Beschaving

11 berichten

Draagkracht van een gemeenschappelijke wereld

There is no such thing as a poor country. There’s only one failed system in resource management.

Avram Noam Chomsky (1928)

Armoede – bestaansonzekerheid en inkomensonveiligheid – is zonneklaar een verdelingsvraagstuk. Een doelbewuste kloof tussen twee bubbels. De onwil van de hoopvollen versus de onmacht van de hooplozen. Een groeiend ravijn, geconsolideerd door een systeem dat degenen met definitiemacht en articulatiemacht en -kracht toestaat te regeren over degenen zonder enig financieel, sociaal of cultureel kapitaal. Sociaaleconomische verschillen worden bestendigd en gecultiveerd door beleid op basis van vooroordelen, aannames, misvattingen, onkunde en ervaringsgebrek, onder aanvoering van een archaïsch fiscaal stelsel.

Radicale omslagen

De afgelopen vijf jaar zijn door fiscalisten, economen en politiek filosofen diverse ingrijpende maatregelen aangedragen en voorstellen gedaan. Bijvoorbeeld: het huidige belastingstelsel afschaffen en vervangen door een evenredige heffing op vermogen, om de geldstroom van arm naar rijk om te keren en de vermogensongelijkheid en toenemende scheefgroei te beperken. Dit leidt tot gedeeltelijke democratisering en evenredige verdeling van de fiscale lasten.

Limitaristen pleiten voor een bestaansmaximum om de onrechtvaardigheid en bovenmatige ongelijkheid tussen arm en rijk te minimaliseren. Anders gezegd: zolang extreme bestaansonzekerheid en inkomensonveiligheid aan de orde van de dag zijn, mag men niet meer rijkdom bezitten dan nodig is voor een redelijk welvarend leven. Meer willen is moreel onaanvaardbaar en schadelijk voor de maatschappij in zijn geheel. Een rijkdomsgrens verkleint de tweedeling en de maatschappij wordt weer een samenleving. Dat betekent ook afscheid van de meritocratie en vereist bestrijding van kapitaalvlucht en belastingontwijking.

Een derde mogelijkheid is belastingen die de economie schaden, zoals die op arbeid en ondernemen, verlagen en belastingen die minder schadelijk zijn, zoals die op vermogen en huizenbezit, verhogen. Dat zorgt voor een belastinghervorming zonder al te grote inkomenseffecten, maar wel voor een eerlijker verdeling van de fiscale druk. Herverdeling van vermogen, richting een meer egalitaire wereld, zou zo stap voor stap in gang gezet kunnen worden.

Los hiervan betoogt in 2023 de Commissie Sociaal Minimum in twee lijvige rapporten dat het zogenaamde bestaansminimum in Nederland allesbehalve is gegarandeerd. Wat schrijnende armoede en problematische schulden in de hand werkt en in stand houdt. Want stellen de commissie en een interdepartementaal beleidsonderzoek in 2024: armoede en schulden zijn knetterduur. Ongelijk investeren om mensen gelijke kansen te bieden, is een van de credo’s die duidelijk doorklinkt.

Maar zolang men op politiek en bestuurlijk niveau niet in staat is de meedogenloze terreur van lobbyisten te trotseren, komt er van deze hervormingen niets terecht.

Weerstand

Zoals alle ingrijpende veranderingen – pas op voor het rode gevaar, verlies van onze identiteit en ondermijning van onze verworvenheden – stuiten deze ideeën op veel weerstand. Weerstand gebaseerd op angst (voor het onbekende), kennisgebrek en diepgewortelde verontwaardiging. Er ontstaat altijd massaal verzet tegen ongelijk investeren voor gelijke kansen, afgestemd op de noodzaak of persoonlijke behoefte van de ruim 1,7 miljoen mensen die de touwtjes niet of nauwelijks aan elkaar geknoopt krijgen. Stevige oppositie, omdat het als oneerlijk wordt gezien. En ‘wij’ dan? Omdat de blik op de korte termijn en eigenbelang is gericht. Omdat niet wordt begrepen dat die investering op de lange termijn voor iedereen vruchtdragend is. Want het wordt gezien als nu zelf kwijtraken in plaats van later allemaal minder zorgen ervaren.

Daarom zal metamorfose van het financieel systeem, door (r)evolutie van binnenuit of buitenaf, vergezeld moeten gaan door een tweede, misschien nog wel belangrijkere, parallelle ommezwaai. Namelijk die van de geest. Van eigenbelang naar solidariteit, van zelfzucht naar mededogen, van narcisme naar empathie, van individualisme naar gezamenlijkheid.

