Beeld en projectie

3 berichten

Heel diep ademhalen

De waanzin van 29 oktober

De VVD flikt het weer. Een nieuw eufemisme: activerende sociale zekerheid. Het speerpunt van het concept-verkiezingsprogramma is de hardwerkende Nederlander (lees: ondernemer). Bezuinigingen alom: een kleiner basispakket in de zorgverzekering, terugdraaien van verlaging van het eigen risico, ontkoppeling van minimumloon en uitkeringen, een uitkeringsplafond en een afgeslankt ambtenarenapparaat. Maar ook diverse boetes, zoals hogere verkeersboetes, boetes voor statushouders die niet naar taalles komen en boetes voor ouders van jongeren die niet willen bijdragen aan het voorkomen dat hun kind afglijdt. Want (financieel) straffen helpt.

Vooral dus: die luie Nederlanders (laat staan asielzoekers en statushouders) moeten zo snel mogelijk uit hun hangmatuitkering. Na participatiesamenleving en zelfredzaamheid is nu de activerende sociale zekerheid gemunt. De politiek correcte hertaling van het ware gedachtegoed van de VVD. Kun je nagaan hoe de fractieleden het binnenskamers noemen.

Laten we een ding vaststellen. De mensen die van een (bijstands)uitkering leven, zijn geen parasieten of luiwammesen. Het zijn vooral mensen die (tijdelijk) niet in staat zijn in hun eigen inkomen te voorzien. Sterker nog: velen die chronisch ziek of beperkt zijn, vallen onder de bijstandswet, maar horen daar helemaal niet in thuis. Deze groep, mogelijk de helft van alle mensen met een bijstandsuitkering, kunnen helemaal niet (meer) deelnemen zoals de Participatiewet beoogd. Hen verwijten dat ze niet willen werken is onbeschaamd en onmenselijk.

Want laten we nog iets vaststellen. De ware bloedzuigers zijn de obsceen rijken van Nederland die hun belasting niet betalen. De honderden miljoenen die door vermogensverschuiving en andere slimmigheden niet bij de fiscus terecht komen (mondiaal jaarlijks (!) zelfs 492 miljard dollar), daar zit het echte profiteren en de wanstaltige moraliteit van absolute hebzucht en corruptie.

Maar laten we vooral de jacht openen de zogenaamd frauderende uitkeringsgerechtigde die de regels niet goed heeft begrepen. Recht op vergissen? Daar heeft de VVD nog nooit van gehoord. Tenzij het een tweet betreft over een zanger die een optreden afzegt. Of werkelijk rendement in box 3 natuurlijk.

De VDD maakt maximaal gebruik van haar definitiemacht: ze bepaalt hoe iets heet, hoeveel ruimte iedereen (niet) krijgt, en welk gedrag (niet) wenselijk is en daarom (niet) beloond moet worden.

Ongefundeerd wild om je heen slaan

Wie ook helemaal los ging met haar definitiemacht, op LinkedIn in dit geval, was een vakredacteur Participatiewet bij Wolters Kluwer. De titel van de post was ‘Fraude met annuleringen en de impact op de bijstand’. Voor alle duidelijkheid: de post is intussen verwijderd. Waarom dat zo is, blijkt hierna. Gelukkig heb ik screenshots gemaakt.

In het schrijfsel wordt zonder enige vorm van onderbouwing – geen aantallen, geen jurisprudentie, geen casuïstiek – beweerd dat ze een nieuwe ernstige vorm van fraude heeft ontdekt. Klanten (wie?) kopen artikelen (welke?), maar annuleren deze met de claim dat ze nep of beschadigd zijn. Terwijl er geen sprake is van mankementen of imitatie. Gevolg: ze krijgen hun geld terug, maar behouden de producten. Volgens de schrijfster is het een specifieke vorm van misbruik van het retour- en annuleringssysteem. Foei!

Vervolgens schrijft ze: “Onze inschatting is dat er in deze situaties wel degelijk sprake is van vermogenstoename. Vooral wanneer het gaat om waardevolle merkartikelen, die naar hun aard en waarde niet algemeen gebruikelijk of noodzakelijk zijn, vertegenwoordigen deze een duidelijke bezitting”.

