Armoede

18 berichten

Naar een nieuw thuis

Not having heard of it is not as good as having heard of it. Having heard of it is not as good as having seen it. Having seen it is not as good as knowing it. Knowing it is not as good as putting it into practice.

Xunzi

De start van een nieuw kalenderjaar is altijd een mooi moment om terug en vooruit te kijken. Dat geldt zeker voor mijn werkveld. Hieronder een poging tot duiding en prognose. Laat ik eerst maar eens beginnen met een analogie.

Stel: de overheid bouwt huurwoningen voor mensen zonder huisvesting. Eén punt van aandacht: de huizen worden zonder fundament op drassige grond gebouwd. De huishoudens die de woningen betrekken nemen dit voor kennisgeving aan. Ze overzien de consequenties niet. Daarover zijn ze natuurlijk wel door de overheid geïnformeerd. Op voorlichtingsavonden is behoorlijk wat terminologie gebezigd. Een lange presentatie met schema’s, diagrammen en illustraties trok aan de aanwezigen voorbij. Vertegenwoordigers van het ministerie en de drie gemeenten waar de huizen komen te staan, spreken geanimeerd en vol lof over de innovatieve oplossing van woningnood en dakloosheid. Een schoolvoorbeeld. Het betreft uiteraard een pilot waarvan de oneffenheden nog gladgestreken moeten worden. Dat geven ze grif toe. Niettemin: redding is nabij.

Zoals blijkt uit een onderzoek van een neuropsycholoog, vergeten mensen een groot deel van een gesprek (in een spreekkamer) en onthouden ze van de rest de helft verkeerd. Voor de bezoekers van deze avond is dat niet anders. Wat vooral blijft is vreugde over de verhuizing naar de nieuwe woning.

Onverwachte wending

Een jaar later is de stemming bij vrijwel alle bewoners omgeslagen. Scheuren in de muren, kierende kozijnen, knellende deuren, schimmels en lekkages, hoog oplopende energierekeningen, achterstallig onderhoud aan daken, verzakkende tuinen en gebarsten gasleidingen. De klachten stapelen zich op. De problemen werken natuurlijk door op andere leefgebieden: wooncomfort in algemene zin, (beleving van) mentale en fysieke gezondheid, productiviteit op het werk, sociaal welzijn, financieel welbevinden en relaties binnen en buiten het gezin. Van de aanvankelijke vreugde en zonnige toekomst blijft heel weinig over. Donkere wolken pakken zich samen. Het is bijna een dagtaak om het huis bewoonbaar te houden. De ervaren stress groeit en neemt toxische vormen aan.

Er vormt zich een vertegenwoordiging van de getroffen bewoners om de onvrede bespreekbaar te maken en constructief in te zetten. Achtereenvolgens worden overheid, gemeente, woonbedrijf, architect, planner, aannemers, leveranciers en uitvoerders aangesproken op de ondeugdelijke bouw en gammele constructie van de woningen. Ze vinden geen luisterend oor. Wel krijgen ze vrijwel iedere keer hetzelfde antwoord: u bent ingelicht over de omstandigheden van de pilot, we hebben wet- en regelgeving gevolgd en we hebben vanaf het begin benadrukt dat risico en regie in uw handen liggen. Maar we laten u niet aan uw lot over en willen u daarom ondersteuning richting (zelf)redzaamheid aanbieden, is het ruimhartige voorstel.

De overheidsreflex

Bewoners wordt aanbevolen zo snel mogelijk aan het werk te gaan of een hoger salaris bij de baas te vragen zodat ze naar betere woning kunnen verhuizen, krijgen een gratis sollicitatietraining of workshop onderhandelen voor beginners geoffreerd, worden doorverwezen naar een betrouwbare bouwmarkt voor advies, krijgen een doe-het-zelf starterspakket met plamuur, isolatiemateriaal voor ramen en deuren en een setje gasslangen, en worden ingepland voor een bezoek van een energiecoach om te helpen met besparende maatregelen in en om het huis dat langzaam maar zeker instort. Tussen de regels door wordt ze regelmatig gevraagd waarom ze het zelf zo ver hebben laten komen.

Een commissie wordt in het leven geroepen om de hele affaire te onderzoeken. Na ruim negen maanden concludeert men in een lijvig rapport dat diverse partijen in het proces steken hebben laten vallen, dat een schuldige aanwijzen niet opportuun en de leercurve steil is, dat burgerparticipatie een overgeslagen stap is geweest en ervaringsdeskundigen betrokken hadden moeten worden, dat schaamte en taboe een grote rol spelen in het late melden van de bewoners bij ter zake kundige instanties en benadrukt de commissie dat de aanstelling van een community liaison en een dedicated gebiedscoördinator, in samenwerking met een taskforce bestaande uit welzijnswerk, jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg, gecombineerd met een multidisciplinair team dat domeinoverstijgend werkt, van levensbelang is om het vertrouwen te herstellen in de overheid in het algemeen en in de gemeente in het bijzonder.

Maximalisatie van onvrede

De bewoners zijn woest. Niet geheel onbegrijpelijk. Ze worden immers verantwoordelijk gesteld voor een situatie waar ze initieel geen enkele invloed op hebben gehad. Niemand van hen heeft gevraagd om huizen zonder fundament op drassige grond. Wel om zekerheid en duurzaamheid wat betreft hun huisvesting. Dat ze nu verantwoordelijk worden gesteld voor hun omstandigheden, eigenlijk de schuld in de schoenen geschoven krijgen en door een leger aan ongevraagde hulpverleners uitgelegd krijgen hoe ze met hun situatie moeten omgaan om de beste versie van zichzelf te worden, draagt alleen maar bij aan de wanhoop en verontwaardiging. Alsof ze er bewust voor gekozen hebben om in een bouwval te wonen.

Tot zover de gelijkenis. Nu naar inkomensveiligheid en bestaanszekerheid.

Bestaansonzekerheid voor het voetlicht

In 2023 stond in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen bestaanszekerheid hoog op de agenda. Het werd een cruciaal thema. De snelheid waarmee het onderwerp de debatten domineerde, werd alleen overtroffen door de snelheid waarmee het weer uit ieders programma is verdwenen. Onder andere gevolgd door de even snelle teloorgang van voorvechter Nieuw Sociaal Contract na de verkiezingen van 29 oktober jongstleden. Rondom de huidige kabinetsformatie is het akelig stil wat betreft dit onderwerp. Een teken aan de wand.

Kijkend naar de afgelopen twee en een half jaar is het netto-uitlekgewicht van al die opwinding minimaal. De rapporten en onderzoeken en rekenmethoden rondom bestaansonzekerheid, armoede en schulden schetsen een kristalhelder beeld. Het moet echt anders. Ernaar gehandeld wordt er vooralsnog niet.

Want het bestaansminimum in Nederland ligt nog altijd veel te laag en blijft een single point of failure, de complexiteit van de inkomensondersteunende regelingen is groot en hoogdrempelig, het belasting- en toeslagenstelsel is onuitlegbaar en veroorzaakt eerder financiële problemen dan dat ze die oplost, armoede groeit wederom en is veel breder dan het gebrek aan geld alleen, het bestaan van problematische schulden kost de samen-leving (ja, bewust met tussenstreepje, want maatschappij is verworden tot abstract begrip dat weinig meer met de dagelijkse praktijk te maken heeft) vele miljarden, en schuldhulpverlening (minnelijk en wettelijk) is slechts symptoombestrijding wier bereik en slagkracht ondanks alle wet- en regelgeving maar niet toeneemt.

De overheidsreflex

Daarnaast slagen wetgever en regering erin verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor inkomens(on)veiligheid en bestaans(on)zekerheid grotendeels bij de Nederlander zelf neer te leggen. Alsof zij er bewust voor gekozen hebben om in structurele financiële onzekerheid te leven. Terwijl bestaanszekerheid nota bene in de Grondwet is vastgelegd, als zorg voor de overheid. Den Haag wurmt zich onder die plicht uit via termen als (zelf)redzaamheid, samenkracht, doenvermogen, eigen regie, klantreis, en leven lang leren en ontwikkelen. Eufemismen voor ‘bekijk het maar’, ‘vraag het niet aan ons’, ‘we weten dat je te weinig hebt’ en ‘los het zelf maar op’. De politieke wil en bestuurlijke moed het roer om te gooien ontbreken ten ene male wegens angst het electorale draagvlak en spaarzame ideologische veren te verspelen.

Wel tuigt de (lokale) overheid – afhankelijk van de postcode – een wirwar aan (in)formele ondersteuning op, wat eigenlijk niets meer is dan een bewijs van fundamenteel falen. Een peperduur stelsel bovendien, dat vele malen meer kost (marktwerking en verdienmodellen!) dan het passend ophogen van het bestaansminimum. Het zoveelste voorbeeld van penny wise, pound foolish. Met financiële (begrotings)ellende als gevolg.

Laten we wel wezen: een van de grondoorzaken van bestaansonzekerheid is inkomensonveiligheid. Huishoudens die afhankelijk zijn van de overheid voor hun inkomen, leven in een huis dat zonder fundament op drassige grond is gebouwd. Geen wonder dat het financiële bouwwerk onder hun handen instort, ondanks alle pogingen het overeind te houden. Want het huishoudboekje vertoont steeds meer scheuren en gaten. Daar kan geen plamuur of isolatietape tegenop. De tekorten groeien, de eindjes van de rafelige touwtjes schieten los en er ontstaan (problematische) schulden. Met als gevolg meedogenloze toepassing van het financiële geweld dat de incassowereld en schuldenindustrie in zich herbergt. Waardoor de ellende zich verdiept en de oplossing steeds verder achter de horizon verdwijnt. Want ook hier geldt: hoe lager het inkomen, des te duurder schulden.

Het versplinterde vraagstuk

Bij het ontstaan van schulden spelen (sociale) omgeving, opleiding, werkgelegenheid, eetpatronen, gezondheid, karakter, keuzes en life events allemaal een rol. Een kluwen van nature and nurture die we leven noemen. Om nog maar te zwijgen over laaggeletterdheid, neurodiversiteit, (licht) verstandelijke beperking, digitale uitsluiting, verslaving en psychiatrische problematiek. En ja, er zijn mensen die van weinig kunnen rondkomen en geen schulden maken ondanks een minimuminkomen. Zij zijn de uitzondering, die helaas maar al te graag als regel wordt aangevoerd.

Want bestaansonzekerheid, armoede en schulden komen voort uit voorschriften en normen. Zelden uit onwil, luiheid of opstand. Wel door ontoereikende wetten, complexe procedures, grove systeemfouten en het ontbreken van adequate bescherming voor handelingsonbekwame of -verlegen inwoners.

Het is een beetje zoals een Rorschachtest. Iedere beleidsmaker, werkend in de ivoren toren van universitaire inzichten, inkomen gebaseerd op twee mastertitels, levend in de bubbel van hoge welstand en groot welzijn, ziet in dezelfde inktvlek een andere voorstelling en dus een andere oplossing. Voornamelijk vanuit kennisgebrek en ontbrekende ervaring van binnenuit. Waar de zogenaamde expert uitdagingen ziet, ervaart de inwoner een tunnel zonder licht aan het eind. Waar de beleidsadviseur concludeert dat het over leerbaarheid gaat, vraagt de inwoner zich iedere avond weer met tranen in de ogen af hoe de boodschappen morgen betaald moeten worden.

Noodzakelijke kentering

Ik voorzie voorlopig geen verbetering. Tenzij die grote omslag komt. Waarin een bestaansinkomen wordt gezien als fundament voor een bestaanszeker en inkomensveilig leven voor iedere inwoner van Nederland. Waarmee sociale en financiële gelijkwaardigheid een vanzelfsprekend grondbeginsel is. Waarin ongelijk investeren voor gelijke kansen evident is. Wanneer het grote verdelingsvraagstuk rondom ultravermogenden en exorbitant rijken vanuit mededogen niet langer ontkend wordt. Waarin mensen weer voor mensen opkomen. Wanneer aan degene die het betreft wordt gevraagd wat er nu nodig is. Omdat we het samen willen oplossen. Omdat niemand erbuiten hoeft te vallen. Er is genoeg voor iedereen. Laten we allemaal daarnaar handelen.

Een slotopmerking: mijn verhaal hierboven beschrijft vooral het meta-, macro- en mesoniveau. Dat klinkt mogelijk overweldigend en ontmoedigend. Want het systeem is zo log, zo groot, zo bureaucratisch. Dat is allemaal waar.

Wat ik heb ontdekt, is mijn micro-activisme. Op kleine schaal, in mijn werk- en privékring, in beweging komen en mijn ideeën in de wereld brengen. Waarin ik ervaar dat er werking is. Door deel uit te maken van de werktafel Werk & bestaanszekerheid in Eindhoven, door lid te zijn van de Werkveldadviesraad van de Associate Degree opleiding Sociaal financiële dienstverlening aan de HAN in Nijmegen, door blogs en artikelen en zelfs een wetsvoorstel te schrijven, door tijdens de cursussen die ik geef mijn inspiratie en visie in het lesmateriaal te verweven, en als mede-oprichter tien jaar geleden, samen met zes vrijwilligers (met en zonder ervaringskennis), van de Werkplaats Financiën in Eindhoven, die intussen is uitgegroeid tot een vaste waarde voor Eindhovenaren die administratieve en financiële vragen en zorgen hebben.

Zo voed ik mijn bevlogenheid, druk ik mijn bezieling uit, houd ik mijn visie en creativiteit levend. Door het vuur met inzet blijvend aan te wakkeren, bij mijzelf en bij anderen. Waar vervolgens uitnodigingen voor deelname aan een podcast, een uitgebreid interview in het Eindhovens Dagblad en een artikel in Binnenlands Bestuur met Kamervragen tot gevolg, plus mijn reactie daarop, uit voortkomen.

Het zijn die beroemde 15 minutes of fame waarover onder andere Andy Warhol sprak. Niettemin zijn het momenten die brandstof leveren voor verdere stappen, een springplank bieden om mijn micro-activisme verder te ontplooien en cynisme en verzuring voor te blijven.