Verstrengeling

Politiek en media spelen hierin een (regelmatig onderschatte) hoofdrol. Want polarisatie en incrimineren levert stemmen op, en sensatiezucht en hoge kijkcijfers genereren geld. Zet een vlotgebekte politicus of voormalig voetbalcommentator voor de camera en het verontwaardigde klapvee, thuis op de bank of in de studio, nauwelijks gehinderd door enige kennis van zaken, juicht hartstochtelijk. Want inhoud is taboe. Sterker nog: er dienen schuldigen aangewezen te worden. Het is zij of wij. Het gevaar moet bezworen worden. Wat door de charmante partijvertegenwoordiger en presentator welbespraakt en gretig wordt benadrukt. Gevolg: het verblinde electoraat is betoverd, voelt zich gezien en gehoord en de reclamewinst rolt met kruiwagens tegelijk binnen.

Eén klein dingetje: het kiezersvolk heeft niet in de gaten dat ze bedrogen worden waar ze bij zitten. Beloftes worden gebroken zodra de verkiezingen voorbij zijn. Feitenvrije kretologie draagt niets bij aan herstel van de ervaren ellende. Laat staan dat de gedane toezeggingen realistisch dan wel uitvoerbaar zijn. Om over het effect op de echte problemen – armoede, inflatie, woningnood, klimaatverandering, vergrijzing, stijgende zorgkosten, krappe arbeidsmarkt en immigratie – nog maar te zwijgen.

Menselijkheid en gemeenschapszin

Ubuntu is een zuidelijk Afrikaanse filosofie die uitdrukt dat een individu pas volledig mens is door de relaties en interacties met anderen. Het drukt een verbondenheid uit. De ideologie is gebaseerd op het belang van het collectief, compassie voor de ander en het streven naar harmonie binnen de gemeenschap.

Dit gedachtegoed kan een stevig fundament vormen voor de eerdergenoemde metamorfose. Een transformatie op basis van menselijke ethiek, waarop de systemische kentering wordt vormgegeven. Dit vraagt om een lange adem. Maar kan vandaag beginnen. Gemotiveerd door ware inspiratie en betrokkenheid van binnenuit. Dat begint in kleine kringen. Die zich langzaam uitbreiden en in ontmoeting samenvloeien. Om zo de voedingsbodem te creëren voor een gedaanteverandering van het stelsel dat ons zoveel welvaart heeft gebracht, maar is verworden tot een woekering van structurele en obscene financiële divergentie.

Terug naar de bron

Bestaansonzekerheid en inkomensonveiligheid zijn symptomen van een onverschillige, verlamde en gestolde samenleving, waarin ongelijkheid en corruptie alsmaar zichtbaarder worden en welig tieren. Sommigen zullen beweren: onweerlegbare verschijnselen in een aftakelende beschaving. Daarom is het tijd voor de ongebaande paden. Om de Amerikaanse dichter Robert Frost te citeren:

“Two roads diverged in a wood, and I —

I took the one less traveled by,

And that has made all the difference.”

Laten we gezamenlijk het minder bereisde pad kiezen. Omdat we allemaal wel aanvoelen dat het zo niet langer kan. Omdat we allemaal willen dat het anders wordt. Omdat we best bereid zijn een verschil maken. Om te beginnen in de kring direct om ons heen.

Vol goede moed de niet genomen weg op. Vanuit liefde voor de mens. Omdat we dezelfde planeet delen. Waarop vanuit de ruimte geen grens, rijkdom of vermogen zichtbaar is.

Het licht op Bastion Overheid

Ik lees wel eens in de Bijbel. Niet omdat ik naar de kerk ga. Evenmin omdat ik geloof dat de Bijbel een historisch feitelijk en waargebeurd verslag is. Ik ervaar het wel als beschrijving van een geestelijke weg. Anders gezegd: als verhaal over hoe het leven gaat, ons (zo nu en dan lastige) vragen stelt, en wat er voor antwoorden gegeven kunnen worden vanuit ons diepste weten.