Poeh poeh. Nou nou. Alsof de vakredacteur het verdienmodel van een criminele organisatie heeft blootgelegd, waarin miljoenen omgaan, waardoor de financiering van de bijstand in gevaar komt. Ik heb wel een prangende vraag: wiens “inschatting”, welke “vermogenstoename” en om hoeveel “merkartikelen” gaat het? Om nog maar te zwijgen over het impliciete oordeel wanneer producten wel of niet “naar hun aard en waarde niet algemeen gebruikelijk of noodzakelijk zijn”.

En hierbij blijft het niet. Ze schrijft: “Dit gedrag heeft directe gevolgen voor het recht op bijstand. Conform artikel 17 lid 1 van de Participatiewet dient een dergelijke vermogenstoename gemeld te worden. Het niet melden hiervan ondermijnt niet alleen de rechtmatigheid van de uitkering, maar raakt ook aan de maatschappelijke solidariteit die ons sociale stelsel draagt.”

Ik val stil. Ze heeft de rottende wortel waaraan onze samenleving ten onder gaat, genadeloos aan het licht gebracht. Bijstandsgerechtigden ondergraven ons stelsel met nietsontziende vermogenstoename, fraudezucht en begeerte. We zijn verloren. Hele volksstammen zwendelen en bedriegen. Of, wacht …

Ik heb nog twee prangende vragen. Moet de frauderende bijstandsgerechtigde zijn bedrog zelf melden? Gaat ons sociale stelsel eraan als we deze woekering niet direct met genadeloze wapens bestrijden?

Nogmaals: geen aantallen, geen jurisprudentie, geen casuïstiek. Geen enkel voorbeeld. Helemaal niets. Terwijl er zich toch een nationale ramp onder onze ogen lijkt te voltrekken. Althans, dat is de suggestie.

Klap op de vuurpijl is de afbeelding die de post illustreert. Zelden zo’n stigmatiserend beeld gezien. Door AI gegenereerd wellicht. Maar oordeel zelf.

Dit kan dus echt niet. Een vakredacteur onwaardig. Beschamend voor Wolters Kluwer, volgens eigen website “Dé wereldwijde aanbieder van professionele informatie, diensten en softwareoplossingen”. Het is maar goed dat de post is verwijderd. Jammer alleen dat er geen excuses zijn aangeboden. Want dat was absoluut op zijn plaats geweest. Een blik van een collega redacteur was ook best handig geweest. De vakredacteur werkt immers net voor Wolters Kluwer. Onervaren misschien. Tikkie naïef. Iets te snel de wereld willen redden. Maar toch.

Zonder mededogen ongenuanceerd goochelen met cijfers

Ten slotte gaat Annemarie van Gaal in een column in De Telegraaf – u weet wel, die multimiljonair die financieel beknelden op nationale televisie uitlegt wat ze allemaal fout doen – nog even tekeer tegen bijstandsmoeders en collega parasieten en leeglopers: “Kijk, we hebben honderdduizenden vacatures in ons land en daarnaast honderdduizenden mensen die prima kunnen werken, maar het liever niet doen. We mogen deze laatste groep best met een iets hardere hand en stevigere sancties, richting een baan duwen.”

Tenenkrommende retoriek, geheel in lijn met de VVD bombast uiteraard. Want ze heeft er kennelijk geen weet van hoe de arbeidsmarkt functioneert. Zoals al hierboven aangehaald: de helft van de bijstandsgerechtigden is volgens VVD (!) staatssecretaris Nobel gezien hun medische en maatschappelijke situatie niet in staat om te werken. Zij horen niet in de bijstand, maar zijn daartoe veroordeeld door gewijzigde wetgeving, strengere keuringen en (financiële) herinrichting van het sociaal domein. Bovendien: de Commissie Sociaal Minimum heeft luid en duidelijk aangetoond dat de bijstand geen vetpot is en bestaansonzekerheid in stand houdt.

Door de ambitieuze ondernemer als boegbeeld van een florerende economie en vitale arbeidsmarkt te presenteren, tegenover de nietsnut die van een uitkering profiteert, schept ze een ernstig vertekend beeld van de werkelijkheid: “meer dan 400.000 bijstandsgerechtigden in ons land [die het] geen enkel probleem [vinden] om níet te werken”. Een schofterige generalisatie. Daarmee bewijst ze dat ze geen enkel idee heeft van de samenstelling van (en het verloop in) de groep uitkeringsgerechtigden.

Want hoeveel zzp’ers leven er niet op of onder bijstandsniveau? Het risico op armoede is bij zelfstandigen aanzienlijk. Volgens het rapport Activeren en faciliteren – Aanjager problematische schulden voor ondernemers kampen momenteel naar schatting 55.000 ondernemers met zodanig problematische schulden, dat hun toekomst op het spel staat. Niet bepaald aanjagers van een sterke economie.