Hier ligt mijn functie. Vanuit verbinding werken en zijn met mensen voor wie het (financiële) bestaan een opgave is. Daar letterlijk en figuurlijk ontspanning brengen. Voor zover als op dat moment mogelijk is. Omdat het in het licht zoveel aangenamer toeven is. Dit is het richtsnoer dat ik volg. Met hart en ziel.

Wie weet wat er nog meer staat te gebeuren. Ik ben heel benieuwd. Wie loopt er met me mee?

Draagkracht van een gemeenschappelijke wereld

There is no such thing as a poor country. There’s only one failed system in resource management.

Avram Noam Chomsky (1928)

Armoede – bestaansonzekerheid en inkomensonveiligheid – is zonneklaar een verdelingsvraagstuk. Een doelbewuste kloof tussen twee bubbels. De onwil van de hoopvollen versus de onmacht van de hooplozen. Een groeiend ravijn, geconsolideerd door een systeem dat degenen met definitiemacht en articulatiemacht en -kracht toestaat te regeren over degenen zonder enig financieel, sociaal of cultureel kapitaal. Sociaaleconomische verschillen worden bestendigd en gecultiveerd door beleid op basis van vooroordelen, aannames, misvattingen, onkunde en ervaringsgebrek, onder aanvoering van een archaïsch fiscaal stelsel.

Radicale omslagen

De afgelopen vijf jaar zijn door fiscalisten, economen en politiek filosofen diverse ingrijpende maatregelen aangedragen en voorstellen gedaan. Bijvoorbeeld: het huidige belastingstelsel afschaffen en vervangen door een evenredige heffing op vermogen, om de geldstroom van arm naar rijk om te keren en de vermogensongelijkheid en toenemende scheefgroei te beperken. Dit leidt tot gedeeltelijke democratisering en evenredige verdeling van de fiscale lasten.

Limitaristen pleiten voor een bestaansmaximum om de onrechtvaardigheid en bovenmatige ongelijkheid tussen arm en rijk te minimaliseren. Anders gezegd: zolang extreme bestaansonzekerheid en inkomensonveiligheid aan de orde van de dag zijn, mag men niet meer rijkdom bezitten dan nodig is voor een redelijk welvarend leven. Meer willen is moreel onaanvaardbaar en schadelijk voor de maatschappij in zijn geheel. Een rijkdomsgrens verkleint de tweedeling en de maatschappij wordt weer een samenleving. Dat betekent ook afscheid van de meritocratie en vereist bestrijding van kapitaalvlucht en belastingontwijking.

Een derde mogelijkheid is belastingen die de economie schaden, zoals die op arbeid en ondernemen, verlagen en belastingen die minder schadelijk zijn, zoals die op vermogen en huizenbezit, verhogen. Dat zorgt voor een belastinghervorming zonder al te grote inkomenseffecten, maar wel voor een eerlijker verdeling van de fiscale druk. Herverdeling van vermogen, richting een meer egalitaire wereld, zou zo stap voor stap in gang gezet kunnen worden.

Los hiervan betoogt in 2023 de Commissie Sociaal Minimum in twee lijvige rapporten dat het zogenaamde bestaansminimum in Nederland allesbehalve is gegarandeerd. Wat schrijnende armoede en problematische schulden in de hand werkt en in stand houdt. Want stellen de commissie en een interdepartementaal beleidsonderzoek in 2024: armoede en schulden zijn knetterduur. Ongelijk investeren om mensen gelijke kansen te bieden, is een van de credo’s die duidelijk doorklinkt.

Maar zolang men op politiek en bestuurlijk niveau niet in staat is de meedogenloze terreur van lobbyisten te trotseren, komt er van deze hervormingen niets terecht.

Weerstand

Zoals alle ingrijpende veranderingen – pas op voor het rode gevaar, verlies van onze identiteit en ondermijning van onze verworvenheden – stuiten deze ideeën op veel weerstand. Weerstand gebaseerd op angst (voor het onbekende), kennisgebrek en diepgewortelde verontwaardiging. Er ontstaat altijd massaal verzet tegen ongelijk investeren voor gelijke kansen, afgestemd op de noodzaak of persoonlijke behoefte van de ruim 1,7 miljoen mensen die de touwtjes niet of nauwelijks aan elkaar geknoopt krijgen. Stevige oppositie, omdat het als oneerlijk wordt gezien. En ‘wij’ dan? Omdat de blik op de korte termijn en eigenbelang is gericht. Omdat niet wordt begrepen dat die investering op de lange termijn voor iedereen vruchtdragend is. Want het wordt gezien als nu zelf kwijtraken in plaats van later allemaal minder zorgen ervaren.

Daarom zal metamorfose van het financieel systeem, door (r)evolutie van binnenuit of buitenaf, vergezeld moeten gaan door een tweede, misschien nog wel belangrijkere, parallelle ommezwaai. Namelijk die van de geest. Van eigenbelang naar solidariteit, van zelfzucht naar mededogen, van narcisme naar empathie, van individualisme naar gezamenlijkheid.

Verstrengeling

Politiek en media spelen hierin een (regelmatig onderschatte) hoofdrol. Want polarisatie en incrimineren levert stemmen op, en sensatiezucht en hoge kijkcijfers genereren geld. Zet een vlotgebekte politicus of voormalig voetbalcommentator voor de camera en het verontwaardigde klapvee, thuis op de bank of in de studio, nauwelijks gehinderd door enige kennis van zaken, juicht hartstochtelijk. Want inhoud is taboe. Sterker nog: er dienen schuldigen aangewezen te worden. Het is zij of wij. Het gevaar moet bezworen worden. Wat door de charmante partijvertegenwoordiger en presentator welbespraakt en gretig wordt benadrukt. Gevolg: het verblinde electoraat is betoverd, voelt zich gezien en gehoord en de reclamewinst rolt met kruiwagens tegelijk binnen.

Eén klein dingetje: het kiezersvolk heeft niet in de gaten dat ze bedrogen worden waar ze bij zitten. Beloftes worden gebroken zodra de verkiezingen voorbij zijn. Feitenvrije kretologie draagt niets bij aan herstel van de ervaren ellende. Laat staan dat de gedane toezeggingen realistisch dan wel uitvoerbaar zijn. Om over het effect op de echte problemen – armoede, inflatie, woningnood, klimaatverandering, vergrijzing, stijgende zorgkosten, krappe arbeidsmarkt en immigratie – nog maar te zwijgen.

Menselijkheid en gemeenschapszin

Ubuntu is een zuidelijk Afrikaanse filosofie die uitdrukt dat een individu pas volledig mens is door de relaties en interacties met anderen. Het drukt een verbondenheid uit. De ideologie is gebaseerd op het belang van het collectief, compassie voor de ander en het streven naar harmonie binnen de gemeenschap.

Dit gedachtegoed kan een stevig fundament vormen voor de eerdergenoemde metamorfose. Een transformatie op basis van menselijke ethiek, waarop de systemische kentering wordt vormgegeven. Dit vraagt om een lange adem. Maar kan vandaag beginnen. Gemotiveerd door ware inspiratie en betrokkenheid van binnenuit. Dat begint in kleine kringen. Die zich langzaam uitbreiden en in ontmoeting samenvloeien. Om zo de voedingsbodem te creëren voor een gedaanteverandering van het stelsel dat ons zoveel welvaart heeft gebracht, maar is verworden tot een woekering van structurele en obscene financiële divergentie.

Terug naar de bron

Bestaansonzekerheid en inkomensonveiligheid zijn symptomen van een onverschillige, verlamde en gestolde samenleving, waarin ongelijkheid en corruptie alsmaar zichtbaarder worden en welig tieren. Sommigen zullen beweren: onweerlegbare verschijnselen in een aftakelende beschaving. Daarom is het tijd voor de ongebaande paden. Om de Amerikaanse dichter Robert Frost te citeren:

“Two roads diverged in a wood, and I —

I took the one less traveled by,

And that has made all the difference.”

Laten we gezamenlijk het minder bereisde pad kiezen. Omdat we allemaal wel aanvoelen dat het zo niet langer kan. Omdat we allemaal willen dat het anders wordt. Omdat we best bereid zijn een verschil maken. Om te beginnen in de kring direct om ons heen.

Vol goede moed de niet genomen weg op. Vanuit liefde voor de mens. Omdat we dezelfde planeet delen. Waarop vanuit de ruimte geen grens, rijkdom of vermogen zichtbaar is.

Heel diep ademhalen

De waanzin van 29 oktober

De VVD flikt het weer. Een nieuw eufemisme: activerende sociale zekerheid. Het speerpunt van het concept-verkiezingsprogramma is de hardwerkende Nederlander (lees: ondernemer). Bezuinigingen alom: een kleiner basispakket in de zorgverzekering, terugdraaien van verlaging van het eigen risico, ontkoppeling van minimumloon en uitkeringen, een uitkeringsplafond en een afgeslankt ambtenarenapparaat. Maar ook diverse boetes, zoals hogere verkeersboetes, boetes voor statushouders die niet naar taalles komen en boetes voor ouders van jongeren die niet willen bijdragen aan het voorkomen dat hun kind afglijdt. Want (financieel) straffen helpt.

Vooral dus: die luie Nederlanders (laat staan asielzoekers en statushouders) moeten zo snel mogelijk uit hun hangmatuitkering. Na participatiesamenleving en zelfredzaamheid is nu de activerende sociale zekerheid gemunt. De politiek correcte hertaling van het ware gedachtegoed van de VVD. Kun je nagaan hoe de fractieleden het binnenskamers noemen.

Laten we een ding vaststellen. De mensen die van een (bijstands)uitkering leven, zijn geen parasieten of luiwammesen. Het zijn vooral mensen die (tijdelijk) niet in staat zijn in hun eigen inkomen te voorzien. Sterker nog: velen die chronisch ziek of beperkt zijn, vallen onder de bijstandswet, maar horen daar helemaal niet in thuis. Deze groep, mogelijk de helft van alle mensen met een bijstandsuitkering, kunnen helemaal niet (meer) deelnemen zoals de Participatiewet beoogd. Hen verwijten dat ze niet willen werken is onbeschaamd en onmenselijk.

Want laten we nog iets vaststellen. De ware bloedzuigers zijn de obsceen rijken van Nederland die hun belasting niet betalen. De honderden miljoenen die door vermogensverschuiving en andere slimmigheden niet bij de fiscus terecht komen (mondiaal jaarlijks (!) zelfs 492 miljard dollar), daar zit het echte profiteren en de wanstaltige moraliteit van absolute hebzucht en corruptie.

Maar laten we vooral de jacht openen de zogenaamd frauderende uitkeringsgerechtigde die de regels niet goed heeft begrepen. Recht op vergissen? Daar heeft de VVD nog nooit van gehoord. Tenzij het een tweet betreft over een zanger die een optreden afzegt. Of werkelijk rendement in box 3 natuurlijk.

De VDD maakt maximaal gebruik van haar definitiemacht: ze bepaalt hoe iets heet, hoeveel ruimte iedereen (niet) krijgt, en welk gedrag (niet) wenselijk is en daarom (niet) beloond moet worden.

Ongefundeerd wild om je heen slaan

Wie ook helemaal los ging met haar definitiemacht, op LinkedIn in dit geval, was een vakredacteur Participatiewet bij Wolters Kluwer. De titel van de post was ‘Fraude met annuleringen en de impact op de bijstand’. Voor alle duidelijkheid: de post is intussen verwijderd. Waarom dat zo is, blijkt hierna. Gelukkig heb ik screenshots gemaakt.

In het schrijfsel wordt zonder enige vorm van onderbouwing – geen aantallen, geen jurisprudentie, geen casuïstiek – beweerd dat ze een nieuwe ernstige vorm van fraude heeft ontdekt. Klanten (wie?) kopen artikelen (welke?), maar annuleren deze met de claim dat ze nep of beschadigd zijn. Terwijl er geen sprake is van mankementen of imitatie. Gevolg: ze krijgen hun geld terug, maar behouden de producten. Volgens de schrijfster is het een specifieke vorm van misbruik van het retour- en annuleringssysteem. Foei!

Vervolgens schrijft ze: “Onze inschatting is dat er in deze situaties wel degelijk sprake is van vermogenstoename. Vooral wanneer het gaat om waardevolle merkartikelen, die naar hun aard en waarde niet algemeen gebruikelijk of noodzakelijk zijn, vertegenwoordigen deze een duidelijke bezitting”.

Poeh poeh. Nou nou. Alsof de vakredacteur het verdienmodel van een criminele organisatie heeft blootgelegd, waarin miljoenen omgaan, waardoor de financiering van de bijstand in gevaar komt. Ik heb wel een prangende vraag: wiens “inschatting”, welke “vermogenstoename” en om hoeveel “merkartikelen” gaat het? Om nog maar te zwijgen over het impliciete oordeel wanneer producten wel of niet “naar hun aard en waarde niet algemeen gebruikelijk of noodzakelijk zijn”.

En hierbij blijft het niet. Ze schrijft: “Dit gedrag heeft directe gevolgen voor het recht op bijstand. Conform artikel 17 lid 1 van de Participatiewet dient een dergelijke vermogenstoename gemeld te worden. Het niet melden hiervan ondermijnt niet alleen de rechtmatigheid van de uitkering, maar raakt ook aan de maatschappelijke solidariteit die ons sociale stelsel draagt.”

Ik val stil. Ze heeft de rottende wortel waaraan onze samenleving ten onder gaat, genadeloos aan het licht gebracht. Bijstandsgerechtigden ondergraven ons stelsel met nietsontziende vermogenstoename, fraudezucht en begeerte. We zijn verloren. Hele volksstammen zwendelen en bedriegen. Of, wacht …

Ik heb nog twee prangende vragen. Moet de frauderende bijstandsgerechtigde zijn bedrog zelf melden? Gaat ons sociale stelsel eraan als we deze woekering niet direct met genadeloze wapens bestrijden?

Nogmaals: geen aantallen, geen jurisprudentie, geen casuïstiek. Geen enkel voorbeeld. Helemaal niets. Terwijl er zich toch een nationale ramp onder onze ogen lijkt te voltrekken. Althans, dat is de suggestie.