Maandelijks

Dat lezen doe ik niet alleen, maar met anderen. Vijf anderen om precies te zijn. We komen gemiddeld één keer per maand een avond bij elkaar. Vele jaren geleden zijn we bij Genesis begonnen. Zoals het hoort, kun je zeggen. Soms lezen we een paar regels van een vers, andere keren langere stukken. Daar waar we iets niet begrijpen of de betekenis ons ontgaat, ontstaat gesprek. Altijd vanuit persoonlijke beleving. We zijn niet op zoek naar generaliserende exegese of institutionele verklaringen, maar naar vertaling van de tekst naar ons individuele leven. We vergelijken ook uiteenlopende versies van de Bijbel. Om de verschillen in hertaling en interpretatie te ontdekken en uit te filteren – voor zover we daartoe in staat zijn. Het zijn bijzondere avonden. Zonder uitzondering.

De laatste keer dat we bij elkaar waren, lazen we het evangelie van Matteüs. Daarin staat de volgende passage (vers 10:11 tot en met vers 10:14):

“In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat. Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren. En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.”

Dit is een van de instructies die Jezus de twaalf apostelen meegeeft als hij ze de wijde wereld instuurt om het evangelie te verkondigen.

Hoge drempel

Dezelfde avond las ik een post op LinkedIn van Femke Stoffels. Zij is actie-onderzoeker bij het Instituut voor Publieke Waarden. Zij vraagt zich ‘hardop’ af waarom het gemiddeld vijf jaar duurt voor mensen (schuld)hulp zoeken wanneer ze (ernstige) financiële problemen hebben. Ze heeft het over schaamte, stress, ziekte, uitval en de vicieuze cirkel van verdieping van de problematiek door inkomensdaling. Daarna volgt de bureaucratie: wachtlijsten, formulieren, bewijslast, strenge (stress-sensitieve?) gesprekken, voorwaarden, overeenkomsten en/of mislukte regelingen, rechtbank, zitting en vonnis. Om nog maar te zwijgen over de uitdaging een horizontaal gesprek te voeren in een in essentie verticale verhouding.

Haar slotvraag: waarom is het nog steeds zó moeilijk om erin te zitten? En dan bedoelt ze een traject om schulden op te lossen.

Domino’s

De combinatie van de Bijbeltekst en de LinkedIn-post zette iets bij me in beweging. Een ‘klassieke’ train-of-thought. Er klikte iets. Want wat nou als de mens die op zoek gaat naar hulp, van binnenuit haarfijn aanvoelt wie het waard is hen te ontvangen? Anders gezegd: weten we eigenlijk allemaal diep van binnen waar we welkom zijn? Zoals ook wel wordt gezegd dat bij een sollicitatiegesprek beide partijen binnen seconden weten of ze er thuishoren – en aangenomen zijn – of niet?

Gaat een persoon met financiële problemen niet naar hulpverlening, omdat ze intuïtief onderkennen dat men ze daar ten diepste niet wil ontvangen en niet naar ze luistert? Wordt er daarom zo gedraald? Omdat het intrinsieke weerstand is tegen het instituut of de persoon die het niet waard is hen te ontvangen?

Dan is de vraag of alle argumenten die Femke Stoffels noemt misschien wel waar zijn, maar niet de kern van het, vooralsnog onbegrijpelijke, uitstel om een beroep te doen op ondersteuning. Dat zou zomaar kunnen, in het licht van het Bijbelcitaat. En dan krijgt schuldhulpverlening een heel andere opdracht dan outreachend werken, innovatie, vroegsignalering en basisdienstverlening. Daaruit volgt dat er welbeschouwd maar één centrale instructie nodig is: wordt een plek waar mensen ervaren dat schuldhulpverlening het waard is hen te ontvangen.

Een radicale omkering. Want dan ligt het helemaal in handen van schuldhulpverlening en niet langer aan de personen met financiële problemen, dat ze zich niet melden. Dan gaat het over mentaliteit en compassie. Kortom: schuldhulpverlener, creëer een plek waar men voelt dat schuldhulpverlening een woning is die het waard is hen te ontvangen. Zo niet, dan vertrekken ze weer en schudden het (bureaucratische) stof van zich af. Hun conclusie is dan helder: hier niet.

Vrijwilligers

Omgekeerd zie ik hoe vrijwilligers (in mijn werk zijn dat AdministratieMaatjes en vrijwilligers van de Werkplaats Financiën) mensen met financiële problemen ondersteunen. Die vrijwilligers voelen dat ze het waard zijn door die mensen ontvangen te worden. Ze zijn welkom. De vrijwilligers brengen vrede naar dat huishouden. Vrede die door de mensen met dankbaarheid wordt aanvaard. Dat is het werk. Daar bestaat geen weerstand of stof dat afgeschud moet worden. Niet bij de vrijwilliger en niet bij de persoon die ondersteuning nodig heeft.

