de overheid voor hun inkomen, leven in een huis dat zonder fundament op drassige grond is gebouwd. Geen wonder dat het financiële bouwwerk onder hun handen instort, ondanks alle pogingen het overeind te houden. Want het huishoudboekje vertoont steeds meer scheuren en gaten. Daar kan geen plamuur of isolatietape tegenop. De tekorten groeien, de eindjes van de rafelige touwtjes schieten los en er ontstaan (problematische) schulden. Met als gevolg meedogenloze toepassing van het financiële geweld dat de incassowereld en schuldenindustrie in zich herbergt. Waardoor de ellende zich verdiept en de oplossing steeds verder achter de horizon verdwijnt. Want ook hier geldt: hoe lager het inkomen, des te duurder schulden.
Het versplinterde vraagstuk
Bij het ontstaan van schulden spelen (sociale) omgeving, opleiding, werkgelegenheid, eetpatronen, gezondheid, karakter, keuzes en life events allemaal een rol. Een kluwen van nature and nurture die we leven noemen. Om nog maar te zwijgen over laaggeletterdheid, neurodiversiteit, (licht) verstandelijke beperking, digitale uitsluiting, verslaving en psychiatrische problematiek. En ja, er zijn mensen die van weinig kunnen rondkomen en geen schulden maken ondanks een minimuminkomen. Zij zijn de uitzondering, die helaas maar al te graag als regel wordt aangevoerd.
Want bestaansonzekerheid, armoede en schulden komen voort uit voorschriften en normen. Zelden uit onwil, luiheid of opstand. Wel door ontoereikende wetten, complexe procedures, grove systeemfouten en het ontbreken van adequate bescherming voor handelingsonbekwame of -verlegen inwoners.
Het is een beetje zoals een Rorschachtest. Iedere beleidsmaker, werkend in de ivoren toren van universitaire inzichten, inkomen gebaseerd op twee mastertitels, levend in de bubbel van hoge welstand en groot welzijn, ziet in dezelfde inktvlek een andere voorstelling en dus een andere oplossing. Voornamelijk vanuit kennisgebrek en ontbrekende ervaring van binnenuit. Waar de zogenaamde expert uitdagingen ziet, ervaart de inwoner een tunnel zonder licht aan het eind. Waar de beleidsadviseur concludeert dat het over leerbaarheid gaat, vraagt de inwoner zich iedere avond weer met tranen in de ogen af hoe de boodschappen morgen betaald moeten worden.
Noodzakelijke kentering
Ik voorzie voorlopig geen verbetering. Tenzij die grote omslag komt. Waarin een bestaansinkomen wordt gezien als fundament voor een bestaanszeker en inkomensveilig leven voor iedere inwoner van Nederland. Waarmee sociale en financiële gelijkwaardigheid een vanzelfsprekend grondbeginsel is. Waarin ongelijk investeren voor gelijke kansen evident is. Wanneer het grote verdelingsvraagstuk rondom ultravermogenden en exorbitant rijken vanuit mededogen niet langer ontkend wordt. Waarin mensen weer voor mensen opkomen. Wanneer aan degene die het betreft wordt gevraagd wat er nu nodig is. Omdat we het samen willen oplossen. Omdat niemand erbuiten hoeft te vallen. Er is genoeg voor iedereen. Laten we allemaal daarnaar handelen.
Een slotopmerking: mijn verhaal hierboven beschrijft vooral het meta-, macro- en mesoniveau. Dat klinkt mogelijk overweldigend en ontmoedigend. Want het systeem is zo log, zo groot, zo bureaucratisch. Dat is allemaal waar.
Wat ik heb ontdekt, is mijn micro-activisme. Op kleine schaal, in mijn werk- en privékring, in beweging komen en mijn ideeën in de wereld brengen. Waarin ik ervaar dat er werking is. Door deel uit te maken van de werktafel Werk & bestaanszekerheid in Eindhoven, door lid te zijn van de Werkveldadviesraad van de Associate Degree opleiding Sociaal financiële dienstverlening aan de HAN in Nijmegen, door blogs en artikelen en zelfs een wetsvoorstel te schrijven, door tijdens de cursussen die ik geef mijn inspiratie en visie in het lesmateriaal te verweven, en als mede-oprichter tien jaar geleden, samen met zes vrijwilligers (met en zonder ervaringskennis), van de Werkplaats Financiën in Eindhoven, die intussen is uitgegroeid tot een vaste waarde voor Eindhovenaren die administratieve en financiële vragen en zorgen hebben.
Zo voed ik mijn bevlogenheid, druk ik mijn bezieling uit, houd ik mijn visie en creativiteit levend. Door het vuur met inzet blijvend aan te wakkeren, bij mijzelf en bij anderen. Waar vervolgens uitnodigingen voor deelname aan een podcast, een uitgebreid interview in het Eindhovens Dagblad en een artikel in Binnenlands Bestuur met Kamervragen tot gevolg, plus mijn reactie daarop, uit voortkomen.
Het zijn die beroemde 15 minutes of fame waarover onder andere Andy Warhol sprak. Niettemin zijn het momenten die brandstof leveren voor verdere stappen, een springplank bieden om mijn micro-activisme verder te ontplooien en cynisme en verzuring voor te blijven.
Hier ligt mijn functie. Vanuit verbinding werken en zijn met mensen voor wie het (financiële) bestaan een opgave is. Daar letterlijk en figuurlijk ontspanning brengen. Voor zover als op dat moment mogelijk is. Omdat het in het licht zoveel aangenamer toeven is. Dit is het richtsnoer dat ik volg. Met hart en ziel.
Wie weet wat er nog meer staat te gebeuren. Ik ben heel benieuwd. Wie loopt er met me mee?