Klap op de vuurpijl is de afbeelding die de post illustreert. Zelden zo’n stigmatiserend beeld gezien. Door AI gegenereerd wellicht. Maar oordeel zelf.

Dit kan dus echt niet. Een vakredacteur onwaardig. Beschamend voor Wolters Kluwer, volgens eigen website “Dé wereldwijde aanbieder van professionele informatie, diensten en softwareoplossingen”. Het is maar goed dat de post is verwijderd. Jammer alleen dat er geen excuses zijn aangeboden. Want dat was absoluut op zijn plaats geweest. Een blik van een collega redacteur was ook best handig geweest. De vakredacteur werkt immers net voor Wolters Kluwer. Onervaren misschien. Tikkie naïef. Iets te snel de wereld willen redden. Maar toch.

Zonder mededogen ongenuanceerd goochelen met cijfers

Ten slotte gaat Annemarie van Gaal in een column in De Telegraaf – u weet wel, die multimiljonair die financieel beknelden op nationale televisie uitlegt wat ze allemaal fout doen – nog even tekeer tegen bijstandsmoeders en collega parasieten en leeglopers: “Kijk, we hebben honderdduizenden vacatures in ons land en daarnaast honderdduizenden mensen die prima kunnen werken, maar het liever niet doen. We mogen deze laatste groep best met een iets hardere hand en stevigere sancties, richting een baan duwen.”

Tenenkrommende retoriek, geheel in lijn met de VVD bombast uiteraard. Want ze heeft er kennelijk geen weet van hoe de arbeidsmarkt functioneert. Zoals al hierboven aangehaald: de helft van de bijstandsgerechtigden is volgens VVD (!) staatssecretaris Nobel gezien hun medische en maatschappelijke situatie niet in staat om te werken. Zij horen niet in de bijstand, maar zijn daartoe veroordeeld door gewijzigde wetgeving, strengere keuringen en (financiële) herinrichting van het sociaal domein. Bovendien: de Commissie Sociaal Minimum heeft luid en duidelijk aangetoond dat de bijstand geen vetpot is en bestaansonzekerheid in stand houdt.

Door de ambitieuze ondernemer als boegbeeld van een florerende economie en vitale arbeidsmarkt te presenteren, tegenover de nietsnut die van een uitkering profiteert, schept ze een ernstig vertekend beeld van de werkelijkheid: “meer dan 400.000 bijstandsgerechtigden in ons land [die het] geen enkel probleem [vinden] om níet te werken”. Een schofterige generalisatie. Daarmee bewijst ze dat ze geen enkel idee heeft van de samenstelling van (en het verloop in) de groep uitkeringsgerechtigden.

Want hoeveel zzp’ers leven er niet op of onder bijstandsniveau? Het risico op armoede is bij zelfstandigen aanzienlijk. Volgens het rapport Activeren en faciliteren – Aanjager problematische schulden voor ondernemers kampen momenteel naar schatting 55.000 ondernemers met zodanig problematische schulden, dat hun toekomst op het spel staat. Niet bepaald aanjagers van een sterke economie.

Minstens zo’n grote misvatting: alsof die honderdduizenden bijstandsgerechtigden de opleiding, kennis en vaardigheden hebben die precies bij al die openstaande vacatures past. Maar Annemarie ziet het allemaal niet. Gewoon aanbieden en na twee keer weigeren strenger handhaven: uitkering kwijt. Dat zal ze leren en motiveren. Niet dus.

Sterker nog: “Maak er ook een project van: stel dat je ieder jaar op deze manier 5.000 vacatures invult bij gemeenten, 5.000 bij de overheid, 5.000 bij organisaties als de NS en Schiphol en 5.000 bij het bedrijfsleven. Dat is best een haalbaar doel. Ieder jaar krimpt het aantal mensen met een bijstandsuitkering dan met 5% en hiermee besparen we jaarlijks een half miljard euro aan uitkeringen en gemeentelijke uitvoeringskosten.”

Vort! Yalla! Aan de bak! Om met haar achternaamgenoot te spreken: “Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom?” Opiniemaker Annemarie lost het wel even op. Zo heeft ze het zelf ook gedaan. Dus dan kan iedereen het. Dit dedain. Deze hoogmoed en arrogantie. Bewijs van totaal onbegrip, gelardeerd met nul inlevingsvermogen, volkomen geïsoleerd levend in haar bubbel van zelfingenomen waarheden. Het huilen staat me nader dan het lachen.

De ware aard van het beestje

Waar hebben we dit toch eerder gehoord? Die nietsontziende drang om zonder enig bewijs de door de overheid armgemaakten – want dat zijn de meeste mensen die van een minimuminkomen moeten (over)leven – als slecht, lui en scrupuleloos weg te zetten. Dat met grote verontwaardiging vingerwijzen, zonder enige fundering. Waarom toch? Om eigen smetteloos geweten te demonstreren? Om jezelf een pluim te geven? Of naar een complimentje van de baas te bedelen?

Hebben de VVD, de vakredacteur en Annemarie van Gaal dan helemaal niets geleerd de afgelopen twaalf jaar (lees: het toeslagenschandaal en de hele sliert affaires in het kielzog)? Begrijpen ze dan helemaal niet dat juist dit beschuldigen zonder enige feiten, de polarisatie, de fragmentering, de onvrede en tegenstellingen alleen maar aanwakkeren? Of zijn ze (moedwillig) zo blind dat ze daar geen boodschap aan hebben? Niet (willen) zien hoe destructief en ondermijnend dit gedrag is? Terwijl er al zoveel onrust is. Zoveel onbehagen. Zoveel verwarring.

Gebruik je definitiemacht ten goede. Natuurlijk zijn dingen voor verbetering vatbaar. Draag daaraan bij. Op basis van de feiten. Niet op basis van meningen, aannames en gissingen. En zeker niet vergezeld van valse vooroordelen, verdachtmakende plaatjes of klakkeloos overgenomen beweringen.

Richt geen schade aan. Die is er al genoeg. Iedere dag weer. Overal. Doe daar niet aan mee. Laat je niet leiden door het duister en de waanzin van megalomanie. Breng vrede. Heb lief. Zonder onderscheid. Verspreid licht. Genees. Zo veel en zo vaak als je wilt en kunt. Geef. Zeker op LinkedIn. Maar vooral in je dagelijkse leven. Zonder terughouden. Want daar ligt de ware behoefte.

Overvloed en tekort

Het kenmerk van een beschaafd mens, is het vermogen om te kijken naar een tabel met cijfers en te huilen.

Bertrand Russell (1872 – 1970)

Ieder jaar publiceert Oxfam Novib cijfers over de verdeling van arm en rijk op deze planeet. Kort samengevat: de rijkste 1% van de wereld heeft meer vermogen dan 95% van de wereldbevolking bij elkaar. Deze stuitende scheefgroei neemt nog altijd toe. Niet alleen mondiaal, maar ook in Nederland. Een scheefgroei waaraan de huidige regering niets doet. Bovendien maakt de Voorjaarsnota 2025 duidelijk waar de prioriteiten van PVV en consorten liggen. In ieder geval niet bij de bestrijding van armoede en schulden.

Een paar weken geleden zag ik een fragment uit The Daily Show met Jon Stewart, waarin socioloog Matthew Desmond iets uitlegt over miljardairs en de belasting die ze betalen. Hij zegt vrij vertaald: wanneer miljardairs jaarlijks aan hun belastingverplichting voldoen – dus zonder maximaliseren van belastingontwijking via allerlei fiscale constructies in belastingparadijzen – dan kan armoede in de Verenigde Staten zo goed als verholpen worden.

Matthew Desmond heeft het dus niet over het verhogen van belastingen voor de superrijken, maar over gewoon betalen wat ze volgens het bestaande fiscale stelsel verschuldigd zijn. Hij spreekt over de rijkste 1% van inwoners in de Verenigde Staten. Vrijwel alle mensen die onder de armoedegrens leven in de Verenigde Staten, kunnen door het incasseren van de reguliere belastingen voor extreem rijken, boven de armoedegrens uitgetild worden.

Ik ben heel benieuwd wat een vertaling van deze rekensom naar de Nederlandse situatie oplevert.

Enkele weken daarvoor was ik bij de voorlichtingsavond van het Verkeerscirculatieplan VCP van de gemeente Eindhoven, dat deel uitmaakt van het Masterplan Mobiliteit 2050. Tijdens de presentatie in het Muziekgebouw Eindhoven werden uitwerkingen van dat plan gepresenteerd. De wethouder en twee projectleiders lichtten de uitwerkingen gedurende anderhalf uur toe, aan de hand van een uitgebreide PowerPoint. Natuurlijk kwamen Brainport Eindhoven en de groei van de High Tech Campus HTCE voorbij – met ASML voorop. Daaraan direct gerelateerd de opdracht om de komende vijftien jaar 40.000 huizen te bouwen en de zorgwekkende toename van verkeersdrukte dientengevolge, adequaat te adresseren.

De uitvoering van het VCP duurt tot minimaal 2036 en deze metamorfose kost maar liefst 600 miljoen euro. Volgens de huidige ramingen. Om dat geld bij elkaar te krijgen kijkt de kersverse D66 wethouder onder andere naar de provincie en landelijke overheid. Verder wordt er aanspraak gemaakt op Beethoven-gelden en onderzoekt de gemeente de mogelijkheid van een lening. Want het geld wordt in fasen uitgegeven, in het ritme van de verwezenlijking van de plannen.

Ik zat met groeiende verbazing naar de voordracht en de trots van de mannen en vrouw op het grote podium te kijken.

Voor alle duidelijkheid: ik begrijp dat middelen gealloceerd en geoormerkt zijn. Miljoenen kunnen niet zomaar van het ene potje in het andere gestopt worden. Ik begrijp ook dat de explosieve groei van de regio Eindhoven – de economische motor van Noord-Brabant en misschien wel heel Nederland – om een passend infrastructureel antwoord vraagt. Maar juist dit baart mij grote zorgen. Om meerdere redenen.

Ten eerste: als er kennelijk zoveel geld beschikbaar gemaakt kan worden en er zo creatief naar middelen wordt gezocht, waarom wordt er dan zo ingewikkeld gedaan over investeren in inkomensondersteunende maatregelen, om inwoners van Eindhoven te behoeden voor armoede en schulden? Hoe komt het dat diezelfde creativiteit niet wordt ingezet, maar dat er dan wordt gewezen naar de landelijke politiek en wetgeving?

Ten tweede: er werd tijdens de presentatie van het VCP met geen woord gerept over de verdringing, door de groei van vooral ASML, die in Eindhoven plaatsvindt. Scholing, gezondheidszorg, gegarandeerd inkomen en veilig – of überhaupt – wonen, wordt voor een groeiend aantal inwoners onbereikbaar. Steeds meer mensen worden in de onderste laag van de sociale demografie geduwd. De kloof tussen de hooplozen en de hoopvollen groeit. Een kloof die voor een toenemend aantal inwoners onoverbrugbaar is geworden. Voorheen actiegebieden worden de nieuwe getto’s voor ongewensten, moeilijk bemiddelbaren en (voormalig) onaangepasten.

Ten derde: op 22 december 2022 waarschuwt burgemeester Jeroen Dijsselbloem na honderd dagen in het ambt in het Financieel Dagblad voor de keerzijde van het succes van Brainport. Citaat: ‘Als dat succes niet overvloeit naar de hele stad, krijgen we echt spanningen.’

We zijn nu ruim twee jaar verder, de tweedeling is evidenter dan ooit, maar de urgentie daaraan iets te doen blijft uit. Weliswaar spreekt onze burgervader – als voorzitter van Brainport – het bedrijfsleven aan op hun sociale functie, maar vooralsnog worden er geen miljoenen vrijgemaakt om de armoede en schulden blijvend te voorkomen, de woningnood te ledigen en het tekort aan scholen aan te pakken. In het sociaal domein wordt ieder dubbeltje drie keer omgedraaid, terwijl er zonder blikken of blozen een verkeersplan van 600 miljoen uit de doeken wordt gedaan.

Waarom wordt ASML/Brainport/HTCE niet aangesproken op hun verantwoordelijkheid? Waarom zet ASML niet een aanzienlijk deel van de recordwinst in 2024 van 7,6 miljard euro in om de verdringing die ze veroorzaken, te verlichten? Waarom stapt de burgemeester niet samen met de wethouder van Welzijn, Werk en Armoede naar de bestuurders van de hightechbedrijven om ze de onderkant van de ladder te laten zien en naar een adequate reactie te vragen?

Ten vierde: hoe komt het toch dat een ouder echtpaar zonder pardon van bijstandsfraude wordt beticht en jarenlang een torenhoge vordering moeten terugbetalen, omdat ze niet hadden begrepen dat er geen verschil bestaat tussen inkomensverwerving en een bijdrage van hun kinderen aan de kosten van gezellig samen eten? Er was kennelijke geen sprake van dringende reden om af te zien van terugvordering. Nee, er wordt keihard geoordeeld. Ondanks de toezegging in 2020 door wethouder Yasin Torunoglu om de geest van de motie Recht Op Vergissen te omarmen. Een motie van min of meer dezelfde strekking werd in 2024 door D66 Tweede Kamerlid Joost Sneller ingediend. Geen idee wat daarvan terecht is gekomen.

En hoe komt het toch dat rijken steeds minder belasting betalen – en de ultrarijken vrijwel niets – terwijl de gemiddelde werknemer zich blauw betaalt aan belastingen? Pun intended. Hoe komt het toch dat aan de asociale en moreel laakbare activiteiten van duurbetaalde accountants en adviseurs van de rijken der aarde geen paal en perk gesteld wordt? Terwijl de jacht op de kruimels van bijstandsfraude met hand en tand verdedigd wordt. Sterker nog: anonieme kliklijnen zijn beschikbaar voor rancuneuze buren om de vermoedelijke fraudeur (maar regelmatig onterecht beschuldigde uitkeringsgerechtigde) erbij te lappen.