Bureaucratie speelt ook geen rol in het pure vrijwilligerswerk. Het is de werking van de (horizontale) relatie tijdens het ‘spel’ tussen vrijwilliger en persoon die hulp nodig heeft, die voor verlichting zorgt. Als coördinator speel ik niet meer dan een faciliterende rol in het geheel. Het ware kunstwerk is de creatie tussen twee personen die elkaars waarde voelen, de vrede bevestigen en de daaropvolgende ontspanning in dankbaarheid aanvaarden.

Vesting

Het Tijdelijk Noodfonds Energie is een schoolvoorbeeld van hoe dat besef – dat mensen gewaarworden en beleven dat we het waard zijn hen te ontvangen – volkomen is genegeerd. Het gevolg is onweerlegbaar: een complete mislukking en de slechtst plakkende pleister ooit. Een ramp die alleen maar heeft bijgedragen aan het gevoel van mensen dat de hulp- en dienstverlening het niet waard is hen te ondersteunen.

Dus wanneer we het hebben over toegankelijkheid, effectiviteit en toekomstbestendigheid, gaat het niet over bereikbare loketten en websites, vindingrijke instrumenten, publiek-private samenwerking en financiering, of doorontwikkeling in co-creatie. Het gaat over iets fundamenteels. Iets dat in de ziel van de mens (zonder zweverige connotatie) ervaren wordt. Ver voorbij wetgeving, protocollen en werkprocessen. Het gaat erom dat alles dat overheid, bestuursorgaan of gemeentelijke organisatie heet, de slotbrug neerlaat, de deur wagenwijd openzet en vanuit maximale dienstbaarheid en openheid (van geest en middelen) de persoon met een hulp- of ondersteuningsvraag ontvangt.

Keerpunt

Het is mijn stellige overtuiging dat niets anders mensen gaat uitnodigen eerder naar schuld- en andere hulpverlening te komen. Het wordt de hoogste tijd die basale ervaring – vertrouw erop dat wij het waard zijn jullie te ontvangen – vorm te geven. Het is een manier van leven en handelen. Op alle bestuurs-, beleids- en uitvoeringsniveaus. Geen metershoge bureaucratische muren meer, maar een plek waar vrede, de blijde boodschap en wederzijds mededogen vanzelfsprekend en leidend zijn. Iedere dag weer. Zonder aanzien des persoons. In bescheidenheid en nederigheid. In het bewustzijn dat het (tijdelijk) lijden in liefde erkend wil worden en (weer) opstaan een natuurlijke beweging is. Bij en van ons allemaal.

Overvloed en tekort

Het kenmerk van een beschaafd mens, is het vermogen om te kijken naar een tabel met cijfers en te huilen.

Bertrand Russell (1872 – 1970)

Ieder jaar publiceert Oxfam Novib cijfers over de verdeling van arm en rijk op deze planeet. Kort samengevat: de rijkste 1% van de wereld heeft meer vermogen dan 95% van de wereldbevolking bij elkaar. Deze stuitende scheefgroei neemt nog altijd toe. Niet alleen mondiaal, maar ook in Nederland. Een scheefgroei waaraan de huidige regering niets doet. Bovendien maakt de Voorjaarsnota 2025 duidelijk waar de prioriteiten van PVV en consorten liggen. In ieder geval niet bij de bestrijding van armoede en schulden.

Een paar weken geleden zag ik een fragment uit The Daily Show met Jon Stewart, waarin socioloog Matthew Desmond iets uitlegt over miljardairs en de belasting die ze betalen. Hij zegt vrij vertaald: wanneer miljardairs jaarlijks aan hun belastingverplichting voldoen – dus zonder maximaliseren van belastingontwijking via allerlei fiscale constructies in belastingparadijzen – dan kan armoede in de Verenigde Staten zo goed als verholpen worden.

Matthew Desmond heeft het dus niet over het verhogen van belastingen voor de superrijken, maar over gewoon betalen wat ze volgens het bestaande fiscale stelsel verschuldigd zijn. Hij spreekt over de rijkste 1% van inwoners in de Verenigde Staten. Vrijwel alle mensen die onder de armoedegrens leven in de Verenigde Staten, kunnen door het incasseren van de reguliere belastingen voor extreem rijken, boven de armoedegrens uitgetild worden.