Minstens zo’n grote misvatting: alsof die honderdduizenden bijstandsgerechtigden de opleiding, kennis en vaardigheden hebben die precies bij al die openstaande vacatures past. Maar Annemarie ziet het allemaal niet. Gewoon aanbieden en na twee keer weigeren strenger handhaven: uitkering kwijt. Dat zal ze leren en motiveren. Niet dus.

Sterker nog: “Maak er ook een project van: stel dat je ieder jaar op deze manier 5.000 vacatures invult bij gemeenten, 5.000 bij de overheid, 5.000 bij organisaties als de NS en Schiphol en 5.000 bij het bedrijfsleven. Dat is best een haalbaar doel. Ieder jaar krimpt het aantal mensen met een bijstandsuitkering dan met 5% en hiermee besparen we jaarlijks een half miljard euro aan uitkeringen en gemeentelijke uitvoeringskosten.”

Vort! Yalla! Aan de bak! Om met haar achternaamgenoot te spreken: “Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom?” Opiniemaker Annemarie lost het wel even op. Zo heeft ze het zelf ook gedaan. Dus dan kan iedereen het. Dit dedain. Deze hoogmoed en arrogantie. Bewijs van totaal onbegrip, gelardeerd met nul inlevingsvermogen, volkomen geïsoleerd levend in haar bubbel van zelfingenomen waarheden. Het huilen staat me nader dan het lachen.

De ware aard van het beestje

Waar hebben we dit toch eerder gehoord? Die nietsontziende drang om zonder enig bewijs de door de overheid armgemaakten – want dat zijn de meeste mensen die van een minimuminkomen moeten (over)leven – als slecht, lui en scrupuleloos weg te zetten. Dat met grote verontwaardiging vingerwijzen, zonder enige fundering. Waarom toch? Om eigen smetteloos geweten te demonstreren? Om jezelf een pluim te geven? Of naar een complimentje van de baas te bedelen?

Hebben de VVD, de vakredacteur en Annemarie van Gaal dan helemaal niets geleerd de afgelopen twaalf jaar (lees: het toeslagenschandaal en de hele sliert affaires in het kielzog)? Begrijpen ze dan helemaal niet dat juist dit beschuldigen zonder enige feiten, de polarisatie, de fragmentering, de onvrede en tegenstellingen alleen maar aanwakkeren? Of zijn ze (moedwillig) zo blind dat ze daar geen boodschap aan hebben? Niet (willen) zien hoe destructief en ondermijnend dit gedrag is? Terwijl er al zoveel onrust is. Zoveel onbehagen. Zoveel verwarring.

Gebruik je definitiemacht ten goede. Natuurlijk zijn dingen voor verbetering vatbaar. Draag daaraan bij. Op basis van de feiten. Niet op basis van meningen, aannames en gissingen. En zeker niet vergezeld van valse vooroordelen, verdachtmakende plaatjes of klakkeloos overgenomen beweringen.

Richt geen schade aan. Die is er al genoeg. Iedere dag weer. Overal. Doe daar niet aan mee. Laat je niet leiden door het duister en de waanzin van megalomanie. Breng vrede. Heb lief. Zonder onderscheid. Verspreid licht. Genees. Zo veel en zo vaak als je wilt en kunt. Geef. Zeker op LinkedIn. Maar vooral in je dagelijkse leven. Zonder terughouden. Want daar ligt de ware behoefte.

Professionele deflectie: een dodelijk kunstje

Wantrouwen ten opzichte van de overheid is al jaren een heet hangijzer. In de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen heeft achterdocht volgens vele duiders en experts een doorslaggevende rol gespeeld. De (on)verwachte ruk naar (radicaal) rechts wordt in de media verklaard door te wijzen naar groeiend gebrek aan geloof in de goede bedoelingen van de overheid. De vraag is alleen of deze (enigszins) eenvoudige verklaring hout snijdt. Ligt het echt bij de overheid, of bij vertegenwoordigers van de overheid? Zo bekeken, ligt de bron van het wantrouwen mogelijk dichterbij.