Ten slotte: waarom nemen de miljardairs in Nederland niet het voortouw om hun obsceen grote vermogen in te zetten om de verdieping van de armoede-intensiteit te stuiten (uitzonderingen daargelaten)? Wat is er voor nodig om een sprankje solidariteit, empathie en medemenselijkheid aan te wakkeren bij de ultrarijken in dit land, zoals Carvalho-Heineken, Dreesmann en Sonnenberg? Want laten we wel wezen: niemand heeft zoveel geld nodig. Helemaal niemand.

Er zijn wel ruim 1,7 miljoen mensen in Nederland die onder of net boven de armoedegrens leven. Wat zou het mooi zijn wanneer de Quote Top Tien uit de belastingplicht over hun 51 miljard euro put om het leven van die mensen te verlichten. Letterlijk en figuurlijk. Zodat zij iedere avond gezonder kunnen eten, in een schimmelloos en warm huis kunnen wonen, een (vervolg)opleiding kunnen volgen, naar de huisarts kunnen zonder vrees voor medicijnkosten of eigen risico, zonder dagelijkse financiële stress naar hun werk kunnen en schoorvoetend weer kunnen deelnemen aan het sociale leven.

Wat zou dat mooi zijn.

Calm after the storm

Na de beroering van afgelopen periode naar aanleiding van mijn berekening over de effectiviteit van schuldhulpverlening, heb ik gewacht met het schrijven van een nieuwe post. Dat komt vooral door de nogal frontale en persoonlijke aanval van vorige week. De directeur-bestuurder van een landelijke schuldhulpverleningsorganisatie trok namelijk flink van leer in een stuk waarin hij – naar eigen zeggen – nuance wilde aanbrengen.

Om te beginnen is er in zijn post sprake van persoonsverwisseling. Hij noemt mij Rutger Bergman. Een weliswaar sympathieke vergissing, maar niettemin abuis. Rutger Bregman is onder andere geschiedkundige en verbonden aan De Correspondent. Dat ben ik geen van beide. Daarnaast beschrijft de directeur-bestuurder mij als “zelf verklaarde expert”. Dat is niet alleen een onbillijke kwalificatie, maar vooral een weinig respectvolle en ongenuanceerde typering. Het toont aan dat hij geen idee heeft wie ik ben, noch heeft onderzocht wat ik doe. Zelfs niet oppervlakkig.

Definities en cijfers

Wat betreft de cijfers die ik heb gebruikt. Mij is intussen duidelijk geworden dat schijnbaar dezelfde definities verschillende betekenissen hebben. CBS en NVVK hanteren de term (geregistreerde) problematische schulden op geheel eigen wijze. Met dank aan Ernst-Jan de Bruin voor dit inzicht. Maar zelfs met die wetenschap blijft de slagvaardigheid van schuldhulpverlening schrikbarend laag.

Sterker nog: er zijn volgens het CBS in 2023 meer huishoudens met (geregistreerde) problematische schulden bijgekomen (ruim 21.000) dan volgens de NVVK in datzelfde jaar mensen met een schuldregeling (de NVVK noemt dat ‘schulden oplossen’) zijn geholpen (ruim 15.000). Nogmaals: ook hier geldt een verschil in definitie van (geregistreerde) problematische schulden.

Het samenwerkingsverband Clustering Rijksincasso bestaat in totaal uit zeven organisaties, waarin de overheid als één wil opereren bij inning en incasso. Op verzoek van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en de zes andere uitvoeringsorganisaties (Belastingdienst, Dienst toeslagen, CAK, DUO, SVB en UWV) is door het CBS onderzoek gedaan naar betalingsachterstanden bij die organisaties. Het CBS-dashboard laat zien dat maar liefst 1,9 miljoen mensen in Nederland een betalingsachterstand hebben bij één of meer van deze uitvoeringsorganisaties. Ruim 480.000 van hen heeft overlappende achterstanden bij twee of meer organisaties. Met overlappende achterstanden wordt bedoeld: tegelijkertijd openstaande achterstanden.

Om de verwarring compleet te maken, laat hetzelfde dashboard zien hoeveel personen met betalingsachterstanden gemeentelijke schuldhulpverlening gebruiken. Het gaat dan om data van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Tilburg, en gemeenten die gebruik maken van schuldhulpverlening door Kredietbank Nederland (87 in totaal). Die gegevens gaan over 2018 en 2020. Dat percentage loopt ver uiteen. Om precies te zijn: tussen de 0,3% (Kredietbank Nederland, betalingsachterstand bij één organisatie) en 15,1% (Tilburg, betalingsachterstand bij drie organisaties). Het dashboard zegt niets over vroegtijdige uitval gedurende trajecten en het slagingspercentage van schuldhulpverlening.

Opvallend is dat bij de Kredietbank Nederland van de personen met een betalingsachterstand bij drie organisaties (9.130), volgens het CBS slechts 1,7% schuldhulpverlening gebruikt. Voor de duidelijkheid: Kredietbank Nederland voert voor 87 gemeenten (deels) schuldhulpverlening uit.

Schulden oplossen

De toelichting bij het overzicht ‘schulden oplossen’ in het laatste NVVK jaarverslag is: schuldregelingen die in 2023 tot stand gekomen zijn. Ook hier is het ongewis of die trajecten de finish halen (om de titel van het rapport van De Nationale ombudsman uit 2020 te citeren). Want die cijfers publiceert de NVVK niet. Wel constateert de NVVK dat het totale aantal regelingen ten opzichte van 2022 is afgenomen. Dat betekent dan (als ik het goed interpreteer) lopende en nieuwe trajecten bij elkaar opgeteld. Maar ook hier noemt de NVVK geen aantal.

Nota bene: de NVVK spreekt alleen over mensen, het CBS heeft het over zowel huishoudens als mensen. In 2023 waren er volgens het CBS dus 1.569.876 mensen (de eerdergenoemde 747.560 huishoudens) met (geregistreerde) problematische schulden.

Hopelijk gaat DDAS (Data Delen Armoede en Schulden) alle definities gelijktrekken zodat er in de toekomst betrouwbare informatie beschikbaar is. Liever gisteren dan vandaag. Want dan is er een onweerlegbaar cijfermatig beeld van de ‘prestaties’ van schuldhulpverlening ten opzichte van huishoudens met problematische schulden.

Bereidwilligheid

Wat betreft de nuancering van de directeur-bestuurder. Er wordt door hem vooral gesproken over betere resultaten dan mijn berekening voorspiegelt. Hij noemt een percentage dat nog steeds niet himmelhoch jauchzend is. Dat geeft hij ook toe. Maar hij maakt opnieuw een vergissing. Ik heb het alleen over nieuwe regelingen – want gebaseerd op het NVVK Jaarverslag van 2023. Terwijl hij lopende regelingen en andere interventies meetelt. Zoals gezegd, het aantal lopende regelingen publiceert de NVVK niet. En over de effectiviteit van andere interventies wordt niets gezegd. In mijn toelichting op LinkedIn – niet in de verschenen artikelen waarin ik beperkt aangehaald wordt – leg ik dat ook duidelijk uit. Opnieuw: het betoog geeft weinig blijk van zorgvuldig lezen van wat ik schrijf.

Daarnaast schrijft hij dat er heel hard gewerkt wordt. Dat trek ik ook niet in twijfel. Wat ik wel vaststel is dat ondanks al dat harde werken heel veel mensen niet geholpen worden. Wat een trieste constatering is. Want waarom zo hard werken in een systeem dat niet effectief is?

Wat me eigenlijk heeft meeste treft is dat er geen interesse in gesprek is. Uit niets blijkt dat er behoefte is aan uitwisseling van ideeën of gezichtspunten. De verdedigende stellingen zijn betrokken, de rangen worden gesloten en vanachter de ommuring wordt getracht onder het mom van nuancering de winkel te behoeden voor erger. Ongenuanceerd gezegd: hij trekt het zich persoonlijk aan, er is een gevoelige snaar geraakt en hij schuwt de tegenaanval niet.

Heel bijzonder dat er geen enkele uitnodiging is om samen van een afstandje te kijken wat er nou eigenlijk aan schuldhulpverlening schort. Hoe het toch komt dat het systeem zo slecht werkt. Om vervolgens gezamenlijk op te trekken en het verschil te maken. We hebben tenslotte allemaal het beste voor. Maar niets van dat alles. Er wordt een haastige poging gedaan een cordon sanitaire op te trekken om het ongewenste geluid buiten te sluiten.

Nuanceringen

Nog een aantal nuanceringen van mijn kant.