Ik ben heel benieuwd wat een vertaling van deze rekensom naar de Nederlandse situatie oplevert.

Enkele weken daarvoor was ik bij de voorlichtingsavond van het Verkeerscirculatieplan VCP van de gemeente Eindhoven, dat deel uitmaakt van het Masterplan Mobiliteit 2050. Tijdens de presentatie in het Muziekgebouw Eindhoven werden uitwerkingen van dat plan gepresenteerd. De wethouder en twee projectleiders lichtten de uitwerkingen gedurende anderhalf uur toe, aan de hand van een uitgebreide PowerPoint. Natuurlijk kwamen Brainport Eindhoven en de groei van de High Tech Campus HTCE voorbij – met ASML voorop. Daaraan direct gerelateerd de opdracht om de komende vijftien jaar 40.000 huizen te bouwen en de zorgwekkende toename van verkeersdrukte dientengevolge, adequaat te adresseren.

De uitvoering van het VCP duurt tot minimaal 2036 en deze metamorfose kost maar liefst 600 miljoen euro. Volgens de huidige ramingen. Om dat geld bij elkaar te krijgen kijkt de kersverse D66 wethouder onder andere naar de provincie en landelijke overheid. Verder wordt er aanspraak gemaakt op Beethoven-gelden en onderzoekt de gemeente de mogelijkheid van een lening. Want het geld wordt in fasen uitgegeven, in het ritme van de verwezenlijking van de plannen.

Ik zat met groeiende verbazing naar de voordracht en de trots van de mannen en vrouw op het grote podium te kijken.

Voor alle duidelijkheid: ik begrijp dat middelen gealloceerd en geoormerkt zijn. Miljoenen kunnen niet zomaar van het ene potje in het andere gestopt worden. Ik begrijp ook dat de explosieve groei van de regio Eindhoven – de economische motor van Noord-Brabant en misschien wel heel Nederland – om een passend infrastructureel antwoord vraagt. Maar juist dit baart mij grote zorgen. Om meerdere redenen.

Ten eerste: als er kennelijk zoveel geld beschikbaar gemaakt kan worden en er zo creatief naar middelen wordt gezocht, waarom wordt er dan zo ingewikkeld gedaan over investeren in inkomensondersteunende maatregelen, om inwoners van Eindhoven te behoeden voor armoede en schulden? Hoe komt het dat diezelfde creativiteit niet wordt ingezet, maar dat er dan wordt gewezen naar de landelijke politiek en wetgeving?

Ten tweede: er werd tijdens de presentatie van het VCP met geen woord gerept over de verdringing, door de groei van vooral ASML, die in Eindhoven plaatsvindt. Scholing, gezondheidszorg, gegarandeerd inkomen en veilig – of überhaupt – wonen, wordt voor een groeiend aantal inwoners onbereikbaar. Steeds meer mensen worden in de onderste laag van de sociale demografie geduwd. De kloof tussen de hooplozen en de hoopvollen groeit. Een kloof die voor een toenemend aantal inwoners onoverbrugbaar is geworden. Voorheen actiegebieden worden de nieuwe getto’s voor ongewensten, moeilijk bemiddelbaren en (voormalig) onaangepasten.

Ten derde: op 22 december 2022 waarschuwt burgemeester Jeroen Dijsselbloem na honderd dagen in het ambt in het Financieel Dagblad voor de keerzijde van het succes van Brainport. Citaat: ‘Als dat succes niet overvloeit naar de hele stad, krijgen we echt spanningen.’

We zijn nu ruim twee jaar verder, de tweedeling is evidenter dan ooit, maar de urgentie daaraan iets te doen blijft uit. Weliswaar spreekt onze burgervader – als voorzitter van Brainport – het bedrijfsleven aan op hun sociale functie, maar vooralsnog worden er geen miljoenen vrijgemaakt om de armoede en schulden blijvend te voorkomen, de woningnood te ledigen en het tekort aan scholen aan te pakken. In het sociaal domein wordt ieder dubbeltje drie keer omgedraaid, terwijl er zonder blikken of blozen een verkeersplan van 600 miljoen uit de doeken wordt gedaan.