De manier waarop de overheid (een abstract begrip dat het sowieso lastig maakt aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid ergens neer te leggen) zich de laatste jaren heeft gepresenteerd, verdient allesbehalve de schoonheidsprijs. De zich nog altijd voortslepende toeslagenaffaire heeft, naast de gaswinning in Groningen en afwikkeling van de aardbevingsschade, diepgewortelde institutionele discriminatie en ongekend systeemfalen blootgelegd. Recente berichtgeving over dezelfde misstanden bij UWV en DUO bevestigen dat alleen maar. Daarnaast is de wetgeving in het socialezekerheidsstelsel voor een aanzienlijk deel gebaseerd op wantrouwen ten aanzien van de burger. Bovendien heeft de ontmanteling van de verzorgingsstaat en het in het leven roepen van de participatiesamenleving voor velen grote gevolgen gehad, omdat voorheen vanzelfsprekende ondersteuning ineens betaald moest worden of geheel wegviel, zonder een geboden alternatief.

Dat heeft bij heel veel mensen kwaad bloed gezet, niet zelden omdat ze zelf slachtoffer zijn (geweest) van bovengenoemde misstanden. Vervolgens worden politici en bestuurders via onderzoeken ter verantwoording geroepen, maar zij ontspringen veelal de dans en vinden hun heil elders. Sterker nog: terwijl enquêtecommissies vernietigende rapporten produceren, draait de banencarrousel op volle toeren.

Tel daarbij de vele crises op die de kop opsteken: inflatie, armoede, energie, wonen, klimaat, onderwijs en zorg, en de chaos lijkt compleet. De meerderheid van de Nederlandse bevolking komt in aanraking met een of meerdere van deze levensgroot opdoemende vraagstukken. Ook hierop heeft de politiek geen sluitend antwoord en wijst naar de Europese Unie als boosdoener of trekt zich terug in onheilspellend stilzwijgen. Er is in ieder geval geen sturend centrum dat de teugels in handen neemt en het land en haar inwoners op weg helpt richting het licht aan de horizon waar aan duurzame bestaansveiligheid gewerkt wordt.

Dit complex aan (onder)stromen en opgaven voedt het ongenoegen en de polarisatie, mede aangewakkerd door reguliere en social media. Slimme politiek leiders grijpen die groeiende onvrede aan om zieltjes te winnen, lopen voorop in framing en oversimplificatie, en moedigen mensen aan de randen van vrijheid van meningsuiting en democratie op te zoeken, terwijl ze spierballentaal bezigend gretig zondebokken aanwijzen en pertinente leugens verkondigen. De laatste uitwas van het promoten van dit radicale wereldbeeld door politici, is de burger die zich soeverein en autonoom verklaart met alle gevolgen van dien.

Stapeling

Intussen is er een stortvloed aan artikelen verschenen die op allerlei manieren de verharding, de polemiek en de groeiende kloof tussen partijen en bevolkingsgroepen tracht te verklaren. Maar een steekhoudend verhaal blijft uit. Natuurlijk wordt naar de opeenhoping van eerdergenoemde crises gekeken – die door vingerwijzen en suggestieve berichtgeving aan de gebruikelijke verdachten worden toegewezen. Natuurlijk wordt geconcludeerd dat deze crises een passende respons vergen. Natuurlijk is duidelijk dat die respons uitblijft. Waardoor het onbehagen groeit, mensen in opstand komen en als uitdrukking van dat misnoegen vooral tegenstemmen. Wat het einde van de beschouwing lijkt.

Maar daar houdt het natuurlijk niet op. De vraag is hoe het komt dat er geen passende respons is. De vraag is waarom het traditionele onderscheid tussen progressief en conservatief (en het onderlinge gekissebis tussen die twee) de kwestie alleen maar complexer maakt. De vraag is waarom links en rechts typeringen zijn die de lading niet langer dekken. De vraag is waarom zoveel mensen zich niet meer herkennen in het klassieke politieke landschap en het geraffineerd populisme de boventoon voert. Daarop blijft men de antwoorden schuldig. Terwijl een antwoord feitelijk niet moeilijk te vinden is.

Want de verbale handigheid die iedere bestuurder en politicus tegenwoordig bezit – na vermoedelijk vele uren oefenen in mediatrainingen onder leiding van duurbetaalde communicatieadviseurs – zorgt voor een onverwachte bijwerking. Want mensen voelen feilloos aan dat de gesproken woorden geen of nauwelijks waarheid bevatten en ze beseffen dat ze in het ootje genomen worden door de behendig fabulerende bewindspersoon. Ze voelen aan hun water dat ze met een kluitje in het riet gestuurd worden. En dat wekt woede en frustratie op. Omdat het door de burger uitgesproken en ervaren wantrouwen en onbegrip opnieuw wordt beantwoord met onzuivere koffie.