  1. Ik val niemand persoonlijk aan. Wel maak ik me al ruim 25 jaar groeiend zorgen over de stand van zaken in schuldhulpverleningsland in de breedste zin van het woord. Vanuit betrokkenheid, passie en eigen ervaring. Zowel professioneel als persoonlijk. Dat laatste heb ik in een eerdere post al uitgebreid beschreven.
  2. Alle systemen in onze samenleving die met geld te maken hebben, zijn wereldwijd onlosmakelijk met elkaar verbonden. Carlijn Kingma heeft dat in haar project Het waterwerk van ons geld prachtig en onthullend verbeeld. Deze vervlechting heeft verregaande consequenties. Het ont- en bestaan van schulden is een intrinsiek probleem van die structuur en kan niet uitgebannen worden. De vraag is dus in hoeverre binnen dat systeem het ont- en bestaan van schulden tot een minimum beperkt kan worden.
  3. Schuldhulpverlening is daarom niet los te zien van die allesomvattende structuur. Bovendien spelen binnenin het krachtenveld van schuldhulpverlening allerlei elementen een rol en zitten er diverse zwakke plekken in.
    • De commerciële belangen van banken, (web)winkels en overige aanbieders van krediet- of afbetalingsvormen;
    • Het verdienmodel van en marktwerking tussen gerechtsdeurwaarders, incassobureaus, bewindvoerders, opleidingsinstituten en detacheringsbureaus die zich met (de uitvoering van) schuldhulpverlening bezig houden, advies- en onderzoeksbureaus en ten slotte softwareleveranciers. Daarnaast de rechters en advocaten die ook onderdeel uitmaken van wat intussen de schuldenindustrie genoemd wordt;
    • Door de berekening van rente en kosten door incasserende instanties lopen schulden in hoog tempo buitenproportioneel op. Zodra mensen zich bij schuldhulpverlening melden, is de schuldenlast daardoor substantieel hoger dan de oorspronkelijke vorderingen. Niet zelden 30% hoger dan bij aanvang het ontstaan van schulden. Dit is een vorm van zinloos financieel geweld;
    • De positie en invloedssfeer die door koepel- en belangenorganisaties door middel van lobby en beleidsbeïnvloeding beschermd wordt. Met een uitkomst die zelden helpend is voor degene met ernstige financiële problemen, maar eerder bijdraagt aan de onbegrijpelijkheid van de constellatie van geïnstitutionaliseerde ondersteuning. Een gerenommeerde onderzoeker en hoogleraar noemde het in een podcast ’darten met een blinddoek’;
    • In de wetgeving die bestaanszekerheid in Nederland pretendeert te garanderen, zit al decennia een single point of failure: de definitie van het minimuminkomen. Preciezer geformuleerd: de verwarring tussen minimuminkomen en bestaansinkomen. Misschien nog preciezer: de politieke onwil – vanwege het ontbreken van een meerderheid – om minimuminkomen gelijk te stellen aan bestaansinkomen;
    • Het IBO Naar een betere schuldenketen heeft becijferd dat het bestaan van € 3 miljard aan problematische schulden de maatschappij per jaar 8,5 miljard kost. Dat komt per jaar neer op € 500 per Nederlander. Volgens een recent NVVK-onderzoek levert mogelijk een derde van de schuldregelingen een nulaanbod op omdat er geen afloscapaciteit is. Van de onderzochte dossiers leeft 84% van een uitkering. Daarnaast is er groep werkenden zonder afloscapaciteit. Bovendien is er een groep die wel afloscapaciteit heeft, maar die is zo laag, dat de baten van een schuldentraject (minnelijk én zeer zeker wettelijk) bij lange na niet opwegen tegen de kosten. Deze laatste twee constateringen zijn mede het gevolg van het hierboven beschreven single point of failure. Tel deze vier argumenten bij elkaar op en het moge duidelijk zijn dat schulden kwijtschelden alleen maar voordelen heeft, zowel wat betreft de kosten/baten analyse maatschappelijke kosten als in stressreductie en (financieel) welzijn van huishoudens met ernstige financiële problemen;
    • De toegang tot schuldhulpverlening is niet laagdrempelig. Hoewel men maatwerk propageert, blijft het confectie. Het stelsel prevaleert nog altijd boven de mens die om hulp vraagt. Werken aan of uitgaan van zelfdeterminatie (autonomie, verbondenheid en competentie) wordt nauwelijks ingezet. Hetzelfde geldt voor de cirkel van gedragsverandering ter bevordering van duurzame financiële redzaamheid. Trajecten zijn directief en veeleisend, waardoor mensen zich niet aanmelden, zich niet gehoord en gezien voelen, of voortijdig afhaken;
    • Het ontbreken van één gecertificeerde en erkende opleiding die voor alle schuldhulpverleners in het minnelijk traject verplicht gesteld wordt – inclusief een jaarlijkse opfriscursus. Ook voor de huidige schuldhulpverleners. Analoog aan de vereisten die aan de opleidingsinstellingen voor de Wsnp-bewindvoerder gelden;
    • Het ontbreken van één definitie van problematische schulden én de afwezigheid van één centrale registratie van alle schuldensoorten. Een registratie bovendien waar een signaalfunctie vanuit gaat die direct voor passende ondersteuning zorgt;
    • Over de resultaten van alle andere interventies en NVVK-modules (informatie en advies, budgetcoaching, etc.) naast de klassieke schuldregelingen, publiceert de NVVK geen cijfers. Over de effectiviteit is daarom niets bekend. Evenmin of mensen die in eerste instantie op die manier ondersteund zijn, in een later stadium toch niet in een traject klassieke schuldregeling terechtkomen. Een landelijk cohortonderzoek daarnaar is nooit gedaan;
    • Er bestaan drie trajecten die in grote lijnen hetzelfde doen (schuldenbewind, minnelijk, wettelijk). Soms volgtijdelijk, soms parallel, soms elkaar in de weg zittend. Alle drie inventariseren ze het schuldenpakket, berekenen ze het Vrij te laten bedrag en de afloscapaciteit, doen ze betalingsvoorstellen en onderhandelen ze met schuldeisers. Overvloedig, duur en ineffectief. De oplossing is eenvoudig: één loket, één wet, één traject, één centraal registratiesysteem, één definitie van problematische schulden, één regisseur;
    • Nazorg aan het eind van het traject inzetten is te laat. Wanneer een persoon vanaf de stabilisatiefase (of misschien zelfs al bij aanmelding) geholpen wordt om de bureaucratie en papierwinkel het hoofd te bieden, het budget stabiel te krijgen en vaardigheden binnen de mogelijkheden te ontwikkelen, is de kans op voortijdige uitval en/of recidive aanzienlijk lager. De duurzame vertrouwensband die wordt opgebouwd (zeer wel mogelijk met een vrijwilliger met of zonder ervaringskennis) draagt vrucht tijdens het verloop van het complexe traject;
    • Zzp’ers zijn nog steeds een ondergeschoven kindje in schuldhulpverlening. Ze kunnen in het (voor)traject geholpen worden door vrijwilligers van Over Rood en later door commerciële bureaus die hun inkomsten (deels) uit de Bbz halen. Het vraagt specifieke juridische, fiscale en boekhoudkundige kennis. Maar Schuldhulpverlening voor Ondernemers (SHVO) wordt door gemeenten nog veel te weinig ingezet. En dat terwijl er volgens de Belastingdienst alleen al 135.634 (kleine) ondernemers zijn met een totale openstaande coronaschuld van € 7,3 miljard.
  4. Schuldhulpverlening is symptoombestrijding, en schulden en armoedebestrijding zijn op de Rijksbegroting een sluitpost. Bestaansonzekerheid stond de afgelopen verkiezingen even hoog op de agenda. Helaas is daar niets meer van te merken. Rapporten zoals die van de Commissie Sociaal Minimum zijn in een lade verdwenen. De politieke verlamming waardoor er niet structureel en op lange termijn wordt geïnvesteerd, en de ontbrekende bestuurlijke wil om de hand in eigen boezem te steken, houden iedere fundamentele vooruitgang tegen.
  5. Vroegsignalering is vooralsnog te vrijblijvend beschreven en vormgegeven. Gemeenten hebben teveel (beleids)vrijheid om het naar eigen inzicht in te richten en te weinig middelen om het adequaat te faciliteren. Dit komt de effectiviteit niet ten goede.
  6. Veel schulden komen voort uit life-events – vaak in combinatie met eerdergenoemd single point of failure: een tekort aan inkomen. Daarom voorkomt het lang(er) registreren van schulden en achterstanden niet het opnieuw ontstaan van schulden of achterstanden. Dat is een drogreden van instanties die hun bestaansrecht beschermen. Het heeft niets met een realistische visie op (het ontstaan van) de schuldenproblematiek te maken.
  7. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Naar een beter werkende schuldenketen van juni 2024 heeft een bijlage waarin 52 (!) beleidsopties geformuleerd zijn. Mei 2018 presenteerde staatssecretaris Van Ark van SZW haar Brede Schuldenaanpak inclusief een actieplan met 50 (!) maatregelen. Juni 2018 publiceerden Jungmann e.a. het rapport Knellende schuldenwetgeving over het juridisch kader rond schulden. Dat leverde maar liefst 50 (!) aanbevelingen op. De slotalinea van de inleiding is best opmerkelijk: “De inventarisatie is in kort tijdsbestek opgesteld en dus niet uitputtend maar vooral richtinggevend. Er is geen analyse uitgevoerd naar de eventuele wenselijkheid van grote systeemwijzigingen. Ook ontbrak in dit bestek de tijd om de kosten van de aanbevelingen te calculeren.” Soms kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er in schuldhulpverleningsland regelmatig met hagel geschoten wordt, zonder dat men weet waarop men richt. Laat staan dat er op basis van een gefundeerde, gedeelde visie en met enige precisie weloverwogen een koers wordt uitgezet.
  8. De voortschrijdende digitalisering zorgt voor uitsluiting van een groeiende groep mensen. Zij raken geïsoleerd van de maatschappij in het algemeen en alle inkomensondersteunende voorzieningen en maatregelen in het bijzonder. Dit geldt niet alleen voor ouderen, maar zeker ook voor jongeren.
  9. De Participatiewet is te ingewikkeld voor heel veel mensen, waardoor ze de stap naar werk niet zetten en nauwelijks perspectief hebben op bestaanszekerheid. Het wetsvoorstel Participatiewet in balans gaat hierin veel te weinig veranderen. Sterker nog: opnieuw worden er categorieën mensen beschreven die aan het systeem moeten voldoen, in plaats een beschrijving van een systeem dat dienend is aan de mens.
  10. Armoede en schulden veroorzaken dagelijks stress. Chronisch en toxisch. Armoede en schulden zijn duur. Na de overgang van de verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving is de stress voor velen alleen maar toegenomen. Stress beperkt in veel gevallen de mentale bandbreedte en het cognitief vermogen. De huidige wetgeving en dienstverlening draagt daar aan bij. Het besef daarvan en daarmee de omkering van denk- en conceptierichting op gebied van beleidsvorming en wet- en regelgeving is ondermaats.
  11. Armoede en het ont- en bestaan van schulden is veel breder en dieper dan alleen maar het ontbreken van financiële draagkracht en zekerheid. De ingrijpende invloed van bestaansonzekerheid werkt door op vele levensgebieden: wonen, onderwijs, werken, voeding, gezondheid, en sociaal en algemeen welzijn. Wanneer er geen continuïteit zit in het (ongelijk) investeren in gelijke kansen (bodemherstel) voor mensen die in armoede en met schulden opgroeien, blijven velen niet in staat die cyclus op eigen kracht te doorbreken en verergert de problematiek.

Afsluitend

Zodra senator Marcus Porcius Cato Censorius maior (beter bekend als Cato de Oude) een betoog voor de Romeinse Senaat besloot, eindigde hij altijd met deze zin: ‘Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden’. Mede-oprichtster van de Partij voor de Dieren Marianne Thieme deed ter afsluiting van haar bijdrage aan een debat in de Tweede Kamer hetzelfde: ‘Voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie’. Om die mooie traditie voort te zetten, sluit ik op deze manier af: ‘Overigens ben ik van mening dat schuldhulpverlening een schone lei verdient.’

Dit blijf ik herhalen. Voor iedereen die hulp nodig heeft. Voor iedereen die wil horen. Tot het gebeurt. Maakt me niet uit door wie. Als het maar gebeurt.

Intensieve geldhouderij

Vast-zitten aan vorm- en waardestelsels,

noodzaakt tot aanvaarding van de consequenties,

nèt zolang tot de vóór-ingenomenheid blijkt,

doorbroken wordt, overwonnen is.

Reinoud Fentener van Vlissingen – Dakloos geborgen

De (zichtbare en onzichtbare) geldstromen in Nederland en de wereld worden door heel veel instanties en organisaties beheerst. Voor de gemiddelde burger is dit systeem nog nauwelijks te begrijpen. Terwijl de hoogte van ons aller inkomen afhankelijk is van die (mondiale) geldstroom.

De inkomenshoogte van Nederlanders die niet kunnen werken, wordt bepaald door hoogopgeleide mensen die op basis van rekenmodellen en statistieken bepalen wat een aanvaardbaar minimuminkomen is. Daarover is op 17 oktober een rapport verschenen. Dit minimuminkomen wordt vastgesteld door de overheid (landelijk en lokaal), door economen en adviesbureaus, door banken en kredietverstrekkers, door beleggers en investeerders, door vakbonden en werkgevers, door incassobureaus en deurwaarders, door schuldhulpverleners, door bewindvoerders en door budgetcoaches. Een duizelingwekkend aantal instanties bepaalt voor ons allemaal hoeveel geld we krijgen om van te leven.

Centrale geldregisseur

Stel je voor dat er één persoon is die al die stappen in dat systeem allemaal achter elkaar uitvoert, voor heel veel mensen tegelijk. Het hele proces, van A tot Z, onder verantwoording van die ene medewerker.

Te beginnen met het verstrekken van onvoldoende inkomen om van rond te komen op basis van de door experts bedachte rekensommen. Om vervolgens te adviseren een lening af te sluiten om dat tekort (tijdelijk) te compenseren. Om daarna met maatregelen te dreigen wanneer er op die lening(en) een betalingsachterstand ontstaat. Om vervolgens tevergeefs met de werkgever te onderhandelen over een hoger salaris. Om daarna schuldhulpverlening aan te bieden zodra de achterstanden onoverkomelijk zijn, waarna een groot deel van de leningen wordt kwijtgescholden die eerder zijn verstrekt. Om ten slotte een cursus aan te bieden om te leren beter met het tekortschietende inkomen om te gaan en vooral om te begrijpen dat het aan jezelf ligt dat je niet rondkomt iedere maand.

Al die stappen. Onder verantwoordelijkheid van één persoon. Dat houdt geen gezond persoon vol. Het zorgt zeer waarschijnlijk voor wanhoop, verscheurdheid en gewetensnood. Want het laat zien hoe krankzinnig het opgetuigde systeem is. Niemand met een goed werkend stel hersens kan uitleggen waarom de geldstroom zo absurd ingewikkeld, onrechtvaardig en ongelijk is georganiseerd.

Daarom hebben we termen als eigen kracht, genoegzaam besef van verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid, doenvermogen en bestaansminimum gemunt. Zodat we de ontvanger van het weinige geld verantwoordelijk kunnen houden voor de financiële ellende en het systeem van iedere schuld kunnen vrijwaren. Terminologie die als flinterdun (juridisch) schild tussen het systeem en de potentieel radeloze medewerker fungeert. Om levensgevaarlijke wroeging bij de uitvoerder te vermijden.

Gekkenwerk

Die ene persoon, die telkens weer voorrekent waarom er geen toereikend bestaansinkomen is, uitlegt waarom er dus geleend kan worden, waarom dat krediet ondanks het inkomensgebrek met rente en kosten afgelost moet worden, waarom het duurder wordt gemaakt als er een betalingsachterstand ontstaat op de aflossing van de lening die nodig is om het ontoereikende inkomen aan te vullen, waarom de werkgever door inflatie niet in staat is meer salaris te betalen, waarom schuldhulpverlening nodig is om de problematische schulden op te lossen die zijn ontstaan door de betalingsachterstand op de lening die nodig was omdat er besloten is onvoldoende inkomen te verstrekken, waarom de cursus gevolgd moet worden die uitlegt hoe het komt dat er bewindvoering en schuldhulpverlening nodig is om de problematische schulden op te lossen die zijn ontstaat door de betalingsachterstand op de lening die nodig was omdat er besloten is onvoldoende inkomen te verstrekken, en hoe door beter je best te doen in de toekomst (niet) te voorkomen is dat er opnieuw financiële problemen ontstaan.

Waanzin ten top. De moed zou iedereen in de schoenen zinken. Omdat het niet uit te leggen is.

Toch gebeurt dit iedere dag. Alleen niet door één persoon. Om te voorkomen dat die uitvoerder knettergek wordt, is het volledige proces in heel veel kleine stukjes opgeknipt. Om het draaglijk te maken voor de werknemer(s) in kwestie. Om de dwaasheid van het systeem te verdoezelen. Om het geweten van de systeembeheerders (lees: de overheid) te sussen en de illusie in stand te houden dat het in Nederland goed geregeld is. Een groteske overtuiging en hemeltergende misvatting.

De oproepen tot ontschotten, tot domeinoverstijgend samenwerken, tot clusteren van instanties, zijn mede daarom tot mislukken is gedoemd. Omdat het de fundamentele weeffout niet kan verhullen. Tegelijkertijd zijn die oproepen een bewijs van het structureel falen van de overheid om al die facetten van de geldstroom te reguleren en te zorgen dat iedere Nederlander voldoende inkomen heeft om zonder dagelijkse geldstress van te leven. De voorbeelden van het pleisters plakken en noodverbanden aanleggen zijn legio: individuele inkomenstoeslag, kwijtscheldingsregelingen, het toeslagenstelsel, bijzondere bijstand en nog heel veel andere (gemeentelijke) inkomensondersteunende maatregelen. Terwijl het geld tegen de plinten klotst.

Verloop en activisme

Wat ook opvalt is het grote verloop in het sociaal domein, de zorg en het onderwijs door ziekteverzuim en ontslag nemen op zoek naar een andere baan. Nog een symptoom van het ongezond systeem: het is eensinful social structure. Mensen voelen diep van binnen feilloos aan dat het niet klopt en bezwijken onder de druk en verlamming van het verstoorde werkveld.

Tegelijkertijd is het te kort door de bocht om het een systemische crisis of systeemfalen te noemen. Niet alleen omdat het systeem wel werkt voor mensen mét geld, terwijl dat niet geldt voor degenen die rond het minimuminkomen zwerven. Wat op zijn beurt heel goed uitgelegd kan worden als onrechtvaardigheid en rechtsongelijkheid.

Het is vooral te kort door de bocht omdat ondanks de eerder door mij benoemde systeemdictatuur, wet- en regelgeving worden uitgevoerd door mensen van vlees en bloed. Die in staat zijn tot zelfstandige beslissingen. Professionals raken zeker verstrikt in regelingen, voorzieningen, protocollen en procedures die maatwerk niet eenvoudig maken. Maar het kan wel anders. Helaas zijn defensief gedrag, het niet mee willen denken, en uitzonderingen resoluut en routinematig van tafel vegen, aan de orde van de dag.

Terwijl er wel degelijk mogelijkheden zijn. Mits de uitvoerder bereid is die te onderzoeken en zich niet te laten beperken en ringeloren door foutieve en ingesleten aannames en interpretaties.