Waarom wordt ASML/Brainport/HTCE niet aangesproken op hun verantwoordelijkheid? Waarom zet ASML niet een aanzienlijk deel van de recordwinst in 2024 van 7,6 miljard euro in om de verdringing die ze veroorzaken, te verlichten? Waarom stapt de burgemeester niet samen met de wethouder van Welzijn, Werk en Armoede naar de bestuurders van de hightechbedrijven om ze de onderkant van de ladder te laten zien en naar een adequate reactie te vragen?

Ten vierde: hoe komt het toch dat een ouder echtpaar zonder pardon van bijstandsfraude wordt beticht en jarenlang een torenhoge vordering moeten terugbetalen, omdat ze niet hadden begrepen dat er geen verschil bestaat tussen inkomensverwerving en een bijdrage van hun kinderen aan de kosten van gezellig samen eten? Er was kennelijke geen sprake van dringende reden om af te zien van terugvordering. Nee, er wordt keihard geoordeeld. Ondanks de toezegging in 2020 door wethouder Yasin Torunoglu om de geest van de motie Recht Op Vergissen te omarmen. Een motie van min of meer dezelfde strekking werd in 2024 door D66 Tweede Kamerlid Joost Sneller ingediend. Geen idee wat daarvan terecht is gekomen.

En hoe komt het toch dat rijken steeds minder belasting betalen – en de ultrarijken vrijwel niets – terwijl de gemiddelde werknemer zich blauw betaalt aan belastingen? Pun intended. Hoe komt het toch dat aan de asociale en moreel laakbare activiteiten van duurbetaalde accountants en adviseurs van de rijken der aarde geen paal en perk gesteld wordt? Terwijl de jacht op de kruimels van bijstandsfraude met hand en tand verdedigd wordt. Sterker nog: anonieme kliklijnen zijn beschikbaar voor rancuneuze buren om de vermoedelijke fraudeur (maar regelmatig onterecht beschuldigde uitkeringsgerechtigde) erbij te lappen.

Ten slotte: waarom nemen de miljardairs in Nederland niet het voortouw om hun obsceen grote vermogen in te zetten om de verdieping van de armoede-intensiteit te stuiten (uitzonderingen daargelaten)? Wat is er voor nodig om een sprankje solidariteit, empathie en medemenselijkheid aan te wakkeren bij de ultrarijken in dit land, zoals Carvalho-Heineken, Dreesmann en Sonnenberg? Want laten we wel wezen: niemand heeft zoveel geld nodig. Helemaal niemand.

Er zijn wel ruim 1,7 miljoen mensen in Nederland die onder of net boven de armoedegrens leven. Wat zou het mooi zijn wanneer de Quote Top Tien uit de belastingplicht over hun 51 miljard euro put om het leven van die mensen te verlichten. Letterlijk en figuurlijk. Zodat zij iedere avond gezonder kunnen eten, in een schimmelloos en warm huis kunnen wonen, een (vervolg)opleiding kunnen volgen, naar de huisarts kunnen zonder vrees voor medicijnkosten of eigen risico, zonder dagelijkse financiële stress naar hun werk kunnen en schoorvoetend weer kunnen deelnemen aan het sociale leven.

Wat zou dat mooi zijn.

Intensieve geldhouderij

Vast-zitten aan vorm- en waardestelsels,

noodzaakt tot aanvaarding van de consequenties,

nèt zolang tot de vóór-ingenomenheid blijkt,

doorbroken wordt, overwonnen is.

Reinoud Fentener van Vlissingen – Dakloos geborgen

De (zichtbare en onzichtbare) geldstromen in Nederland en de wereld worden door heel veel instanties en organisaties beheerst. Voor de gemiddelde burger is dit systeem nog nauwelijks te begrijpen. Terwijl de hoogte van ons aller inkomen afhankelijk is van die (mondiale) geldstroom.

De inkomenshoogte van Nederlanders die niet kunnen werken, wordt bepaald door hoogopgeleide mensen die op basis van rekenmodellen en statistieken bepalen wat een aanvaardbaar minimuminkomen is. Daarover is op 17 oktober een rapport verschenen. Dit minimuminkomen wordt vastgesteld door de overheid (landelijk en lokaal), door economen en adviesbureaus, door banken en kredietverstrekkers, door beleggers en investeerders, door vakbonden en werkgevers, door incassobureaus en deurwaarders, door schuldhulpverleners, door bewindvoerders en door budgetcoaches. Een duizelingwekkend aantal instanties bepaalt voor ons allemaal hoeveel geld we krijgen om van te leven.