Spiegelpaleis

Kiezers zetten zich af omdat ze zich op basaal niveau realiseren dat ze niet serieus genomen worden. Dat een web van halve waarheden en hele leugens gesponnen wordt in een narratief zonder bodem. Dat de glimlach een façade is. Dat de gedebiteerde betrokkenheid en schaamte vals is. Dat de belofte om het beter te gaan doen holle retoriek is. Daar wordt het zaadje geplant. Daar ligt de kiem van het versterken van het fundamenteel wantrouwen. Daar ligt de oorzaak van de politieke aardverschuiving.

Politici hebben zichzelf gediskwalificeerd. Ze hebben ieder greintje geloofwaardigheid verkwanseld door professionele deflectie, die tot zogenaamde kunst is verheven. Geen enkele vraag van een journalist of presentator wordt beantwoord. Binnen de kortste keren wordt er een draai gemaakt en een vooraf bekokstooft verdichtsel verkondigd. Een mythe die weinig tot niets met de gestelde vraag te maken heeft. Waarna de politicus in kwestie tevreden voor zich uit kijkend constateert dat het goed gegaan is. Terwijl hij of zij niet begrijpt dat de afstand tussen hem of haar en de luisteraar of kijker alleen maar groter is geworden door het gewiekste betoog. Er is geen begrip ontstaan, alleen maar weerzin. Omdat de subtekst helder is: ik vertel mijn eigen verhaal en neem jullie per definitie niet serieus.

Omslag

Het is verbazingwekkend dat politiek Nederland dat niet in de gaten heeft. Sterker nog: het is verbijsterend dat ze niet zien dat de partijen nu zegevierend uit de laatste verkiezingen zijn gekomen, veel beter in staat zijn aan te sluiten bij dat wat er in de samenleving leeft. Het is ongelooflijk dat de gevestigde orde niet aanvoelt dat ze met ieder ontwijkend antwoord, hun eigen ruiten blijvend ingooien en kiezers nog meer in de armen van (radicaal) rechts drijven.

Wanneer men het tij wil keren, men wil voorkomen dat we een radicaal-rechtse regering krijgen die grondwettelijke verworvenheden aan de laars lapt en Nederland isoleert van de rest van Europa – behalve medestanders zoals de Italië en Hongarije – zal men moet stoppen met dit dodelijke kunstje.

Mensen zien niet alleen het onbetrouwbare gedrag van de overheid, maar vooral het onbetrouwbare gedrag van degenen die de overheid vertegenwoordigen. Wanneer die vertegenwoordigers hierin volharden en zo het wantrouwen alleen maar vergroten, gaat het niet goedkomen. Uiteindelijk laten mensen zich niet voor de gek houden. Intuïtie vertelt hen loepzuiver dat gedrag en woorden niet kloppen, dat het vertelde verhaal te wantrouwen is, dat uitgekiende woordkeus niet hetzelfde is als de waarheid vertellen, dat de goede bedoelingen schroot onder een dun laagje chroom zijn. Daarop is de politiek keihard afgerekend. Hoogste tijd om daar lering uit te trekken. Anders is de uitslag van de laatste verkiezingen geen incident, maar het begin van een reeks.

De eerste drempel

Nu de grote gevolgen van de coronacrisis na de zomer worden verwacht, worden de eerste onderzoeken en conclusies over een ‘nieuwe’ aanpak in schuldhulpverlening al gepresenteerd. De nadruk ligt daarbij op coaching, om de veerkracht van de schuldenaar te stimuleren en behouden.

De groep die extra aandacht krijgt is de lager opgeleide schuldenaar. Welke belemmeringen ervaren ze en hoe kunnen de negatieve emoties die bij voorzieningengebruik zoals re-integratie en schuldhulpverlening een rol spelen, omgezet of zelfs voorkomen worden. Een aanpak die zijn wortels (mede) lijkt te hebben in Mobility Mentoring®.

Volgens dat onderzoek zijn er tijdens schuldhulpverlening proceselementen (brieven, gesprekken, digitale portals) die op de schuldenaar niet neutraal overkomen. Deze proceselementen worden als belemmerend ervaren vanuit het oogpunt van een schuldenaar die vanwege zijn schulden met stress leeft en de wereld vanuit een negatief gezichtspunt beschouwt.