Dat vraagt wat. Namelijk activisme. Om de intensieve geldhouderij aan de kaak te stellen. Zonder tegengehouden te worden door angst of verlangen. Een beweging die van binnenuit komt. Vanuit het bestaande systeem en vanuit de persoon zelf. Een inspiratie en motivatie om actief te worden, om de vinger op de zere plek te leggen en bij te dragen aan het verlichten van het duister.

Het vraagt moed om die innerlijke drijfveer te openbaren en in te zetten. En ik durf er geld onder te verwedden dat het verloop en ziekte en heil elders zoeken spectaculair afnemen wanneer iedereen de vrijheid ervaart en zich eigen maakt, om dat sluimerende activisme tentoon te spreiden en in daden om te zetten.

Verdeeld zeer

Vorige week postte ik op LinkedIn een filmpje van Nieuw Zeer. Voor degenen die niet weten wat Nieuw Zeer is, dit zeggen ze over zichzelf: “Sketchserie over de hete hangijzers van nu, waar veel over gepraat en geschreeuwd wordt, maar te weinig om wordt gelachen.” Ze zijn intussen aan hun derde seizoen toe.

Bedelaar

In de sketch speelt Ilse Warringa een vrouw aan wie een bedelaar op een parkbankje om een euro vraagt. De vrouw weigert. De reacties op LinkedIn op het filmpje zijn wisselend. Sommigen vinden dat de vrouw met haar afwijzing en toelichting een punt heeft. Anderen vinden van niet. Een enkeling heeft het over de keus tussen iets kunnen doen en moeten doen. Weer anderen constateren dat ze een preek afsteekt in plaats van met de bedelaar in gesprek te gaan.

De brede waaier aan opmerkingen geeft al aan dat de video, ondanks de korte duur van 1 minuut en 16 seconden, gelaagd is en diverse (pijn)punten aanstipt.

Het eerste beeld is dat van een meneer die onderuitgezakt op een tas of kussen en een blikje bier in zijn hand een mevrouw om “een eurootje” vraagt. Hij is ongeschoren en maakt een beetje een laconieke indruk. Die euro krijgt hij niet, reageert de vrouw resoluut. Ze steekt van wal, laat hem de euro zien die ze hem wel wil geven, maar doet dat niet. Ze weigert voor zijn eigen bestwil. Ze helpt hem door geen geld te geven en vraagt of hij dat snapt. Vervolgens zegt ze dat ze hem geen geld geeft omdat ze hem zijn eigen initiatief niet wil ontnemen. Ze wil dat hij gaat werken en ze wil dat hij zijn leven weer oppakt. Ze heeft geld genoeg, kan hem zo honderd euro geven, maar dat lost niks op. Wel steunt ze hem, staat ze achter hem en is ze apetrots op hem als hij zichzelf aanpakt en uitdaagt. Dit alles zegt ze met een grote glimlach op haar gezicht.

De man verblikt of verbloost nauwelijks en vraagt: “Maar heb je een euro voor me?”

Vervolgens grinnikt de vrouw en zegt: “Je bent een mooie man. Je bent een mooi mannetje, echt waar.” Ze gunt hem het allerbeste, zegt ze, maar die euro – die ze omhoog houdt – krijgt hij niet. Ze lacht nog een keer, wenst hem een geweldige dag en loopt weg. De bedelaar gaat verzitten terwijl hij haar verward en ongemakkelijk nakijkt.

Vooroordeel of juiste inschatting

Vanuit een impliciete associatie – het beeld dat bestaat over bedelaars – zou je haar reactie kunnen begrijpen. Want waarom komt die meneer niet in beweging en zoekt hij geen huis? Wat helpt een euro? Waarom hangt hij daar in het park terwijl hij een sollicitatiebrief kan schrijven? Waarvoor is die ene euro? Voor meer bier? Of nog erger, voor drugs? Enzovoorts.

Bovendien: ze heeft toch gelijk dat ze hem op zijn kwaliteiten, op zijn zelfredzaamheid, op zijn eigen kracht aanspreekt? Ze gunt hem immers alles. Sterker nog: ze wil hem die euro wel geven, maar weet dat hem dat niet gaat helpen. Terwijl verandering van levensbelang is voor zijn toekomst.

Maar wat gaat er nou eigenlijk mis? Want het is helder dat dit geen lekker gesprek was. Om te beginnen: een lawine van aannames van de vrouw. Door een schijnbaar gebrek aan oprechte belangstelling en benieuwdheid. Want ze stelt geen enkele vraag. Ze bombardeert hem met stellingen en ‘goede bedoelingen’, zonder ook maar iets van zijn achtergrond te weten. Haar oordeel is kant-en-klaar. Ze praat niet met hem, maar tegen hem. Geen behoefte aan context. Geen besef van de grote invloed van die context op het getoonde gedrag. Geen gesprek vanuit betrokkenheid, maar oordelend via geveinsd engagement.

Daarnaast spreekt ze hem op infantiliserende toon aan. Denigrerend zelfs. Alsof hij als klein kind op zijn plek gezet moet worden. Alsof ze hem met haar toespraak wel even zal redden. Opnieuw: terwijl ze niet het flauwste benul heeft van de redenen waarom hij vanaf dat parkbankje bedelt.

Honderdtachtig graden

Deze houding, deze benaderingswijze, dit archetype, komt onder professionals helaas regelmatig voor. Vaak ingegeven door de doctrine van de participatiesamenleving. Zonder contact te maken, zonder betrokkenheid, maar gevangen in de dwangbuis van professionele distantie in plaats van nabijheid, verlamd door een haast geautomatiseerd reactief weerwoord.

Dat is het nieuwe zeer én het oude zeer. De neiging om mensen te categoriseren zonder hun verleden te kennen. Het onderliggende patroon niet herkennen en mensen opdrijven in plaats van remmende krachten weg te nemen. Wat contraproductief werkt – iets dat Kurt Lewin al heel lang geleden benadrukte. De vanzelfsprekendheid van snel oordelen zonder afstemmen. De min of meer blinde drang om vanuit de hoogte de ‘mislukte’ en ‘behoeftige’ mens te laten zien hoe die door anders te denken en doen alles kan veranderen. Dat het leven maakbaar is. Altijd. Als je maar wilt.

Daar moeten we echt eens mee ophouden. Bij voorkeur vandaag.

Want uit het filmpje blijkt ook dat haar handelen geen effect heeft. Haar boodschap komt niet aan bij de bedelaar. Het enige dat hij doet is haar beduusd aankijken en zijn vraag herhalen. Ze is in de veronderstelling dat ze juist heeft gehandeld, haar ‘triomfantelijke’ afscheid illustreert dat, maar heeft niet in de gaten dat ze de plank volledig misslaat.

Wanneer ze contact zou maken, vanuit haar hart, ontstaat er waarschijnlijk een heel ander gesprek. Zodra ze luistert en geen norm oplegt, groeit mogelijk een band. Dat maakt natuurlijk wel kwetsbaar, want dan kan ze ineens geraakt worden. Dat is het ‘risico’ dat ze loopt. Dat er een connectie ontstaat. En dat is misschien eng. Mogelijkerwijs zelfs ongewenst. Want verbinding kan zomaar betekenen dat je van binnenuit gemobiliseerd wordt en iets wil doen voor die meneer. Dan verdampt alle professionele distantie en wil je als mens voor die andere mens van waarde zijn. Als je jezelf toestaat om daardoor geïnspireerd te raken en uit je vertrouwde, veilige wereld stapt.

Zo simpel is het. Handelen vanuit mededogen. Meer is niet nodig. Beter gezegd: dat is alles.

De mens is de enige maat

Van alle dingen is de mens de maat, van de dingen die zijn dat zij zijn en van de dingen die niet zijn, dat zij niet zijn.

Protagoras van Abdera (± 485 – ± 415 v. Chr.)

Tijdens de vierdaagse basisopleiding schuldhulpverlening die ik afgelopen juni gaf, ontstond het gesprek dat vrijwel altijd ontstaat. Meestal begint het met een vraag of een stelling over de eigen verantwoordelijkheid bij het ontstaan van problematische schulden versus de complexiteit van het systeem dat diezelfde problematische schulden veroorzaakt dan wel toestaat.

De neiging een schuldige aan te wijzen is bijna overweldigend – zeker zodra het over problematische schulden gaat. Engelsen zouden zeggen: the urge to assign guilt for debt incurred is overwhelming. Het is de menselijke drang om te expliceren, om het dilemma hanteerbaar te maken, om goed en slecht te benoemen en onderscheiden, terwijl we feitelijk niet écht kunnen verklaren hoe iets is ontstaan. We zijn bevangen door de drang en illusie van begrijpen, zonder het licht van besef.

Los van het feit dat er sprake is van een ingewikkeld samenspel en van het (vrijwel altijd) ontbreken van een eenduidige oorzaak, wordt evenmin gezien dat de complexiteit van armoede en schulden veel groter is dan de eerder genoemde tegenstelling. Ook hier geldt: (over)simplificatie leidt niet tot verheldering. Er doet zich namelijk een gecombineerd krachtenveld voor van drie grote actoren in de armoede- en schuldenketen. Een machtssfeer waarbinnen (eigen)belang, gebrek aan ervaring met de dagelijkse praktijk, positionering, lobby en angst voor verlies van plaats aan de onderhandelingstafel, allemaal een rol spelen.

De drie hoofdrolspelers

De drie zijn achtereenvolgens: de overheid als (beoogd) leverancier van inkomenszekerheid, de schuldenindustrie en als laatste schuldhulpverlening in de breedste zin van het woord. Binnen deze driehoek speelt zich het ontstaan, bestrijden en in stand houden van armoede en schulden af. Uiteraard tegen de achtergrond (of desgewenst voedingsbodem) van de Westerse sociaaleconomische structuur zoals we die in Nederland kennen: de neoliberale invulling van kapitalisme die privatisering, marktwerking en verdienmodellen stimuleert. Een samenleving bovendien waar de bescherming tegen het maken van schulden veel beter moet zijn.

Maar ook hier dient nauwkeuriger gekeken te worden. Het zijn tenslotte drie abstracte begrippen: overheid, schuldenindustrie en schuldhulpverlening. De overheid bestaat uit verschillende deelnemende ministeries (onder andere Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Veiligheid en Justitie en Economische Zaken), de lokale overheid (gemeentelijke organisaties en andere bestuursorganen) en diverse belangenorganisaties (zoals VNG en Divosa).

De schuldenindustrie begint bij banken, creditcardmaatschappijen en andere kredietverstrekkers zoals Klarna, Riverty en Afterpay, bij gokbedrijven (terwijl het staatsgokbedrijf Holland Casino meer jongeren wil aantrekken!), en opnieuw de overheid als aanjager van armoede en schulden (lees De Boetefabriek maar eens), en eindigt bij incassobureaus, schuldenopkopers en deurwaarders.

Schuldhulpverlening bestaat uit het minnelijk traject (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening), het wettelijk traject (Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen), schuldenbewindvoerders (Wet curatele, beschermingsbewind en mentorschap), en koepelorganisaties (waaronder NVVK, Bureau Wsnp en Horus) en belangenverenigingen (waaronder BBW, AVS en Sociaal Werk Nederland). In deze laatste categorie wordt trouwens ook mondjesmaat gesproken over mediation (Mediatorsfederatie Nederland).

Het is al decennia duidelijk dat deze drie groepen van spelers, deze drie zuilen, en zelfs partijen binnen de zuilen, tegengestelde, botsende en haaks op elkaar staande motieven en baatzucht hebben. Het resultaat is helder: zo goed als een patstelling, waardoor nauwelijks vooruitgang wordt geboekt, ondanks een eindeloze stroom aan initiatieven, convenanten en wetgeving. Die hierdoor zelden meer bereikt dan minimale verschuivingen. Inkomenszekerheid blijft ver buiten bereik (mede door de flexibilisering van de arbeidsmarkt), de schuldenindustrie blijft exorbitante winsten maken en schuldhulpverlening blijft onderpresteren. Het is vooral watertrappelen zonder land in zicht. En we weten allemaal dat je, hoe lang je dat ook volhoudt, uiteindelijk kramp krijgt, onderkoeld raakt en kopje onder gaat.

Om het helemaal onoverzichtelijk te maken: daartussenin bewegen zich tientallen vrijwillige schuldhulporganisaties (voor een belangrijk deel met inzet van ervaringskennis), juridische ondersteuning en sociaal raadsliedenwerk, systeemcertificering en -management, adviesorganen en onderzoeksbureaus, (krediet)registratiebureaus en andere informatiesystemen, detacheringsbureaus, advocaten en rechtspraak, opleidingsinstituten, privacywaakhond Autoriteit Persoonsgegevens, welzijnsorganisaties, (door de overheid gesubsidieerde) sociale ondernemingen, hogescholen en lectoraten, en niet te vergeten diverse softwareleveranciers.

Uomo vitruviano – Leonardo da Vinci

De burger verdwaald in het oerwoud

Te midden van deze verstikkende Gordiaanse knoop raakt de persoon of het huishouden met ernstige financiële problemen totaal verstrikt. Ieder perspectief wordt gesmoord in een eindeloze kluwen van bureaucratie, procedurefetisjisme en digitalisering. Waardoor die persoon of dat huishouden op het toppunt van ontreddering onder andere aan een schier onafzienbare trits eisen en voorwaarden moet voldoen om überhaupt te worden toegelaten tot enige vorm van financiële ondersteuning. Het is volkomen begrijpelijk dat velen vroegtijdig afhaken of zelfs helemaal niet geholpen worden, door iets wat ik enkele jaren geleden al de onmenselijke systeemdictatuur heb genoemd: het verstikkende juk dat voor management, uitvoering en belanghebbenden verlammend werkt. Daar is de verduistering is maximaal. Gelukkig zijn er wel lokale initiatieven die soelaas bieden.

Het moge duidelijk zijn dat de bovenaan geciteerde Homo Mensura stelling van de Griekse sofist Protagoras alle betekenis heeft verloren in deze chaos en verdwazing. Enige vorm van relativisme bestaat niet meer. Alles is verworden tot defensieve routines en angstig weigeren van enig maatwerk. Geen responsief in plaats van reactief overheidshandelen, geen werkveld overstijgende visie, geen bereidheid positie op te geven ten dienste van het grote goed, maar angstig vasthouden aan piketpaaltjes rondom het veroverde territorium. En al helemaal geen urgentie, moed en inspiratie om met de borstel over het schoolbord te vegen en met een schone lei te starten. In plaats daarvan: reguleringswaanzin ten top.