Centrale geldregisseur

Stel je voor dat er één persoon is die al die stappen in dat systeem allemaal achter elkaar uitvoert, voor heel veel mensen tegelijk. Het hele proces, van A tot Z, onder verantwoording van die ene medewerker.

Te beginnen met het verstrekken van onvoldoende inkomen om van rond te komen op basis van de door experts bedachte rekensommen. Om vervolgens te adviseren een lening af te sluiten om dat tekort (tijdelijk) te compenseren. Om daarna met maatregelen te dreigen wanneer er op die lening(en) een betalingsachterstand ontstaat. Om vervolgens tevergeefs met de werkgever te onderhandelen over een hoger salaris. Om daarna schuldhulpverlening aan te bieden zodra de achterstanden onoverkomelijk zijn, waarna een groot deel van de leningen wordt kwijtgescholden die eerder zijn verstrekt. Om ten slotte een cursus aan te bieden om te leren beter met het tekortschietende inkomen om te gaan en vooral om te begrijpen dat het aan jezelf ligt dat je niet rondkomt iedere maand.

Al die stappen. Onder verantwoordelijkheid van één persoon. Dat houdt geen gezond persoon vol. Het zorgt zeer waarschijnlijk voor wanhoop, verscheurdheid en gewetensnood. Want het laat zien hoe krankzinnig het opgetuigde systeem is. Niemand met een goed werkend stel hersens kan uitleggen waarom de geldstroom zo absurd ingewikkeld, onrechtvaardig en ongelijk is georganiseerd.

Daarom hebben we termen als eigen kracht, genoegzaam besef van verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid, doenvermogen en bestaansminimum gemunt. Zodat we de ontvanger van het weinige geld verantwoordelijk kunnen houden voor de financiële ellende en het systeem van iedere schuld kunnen vrijwaren. Terminologie die als flinterdun (juridisch) schild tussen het systeem en de potentieel radeloze medewerker fungeert. Om levensgevaarlijke wroeging bij de uitvoerder te vermijden.

Gekkenwerk

Die ene persoon, die telkens weer voorrekent waarom er geen toereikend bestaansinkomen is, uitlegt waarom er dus geleend kan worden, waarom dat krediet ondanks het inkomensgebrek met rente en kosten afgelost moet worden, waarom het duurder wordt gemaakt als er een betalingsachterstand ontstaat op de aflossing van de lening die nodig is om het ontoereikende inkomen aan te vullen, waarom de werkgever door inflatie niet in staat is meer salaris te betalen, waarom schuldhulpverlening nodig is om de problematische schulden op te lossen die zijn ontstaan door de betalingsachterstand op de lening die nodig was omdat er besloten is onvoldoende inkomen te verstrekken, waarom de cursus gevolgd moet worden die uitlegt hoe het komt dat er bewindvoering en schuldhulpverlening nodig is om de problematische schulden op te lossen die zijn ontstaat door de betalingsachterstand op de lening die nodig was omdat er besloten is onvoldoende inkomen te verstrekken, en hoe door beter je best te doen in de toekomst (niet) te voorkomen is dat er opnieuw financiële problemen ontstaan.

Waanzin ten top. De moed zou iedereen in de schoenen zinken. Omdat het niet uit te leggen is.

Toch gebeurt dit iedere dag. Alleen niet door één persoon. Om te voorkomen dat die uitvoerder knettergek wordt, is het volledige proces in heel veel kleine stukjes opgeknipt. Om het draaglijk te maken voor de werknemer(s) in kwestie. Om de dwaasheid van het systeem te verdoezelen. Om het geweten van de systeembeheerders (lees: de overheid) te sussen en de illusie in stand te houden dat het in Nederland goed geregeld is. Een groteske overtuiging en hemeltergende misvatting.

De oproepen tot ontschotten, tot domeinoverstijgend samenwerken, tot clusteren van instanties, zijn mede daarom tot mislukken is gedoemd. Omdat het de fundamentele weeffout niet kan verhullen. Tegelijkertijd zijn die oproepen een bewijs van het structureel falen van de overheid om al die facetten van de geldstroom te reguleren en te zorgen dat iedere Nederlander voldoende inkomen heeft om zonder dagelijkse geldstress van te leven. De voorbeelden van het pleisters plakken en noodverbanden aanleggen zijn legio: individuele inkomenstoeslag, kwijtscheldingsregelingen, het toeslagenstelsel, bijzondere bijstand en nog heel veel andere (gemeentelijke) inkomensondersteunende maatregelen. Terwijl het geld tegen de plinten klotst.