De wisselwerking tussen professional en schuldenaar kan daardoor al snel verstrikt raken in legio vormen van onderlinge irritatie en frustratie. Doel is te communiceren op een manier die leidt tot een goede samenwerking waarin schuldenaar en professional zich beide verbinden aan de trajectdoelen tijdens de schuldhulpverlening.

Daarnaast is digitalisering ook een aandachtspunt. Websites, apps en portals zijn afgestemd op wat een gemiddelde schuldenaar kan. Iedereen onder dat gemiddelde, en dat is een grote groep, wordt daarmee niet bereikt. Hierdoor haken veel schuldenaren voortijdig af en verdwijnen uit beeld (of komen niet eens in beeld) van de instanties die mogelijk hulp kunnen bieden.

Wat in dit hele verhaal opvalt, is dat de aandacht bij de schuldenaar wordt gelegd. Wat in dit verhaal ontbreekt, is een historische blik.

Want wat wordt vergeten, is hoe instanties zich de afgelopen dertig jaar hebben gepresenteerd, en hoe ze zich profileren, bewust of onbewust. Factor van belang is het ‘gepast wantrouwen’ dat uitgestraald wordt door vele van oorsprong dienstverlenende instanties in het sociaal domein. Toon, benadering en formulering zijn zwanger van de ‘potentieel profiteur’ en ‘aankomend fraudeur’ gedachtes. Veel organisaties in het sociaal domein bezigen de afgelopen decennia standaard waarschuwende teksten, straffende taal en strenge uitgangspunten, om te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van de dienstverlening. Vermeend misbruik.

Voor vele schuldenaren is dat een diep ingesleten beeld. Het speelt vaak een doorslaggevende rol in de besluitvorming wel of geen beroep te doen op hulpverlening. De door staatssecretaris van Financiën Van Huffelen omschreven “institutionele vooringenomenheid” van de Belastingdienst in de toeslagenaffaire, illustreert die ingebakken houding van wantrouwen zonder weerga.

Zolang de publieke dienstverlening daarin geen cultuuromslag maakt en het bestaande mensbeeld handhaaft, is iedere aanpak die meent bij de schuldenaar iets te moeten of kunnen veranderen, zinloos. De presentatie van dienstverlenende instanties in de sector speelt de hoofdrol, vormt de eerste en belangrijkste drempel. De wantrouwende basishouding, die cruciale onderstroom, gebrandmerkt in de bedrijfscultuur, dient aangepakt te worden.

Want velen melden zich niet, uit angst beschuldigend of denigrerend toegesproken te worden. Of als opstandig kind behandeld te worden. Om vervolgens bedolven te worden onder terminologie, opdrachten en formulieren. Een uitgebreid eisenpakket, gevuld met juridisch jargon, ingegeven door fundamenteel wantrouwen vertaald in zogenaamd verantwoorde bureaucratie.

In het kader van vroegsignalering ondervinden instanties veel hinder van hetzelfde imago – dat ze zelf opgebouwd hebben. Mensen met schulden die hulpverleners op huisbezoek krijgen doen niet open, wimpelen af, ontkennen dat er problemen zijn. Dat wordt meestal uitgelegd als schaamte of taboe. Dat kan meespelen, maar wat een minstens zo grote rol speelt, is de karakterisering die gemeentelijke organisaties over zichzelf hebben gecreëerd, die zich (onbewust) in de hoofden van vele hulpbehoevenden heeft vastgezet: zij zijn de belichaming van ambtelijk wantrouwen. Ze zeggen dat ze willen helpen, maar ze zijn er op uit om me te straffen. Die gedachte betekent helemaal niet dat die schuldenaren onwillig zijn of mogelijk illegale activiteiten ondernemen. Het is een basale angst. Voor de persoon met macht. Die schijnbaar naar believen ten gunste of ongunste kan besluiten op basis van beleid dat doorspekt is met wantrouwen, en voor velen bovendien ondoorzichtig en onbegrijpelijk is.

Zodra gemeentelijke organisaties bereid zijn als eerste de hand in eigen boezem te steken, kan daarna ontdekt worden hoe (samenhang tussen) proceselementen en communicatie met de schuldenaar verbeterd kunnen worden. Maar voorop staat zelfreflectie en interne hygiëne. Dat is de primaire hervorming waar het sociaal domein voor staat. Alleen zo kan de opgeworpen barrière opgeruimd worden die zovelen tegenhoudt beroep te doen op de noodzakelijke ondersteuning waaraan zo’n grote behoefte bestaat. Een einde aan het wantrouwen.