Ter illustratie een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 april 2024 over herziening van een Wajong-uitkering vanaf maart 2020 en terugvordering van  € 14.403,66. In de samenvatting stelt voorzitter E.J.J.M. Weyers:

“Het gaat in deze zaak over de vraag of het UWV terecht tot gehele herziening en terugvordering van een Wajong-uitkering is overgegaan in verband met de door appellant gevolgde studies en genoten inkomsten uit arbeid. Volgens appellant moet rekening gehouden geworden met het niet adequaat handelen en lange stilzitten van het UWV. De Raad volgt dit standpunt van appellant en komt tot het oordeel dat bij de beoordeling of er sprake is van een dringende reden, niet alleen rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de herziening en terugvordering, maar ook met de oorzaak daarvan. Daarbij spelen alle feiten en omstandigheden van het geval, en ook de evenredigheid, een rol. De Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte niet alle feiten en omstandigheden heeft meegewogen bij de vraag of sprake is van een dringende reden om van gehele of gedeeltelijke herziening of terugvordering af te zien. Het UWV heeft eveneens ten onrechte niet getoetst aan het evenredigheidsbeginsel.”

Een hoopgevende uitspraak, waarin de hoogste bestuursrechter in socialezekerheidszaken onmiskenbaar de nadruk legt op dat wat verder gaat dan simpelweg de regels toepassen. Een inzicht dat hopelijk navolging gaat vinden binnen de rechtspraak in het algemeen en het sociaal domein in het bijzonder. Een eerste voorbeeld hiervan is de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 7 juni 2024. Daarin wordt op basis van het evenredigheidsbeginsel vastgesteld dat het terugvorderingsbedrag niet evenwichtig is en wordt de terugvordering door de bestuursrechter gematigd tot de helft van het oorspronkelijke bedrag.

De reactie op de uitspraak door Johanna Hirscher, lid van de Raad van Bestuur UWV, was zowel verheugend als verbijsterend: “Wij zijn blij met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. We weten dat een terugvordering grote gevolgen kan hebben voor de cliënt. En deze uitspraak geeft ons de mogelijkheid om hier anders mee om te gaan. We willen dat onze cliënten zich gezien, gehoord en geholpen voelen en deze uitspraak helpt ons daarbij. Tijdens de zaak hebben wij de rechter daarom ook specifiek gevraagd om ons hiervoor de ruimte te geven. Met de uitspraak hebben we die gekregen. We weten dat het een lange weg is geweest voor de cliënt en zijn ouders. Met hun doorzettingsvermogen hebben ze het mogelijk gemaakt dat wij meer ruimte hebben om anders om te gaan met terugvorderingen.”

Ze wist dus al jaren dat het UWV in handhaving en terugvordering onnodig hard is geweest. Maar onder het mom van “we mogen niet anders van de wet” (wat een zwak excuus!), heeft het UWV de hardvochtige uitvoering van regels en beleid ongewijzigd gelaten. Terwijl ze donders goed beseften dat er buitenproportioneel leed werd toegebracht. Of ze hebben het nooit gezien omdat ze verblind werden door het genadeloze systeemdenken. Dat laatste is misschien nog wel erger dan het eerste.

Hoe dan ook, waar was het doorzettingsvermogen van het UWV? Hirscher doet voorkomen alsof het UWV zonder deze uitspraak niet in staat is geweest anders te handelen. Dat is natuurlijk de grootste onzin. Het spectrum aan overwegingen is veel groter dan alleen maar een binair ja of nee. Er is altijd een keus om te wikken en te wegen en af te wijken. Altijd. Het is geen academisch probleem. Want ook hier geldt: de mens is de enige maat.

Terug naar het begin

Nu weer naar de basisopleiding schuldhulpverlening waar het gesprek ontstond. Het blijkt bijna onmogelijk om beweging te krijgen in de drie opponerende partijen en vertegenwoordigers. Ze gedragen zich net zo halsstarrig als het UWV in het voorbeeld hierboven. Ook vanwege het ontbreken van een krachtige voortrekker die de moed heeft liefdevol tegen heilige huisjes te schoppen. Wat een trieste conclusie is. Omdat degene die het zonder hulp niet redt, vermalen wordt tussen strijdkrachten in een arena waar de protagonisten van geen wijken willen weten, schermend met wet- en regelgeving, de eigen positie tot de dood verdedigend.

Mijn pleidooi blijft daarom om die drie zuilen samen te voegen tot één. Richt een Ministerie van Bestaanszekerheid op, waar alles rondom bestaansinkomen (dat de huidige structurele en tijdelijke inkomensondersteunende en minimaregelingen overbodig maakt) en schulden geregeld is – met een Wet Bestaanszekerheid als grondslag. Geef de minister van Bestaanszekerheid drie staatssecretarissen: Onderwijs en Werk, Financieel Welzijn (zie mijn wetvoorstel Wet integrale schuldsanering Wis), en Zorg. Hierdoor worden alle leefgebieden, zoals beschreven in de Grondwet (artikelen 19 tot en 22) onder een dak gebracht. Daarmee wordt het ministerie van Bestaanszekerheid (en misschien zelfs Bestaansveiligheid) dé voorvechter van het streven naar een menswaardig bestaan nu en in de toekomst. Omdat de mens de enige maat is.

Om met Gregory House uit de gelijknamige televisieserie te eindigen: “Rules are just helpful guidelines for stupid people who can’t make up their own minds.” Laat dat goed doordringen tot alle betrokkenen bij inkomenszekerheid, schuldenindustrie en schuldhulpverlening. Tot we allemaal beseffen dat wet- en regelgeving nooit de waardigheid van de mens mag overtroeven. Maar dan ook echt nooit.

Banden smeden over de grens heen

Tijdens het lezen van het boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld van Tim ’S Jongers en de NRC column Een hartgrondig gvd van Youp van ‘t Hek, werd ik overvallen door een gedachte: hoe komt het eigenlijk dat er geen échte beweging zit in de aanpak van armoede en schulden? Nu ik de afgelopen dertig jaar overzie – de jaren dat ik in de wereld van armoede en schulden werk – valt me iets cruciaals op: er is geen verbinding.

Er bestaan grofweg twee bubbles zodra het over armoede en schulden gaat. De kring waar men vanuit betrokkenheid, beroep of ervaringskennis is aangesloten op het leed dat door financiële problematiek wordt veroorzaakt. En de kring waar men er niet mee begaan is, omdat er geen betrokkenheid bestaat en geen direct contact met mensen met financiële problemen. Deze twee werelden existeren strikt gescheiden naast elkaar.

In de eerste wordt met grote regelmaat gesproken over, onderzoek gedaan naar en geld vrijgemaakt voor het bestrijden van armoede en schuldenproblematiek. Publicaties struikelen over elkaar om via diverse gezichtspunten, strategieën en beleidsterreinen het vraagstuk te fiksen. Vooralsnog zonder merkbaar effect. Wel spreken we elkaar aan en luisteren en bevestigen we dat we het roerend met elkaar eens zijn en dat het nou toch eindelijk eens goed aangepakt moet worden. Soms wordt er gezellig samen gemopperd. Evenmin met veel gevolg. Dit is zichtbaar op sociale media zoals LinkedIn en X, maar ook tijdens de vele congressen, bijeenkomsten en debatten. Bijval is meestal niet van de lucht, klaterend applaus en felicitaties evenmin. Mild chargerend: we preken voor eigen parochie.

In de tweede wordt niet of nauwelijks over de problematiek gedacht of gesproken. Armoede en schulden behoren niet tot die leefwereld. Hoogstens als het over die arme kindertjes in Afrika gaat. In dit milieu bestaat ook bijna geen bewustzijn of weten over de problematiek in Nederland. Wanneer diegenen een praktijkvoorbeeld wordt voorgeschoteld, zijn ze sprakeloos en ontstaat een (meestal kortstondig) gevoel van schaamte en verbijstering, of is het antwoord reflexmatig: moeten ze maar (harder) gaan werken; ze hebben het er zelf naar gemaakt; waar een wil is, is een weg; profiteurs die parasiteren op onze belastingcenten. Er bestaat geen belangstelling of mededogen. Onverschilligheid troef. Dat (ongewenste) deel van de samenleving bevindt zich immers in de marge, aan de andere kant van de kloof, en is dus oninteressant. Hoogstens een last voor de economie.

Zoals gezegd, deze twee werelden bestaan los van elkaar. Soms komen ze even met elkaar in aanraking. Tijdens een televisieprogramma, een benefietvoorstelling of een paneldiscussie georganiseerd door een studiecentrum. Waar het verschil van inzicht keurig afgebakend blijft en de dagvoorzitter zonder overtuigingskracht pogingen doet hoopgevende ontwikkelingen te schetsen. Daarna gaat ieder weer zijns weegs. Terug naar de kudde waartoe ze behoren. Iedere toenadering in de kiem gesmoord. Status quo vakkundig gehandhaafd.

De afgelopen drie decennia zie ik de bekende experts, specialisten en geleerden uit de eerste bubble in relatief klein gezelschap met elkaar optrekken. Zij vormen de frontlinie. We weten allemaal wie dat zijn. Ze vertolken al heel lang hetzelfde geluid, vooralsnog zonder veel resultaat. Dat komt deels ook omdat ze menen te moeten wikken en wegen: hoeveel kan ik zeggen zonder mijn luisterend oor (bij de mensen die ‘aan de knoppen draaien’) te verspelen? Belangen, positionering, netwerk, angst status en krediet te verbeuren bepalen uitingen en gedrag. Waar sommigen in het begin nog van leer trokken, hebben ze hun toon nu gematigd, omdat ze nu ook tot de fine fleur behoren. Omzichtig formulerend, ieder woord op een goudschaaltje, niemand voor het hoofd stotend, krachteloze teksten, liters water bij de wijn. Netto opbrengst te verwaarlozen.

De andere bubble heeft een duidelijke identiteit, maar geen bekende mensen die het gezicht vormen. Natuurlijk zijn er politici die hun boodschap verkondigen over mensen die in armoede leven, maar hen bedoel ik niet. In zekere zin is het ook wel logisch dat die andere bubble amper herkenbare vertegenwoordigers kent, misschien op iemand uit het bedrijfsleven na die het tot multimiljonair heeft geschopt. Ergens ook wel te begrijpen: naar het bestaan van rijkdom in combinatie met onwetendheid over armoede wordt volgens mij geen onderzoek gedaan. Succesverhalen daarentegen vullen vele docusoaps, maar dat zijn vooral egodocumenten om te getuigen van een maakbare wereld waarin iedereen een topper kan worden. Als je maar echt wil, ambitie toont en je kansen grijpt. Dan is niets onmogelijk.

Ruyi Bridge voetgangersbrug in Taizhou, Zhejiang, China

Eigenlijk kan het niemand verbazen dat er geen beweging zit in het oplossen van armoede en schulden: er is (nog) geen bruggenbouwer die deze twee werelden in de diepte aan elkaar voorstelt. Terwijl daar nu meer dan ooit behoefte aan is. Er is niemand opgestaan die de karikatuur achter zich laat en de kloof tussen de twee belevingswerelden weet te dichten. Iemand die de taal van beiden spreekt, die niet alleen uit is op lof van eigen entourage of een schouderklopje voor communicatief en politiek zorgvuldig laveren. Iemand die laat zien dat polarisatie desastreus is. Die het lijden voelbaar kan maken, die mensen kan bewegen tot inzet, tot bijdragen aan een duurzame oplossing. Iemand die de verschillen belangeloos overstijgt – desnoods in scherpe bewoordingen.

Iemand die zorgt dat welvaart, welzijn en bestaansveiligheid een vanzelfsprekendheid zijn waaraan iedereen wil bijdragen, ongeacht afkomst, (politieke) ideologie of plek op de sociaalmaatschappelijke ladder. Iemand die vanuit het hart spreekt en het hart van de ander opent. Zodat opvattingen transformeren, het vertrouwen herstelt, de samenleving zich verenigt en besef van eenheid vorm krijgt. Om te bewerkstelligen dat het ontstaan van armoede en schulden volwaardig wordt verlicht. Letterlijk en figuurlijk. Zonder hyperbool of drama. Maar gewoon. Omdat we er als geheel van groeien.

Broddelwerk contra bestaanszekerheid

Afgelopen 1 juli 2023 is de wetswijziging van de Faillissementswet ingegaan. De wettelijke schuldsaneringsregeling is ingrijpend gewijzigd, met als voornaamste aanpassingen de verkorting van de looptijd, de inkorting van de te goedertrouwtoets en het schrappen van de tienjaarstermijn bij hernieuwd beroep op het wettelijk traject. Dit heeft logischerwijs ook tot verstrekkende veranderingen in het buitengerechtelijke traject schuldhulpverlening geleid. Tegelijk heerst er nog veel onduidelijkheid over alle gevolgen. Zeker nu er rechters en schuldeisers zijn die de herzieningen bekritiseren of zelfs deels negeren.

Solistisch en overhaast

Om te beginnen bleek al snel dat de verschillende ministeries, koepelorganisaties en adviesorganen opnieuw niet gezamenlijk zijn opgetrokken. De aangekondigde ingangsdatum van de wetswijziging van 1 januari 2024 werd in 2022 door betrokken partijen met verbazing ontvangen. Waarom toch zo lang wachten? Onder andere onder druk van vroegtijdig anticiperen op de nieuwe wetgeving door minister Schouten en de NVVK, heeft minister Weerwind uiteindelijk besloten de wijzigingen per 1 juli 2023 in te laten gaan. Zonder goed beeld te hebben van de haken en ogen. De geschiedenis blijft zich herhalen. Bij de vereenvoudiging van de beslagvrije voet in 2021 (die helemaal geen vereenvoudiging blijkt in de praktijk), zijn dezelfde fouten gemaakt. De incompetentie en het gebrek aan regie stralen er weer van af. Niemand beseft dat er een gezamenlijk opgave bestaat, men etaleert hoogstens een zweem van plichtmatige urgentie. Het blijft een potje grootspraak en wensdenken. Het leervermogen van de wetgevers en beleidsmakers blijkt opnieuw niet bestaand. Men suggereert van alles, maar kan niets waarmaken. Of de bewust gemaakte keuzes zijn zodanig dat vooral electorale belangen en posities in de schuldenindustrie behartigd worden.

Diverse amendementen in de wetswijziging hebben ervoor gezorgd dat burgers met financiële problemen sneller van hun schulden af zijn. Het juk van jarenlang boeten voor de schuld is een stuk lichter geworden. Gedwongen van een minimum leven – dat eigenlijk al lang niet meer houdbaar is als (sociaal) minimum – is draaglijker geworden nu de finishlijn een stuk dichterbij ligt. Tegelijkertijd blijft de vraag of de doorstroom met deze wijzigingen bevorderd wordt, zoals in de titel van de wetswijziging staat. Het lijkt eerder een amechtige poging de zieltogende Wsnp te reanimeren. Waarschijnlijk een vergeefse krachtsinspanning. Zeker wanneer het politieke klimaat na de aanstaande verkiezingen verandert en burgers met schulden niet langer met fluwelen handschoen worden behandeld.

Verwarring en chaos

Intussen hebben rechters in vonnissen al gesteld dat er sprake is van rechtsongelijkheid, dat redelijkheid en billijkheid onvoldoende zijn verankerd in de wetswijzigingen, stellen schuldeisers aanvullende eisen in het minnelijke traject waardoor in de praktijk de looptijd alsnog verlengd wordt, overheerst alom frustratie over het mankerende overgangsrecht, bestaat er door grote gemeentelijke beleidsvrijheid een onwenselijk verschil in aanbod per gemeente, worstelt de schuldhulpverlener met het nieuwe ritme van hercontroles en herberekeningen (waarover niet is nagedacht), bestaat de angst dat de materiële looptijd van de Wsnp onvoldoende is om alle werkzaamheden zorgvuldig uit te voeren, gaan schuldeisers mogelijk eerder beslag op inkomen leggen omdat een schuldsanering nog minder oplevert, vrezen beschermingsbewindvoerders niet alleen dat ze nog minder tijd krijgen, maar ook dat het (verdienmodel) schuldenbewind gaat verdwijnen, willen schuldeisers garanties wat betreft het voorkomen van recidive en ontbeert het minnelijk traject nog altijd slagkracht omdat het geen juridische basis kent.

Kortom: er wordt aan de achterkant en halverwege het traject aan van alles gemorreld en geknutseld, maar helpen doet het allemaal niet. De uitgesproken ambitie om burgers met financiële problemen na beëindiging van het traject via interventies financieel redzaam te maken, het traject schuldhulp als tweetrapsraket presenterend (eerst oplossen, daarna opvoeden), lijkt eveneens een holle frase. Zeker omdat nooit goed is onderzocht en vastgesteld wat financieel redzaam precies betekent, laat staan dat we weten hoe effectief die vele interventies zijn.

Om nog maar te zwijgen over het feit dat we wél weten dat er een groeiende groep burgers is die structurele ondersteuning nodig heeft, omdat ze simpelweg niet (meer) kunnen meedoen in deze complexe (digitale) wereld en het utopische modelgedrag nooit zullen leren. Niet uit onwil, maar vanwege de onmogelijkheid die vaardigheden onder de knie te krijgen. Een groep die wel duidelijk in beeld is aan de voorkant van het sociaal domein, zoals in buurthuizen en bij vrijwilligersorganisaties. Helaas wordt van die vindplaats nog steeds veel te weinig gebruik gemaakt, omdat territoriumdrift en denken in eilandjes de boventoon blijven voeren. Ook hier is geen sprake van samenwerking in de ware zin van het woord. Terwijl diverse publicaties helder de vinger op de zere plek leggen [Spectrum augustus 2023].

Rekensommen

Een ander punt dat maar niet voor het voetlicht komt, is de financiële investering in een traject schuldhulpverlening versus de opbrengst ervan. Weliswaar wordt in Schuldhulpverlening loont! [Regioplan juli 2011] verondersteld dat elke euro die gemeenten aan minnelijke schuldhulpverlening besteden, op andere plekken – zoals minder huisontruimingen en korter gebruik van uitkeringen – leidt tot gemiddeld twee euro aan kostenbesparing, maar vertelt de Benchmark Armoede en Schulden [Divosa 2018] een heel ander verhaal.

In een video stelt Divosa dat schuldhulpverlening in een fictieve gemeente van 50.000 inwoners gemiddeld € 632.119 per jaar kost. In die fictieve gemeente melden zich jaarlijks 230 huishoudens, waarvan er 122 ook daadwerkelijk hulp krijgen. Dat levert een kostenpost op tussen afgerond € 2.750 en € 5.180 per huishouden – afhankelijk van de berekeningswijze. De gemiddelde uitvoeringskosten per dossier bedragen dan € 3.965. Aan de andere kant weten we dat in meer dan de helft van de minnelijke trajecten voor de schuldeisers heel zelden meer gereserveerd kan worden dan de minimale afdracht van € 60 per maand. Met de nieuwe looptijd van een traject van 18 maanden, resulteert dat in € 1.080 voor alle schuldeisers. De rekensom is dan eenvoudig: voor ruim de helft van de aanvragen schuldhulpverlening geldt dat de kosten de baten ruimschoots overschrijden. Waarom dan nog een traject optuigen? Er is immers sprake van een bizarre kosteninefficiëntie.

Als een buitengerechtelijk traject niet slaagt en een beroep op de Wsnp wordt gedaan, is de rekening uiteraard nog veel hoger, en is het negatief saldo van de sanering substantieel roder. Het zou dan zomaar kunnen dat het oplossen van schulden zes tot acht keer zo duur is als de opbrengst van het traject. Overigens blijft er aan het eind van een wettelijk traject met grote regelmaat helemaal niets voor de schuldeisers over, omdat allerlei kosten en het salaris van de Wsnp-bewindvoerder uit de boedel (het gespaarde bedrag) betaald moeten worden. Wat alleen maar onderstreept hoe geldverslindend deze aanpak is en pleit voor één juridisch traject, zonder instemmingsrecht voor de schuldeisers, inclusief een nieuwe financieringssystematiek.

Want waarom de schulden voor deze grote groep huishoudens niet eenvoudig kwijtschelden en in plaats daarvan het dan vrijgekomen geld investeren in vroegtijdige individuele duurzame begeleiding, zodat burgers direct in beeld zijn en niet onzichtbaar zelf naar oplossingen zoeken of zich uit schaamte  of taboe niet melden? Dat zet tenminste zoden aan de dijk en voorkomt in grote mate recidive. Waarschijnlijk veel beter dan wat we nu voorlichting, vroegsignalering en nazorg noemen. Nogmaals: zoek de samenwerking met buurthuizen en vrijwilligersorganisaties, waar burgers veel eerder en makkelijker een wijd open deur en een ruggensteun vinden en laagdrempelig en oordeelloos geholpen worden.

Verder kwam in 2022 van de minimaal 614.000 huishoudens met (geregistreerde) problematische schulden [CBS oktober 2021] maar 12,3% bij schuldhulpverlening terecht, met een totale schuldenlast van € 3 miljard [NVVK mei 2023]. Van de ruim 75.000 aanmeldingen werd in 2022 voor 21,7% een schuldregeling opgezet [NVVK mei 2023]. Dat betekent dat slechts 2,6% van de huishoudens met (geregistreerde) problematische schulden een oplossing wordt geboden in het minnelijk traject. Daarnaast eindigden in 2022 in totaal 4.871 Wsnp-trajecten [Raad voor Rechtsbijstand juli 2023]. In 91% van die zaken leidde het traject tot een schuldenvrije toekomst. Dat zijn 4.432 huishoudens, wat neerkomt op 0,72% van de huishoudens met (geregistreerde) problematische schulden. Bij elkaar opgeteld zorgt het hele (duurbetaalde) arsenaal aan schuldhulpverlening dus voor nauwelijks meer dan 3,2% van de eerdergenoemde 614.000 huishouden voor een oplossing. Een onthutsende conclusie. Vooral omdat we weten dat het werkelijk aantal huishoudens met problematische schulden veel hoger ligt; eerder richting of zelfs voorbij een miljoen.

Omissies

Cijfers over de effectiviteit en het oplossend vermogen van schuldenbewinden zijn er trouwens niet. Het aantal jaarlijks uitgesproken schuldenbewinden blijft wel gestaag groeien. Terwijl het wettelijk adviesrecht van gemeenten nauwelijks wordt toegepast – slechts enkele gemeenten maken hier gebruik van [SEO november 2022]. Iets wat de Afdeling advisering van de Raad van State al had voorzien toen ze stelde dat ze er nog niet van overtuigd was dat een wettelijk en formeel adviesrecht voor gemeenten echt nodig en geschikt is [Raad van State november 2019].

Wat minstens zo verbazingwekkend is, en een gemiste kans, is de omstandigheid dat de posities van de schuldeisers en de beschermingsbewindvoerders niet zijn herijkt rondom de wijziging van de Faillissementswet. Een herziening van het verhaalsrecht in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en een expliciete vaststelling van een termijn van een schuldenbewind in Boek 1 in datzelfde Burgerlijk Wetboek, waren meer dan wenselijk geweest. Iets wat de wetgever in het laatste geval ook al heeft nagelaten bij de introductie van het gemeentelijk adviesrecht bij schuldenbewinden.

Terug naar het fundament

Demissionair minister Schouten kondigde juli 2022 aan dat ze een halvering beoogt van het aantal mensen in armoede en het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030, door de bestaanszekerheid van alle Nederlanders te versterken. Een loffelijk streven, dat onder andere door de conclusies van de Commissie Sociaal Minimum ondersteund wordt. Dat de omslag van het rapport Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum van die commissie gesierd wordt door Sisyphus die een rotsblok tegen de berg opduwt, is veelzeggend en omineus. Het beeld is voor velerlei uitleg vatbaar: als kwinkslag naar de regering, kabinet en Tweede Kamer, als waarschuwing voor de voorstanders van herziening van het stelsel, als (h)erkenning van de lange weg die te gaan is, als hart onder de riem voor de commissieleden zelf om niet op te geven, als voorbode van een afwijzende reactie vanuit de politiek, of als het ploeteren van de burger door het bureaucratische doolhof van inkomensondersteunende maatregelen terwijl collectieve voorzieningen stelselmatig afgebroken zijn.

Het is hoe dan ook een saillant beeld. Zorgwekkend ook. Omdat bestaanszekerheid voor een miljoen mensen in Nederland al heel lang niet meer bestaat. Terwijl bestaanszekerheid ten grondslag ligt aan breed welzijn en een gezond leven. De stress die armoede en financiële problemen veroorzaken, is onweerlegbaar aangetoond. De doorwerking daarvan voor de cognitieve functies, (mentale en fysieke) gezondheid, relaties, werk en dagelijks handelen zijn overduidelijk. Wat aangeeft hoe ontzettend belangrijk financiële zekerheid en stabiliteit is. Cruciaal zelfs. Want armoede en schulden zijn het gevolg van het ontbreken van geld, zelden ligt de schuld van financiële problematiek bij de burger zelf.

Op de keper beschouwd zijn burgers die met (problematische) schulden leven, in armoede dagelijks gedwongen zijn de eindjes aan elkaar te knopen, of allebei, praktisch vogelvrij verklaard. Als ze niet vervolgd worden door incassobureaus of gerechtsdeurwaarders, dan is het wel een bataljon aan (overheids)instanties dat ze overlaadt met eisen en voorwaarden gebaseerd op wantrouwen. Een leger van debiteurenbeheerders, ambtenaren en schuldhulpverleners dat door middel van vele ingewikkeld geformuleerde brieven burgers bij voortduring verplicht zich te verantwoorden voor het feit dat ze onschuldig zijn aan hun gebrek aan inkomen.

Bestaansinkomen

Wanneer de wens oprecht is om financiële problemen daadwerkelijk bij de wortel aan te pakken, is de oplossing eenvoudig: garandeer bestaanszekerheid. Rigoureus en zonder aarzelen. De aangekondigde herziening van de Participatiewet is onvoldoende. Ondanks alle goede bedoelingen, is het rapport van de Commissie Sociaal Minimum dat ook – armoede zal er niet door halveren. Net zoals de wijziging van de Faillissementswet de bestaande problematische schulden niet zal halveren. Het blijven pleisters en noodverbanden op, en potten en pannen onder het overvloedig lekkende (sociale?) stelsel.

Toon de euvele moed om het bestaansinkomen te verwezenlijken. Het is een vruchtbare bodem waarop niet alleen de burger zelf opbloeit, maar ook de maatschappij in zijn geheel. Bovendien voorkomt het zoveel van de financiële problematiek en de (hierboven geschetste) negatieve opbrengst van schuldhulp die daarbij horen. Om de kosten die veroorzaakt worden door (chronische) ziekte, uitval op werk, echtscheiding, huisontruiming, afsluiting en al die andere (bijna altijd) onomkeerbare gevolgen van toxische stress door armoede en schulden, nog maar buiten beschouwing te laten. Bestaanszekerheid door een bestaansinkomen. Het is de enige juiste weg. Omdat schuldhulpverlening symptoombestrijding is en een druppel op de gloeiende plaat. Omdat we iedereen een bestendig (financieel) toekomstperspectief gunnen, ontzet uit het duister van financiële wanhoop, waar overleven het maximaal haalbare is. Omdat we allemaal, zonder uitzondering, onderdeel zijn van hetzelfde weefsel en we elkaar vanuit dat besef kunnen bijstaan, uit solidariteit, met heel ons hart, handelend vanuit compassie, niet langer bevangen door de verlamming die inherent is aan het rammelende systeem. Ongeacht de (professionele of maatschappelijke) functie of rol die we vervullen. Omdat het in het licht voor iedereen zoveel prettiger toeven is.