Verloop en activisme

Wat ook opvalt is het grote verloop in het sociaal domein, de zorg en het onderwijs door ziekteverzuim en ontslag nemen op zoek naar een andere baan. Nog een symptoom van het ongezond systeem: het is eensinful social structure. Mensen voelen diep van binnen feilloos aan dat het niet klopt en bezwijken onder de druk en verlamming van het verstoorde werkveld.

Tegelijkertijd is het te kort door de bocht om het een systemische crisis of systeemfalen te noemen. Niet alleen omdat het systeem wel werkt voor mensen mét geld, terwijl dat niet geldt voor degenen die rond het minimuminkomen zwerven. Wat op zijn beurt heel goed uitgelegd kan worden als onrechtvaardigheid en rechtsongelijkheid.

Het is vooral te kort door de bocht omdat ondanks de eerder door mij benoemde systeemdictatuur, wet- en regelgeving worden uitgevoerd door mensen van vlees en bloed. Die in staat zijn tot zelfstandige beslissingen. Professionals raken zeker verstrikt in regelingen, voorzieningen, protocollen en procedures die maatwerk niet eenvoudig maken. Maar het kan wel anders. Helaas zijn defensief gedrag, het niet mee willen denken, en uitzonderingen resoluut en routinematig van tafel vegen, aan de orde van de dag.

Terwijl er wel degelijk mogelijkheden zijn. Mits de uitvoerder bereid is die te onderzoeken en zich niet te laten beperken en ringeloren door foutieve en ingesleten aannames en interpretaties.

Dat vraagt wat. Namelijk activisme. Om de intensieve geldhouderij aan de kaak te stellen. Zonder tegengehouden te worden door angst of verlangen. Een beweging die van binnenuit komt. Vanuit het bestaande systeem en vanuit de persoon zelf. Een inspiratie en motivatie om actief te worden, om de vinger op de zere plek te leggen en bij te dragen aan het verlichten van het duister.

Het vraagt moed om die innerlijke drijfveer te openbaren en in te zetten. En ik durf er geld onder te verwedden dat het verloop en ziekte en heil elders zoeken spectaculair afnemen wanneer iedereen de vrijheid ervaart en zich eigen maakt, om dat sluimerende activisme tentoon te spreiden en in daden om te zetten.

Banden smeden over de grens heen

Tijdens het lezen van het boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld van Tim ’S Jongers en de NRC column Een hartgrondig gvd van Youp van ‘t Hek, werd ik overvallen door een gedachte: hoe komt het eigenlijk dat er geen échte beweging zit in de aanpak van armoede en schulden? Nu ik de afgelopen dertig jaar overzie – de jaren dat ik in de wereld van armoede en schulden werk – valt me iets cruciaals op: er is geen verbinding.

Er bestaan grofweg twee bubbles zodra het over armoede en schulden gaat. De kring waar men vanuit betrokkenheid, beroep of ervaringskennis is aangesloten op het leed dat door financiële problematiek wordt veroorzaakt. En de kring waar men er niet mee begaan is, omdat er geen betrokkenheid bestaat en geen direct contact met mensen met financiële problemen. Deze twee werelden existeren strikt gescheiden naast elkaar.

In de eerste wordt met grote regelmaat gesproken over, onderzoek gedaan naar en geld vrijgemaakt voor het bestrijden van armoede en schuldenproblematiek. Publicaties struikelen over elkaar om via diverse gezichtspunten, strategieën en beleidsterreinen het vraagstuk te fiksen. Vooralsnog zonder merkbaar effect. Wel spreken we elkaar aan en luisteren en bevestigen we dat we het roerend met elkaar eens zijn en dat het nou toch eindelijk eens goed aangepakt moet worden. Soms wordt er gezellig samen gemopperd. Evenmin met veel gevolg. Dit is zichtbaar op sociale media zoals LinkedIn en X, maar ook tijdens de vele congressen, bijeenkomsten en debatten. Bijval is meestal niet van de lucht, klaterend applaus en felicitaties evenmin. Mild chargerend: we preken voor eigen parochie.

In de tweede wordt niet of nauwelijks over de problematiek gedacht of gesproken. Armoede en schulden behoren niet tot die leefwereld. Hoogstens als het over die arme kindertjes in Afrika gaat. In dit milieu bestaat ook bijna geen bewustzijn of weten over de problematiek in Nederland. Wanneer diegenen een praktijkvoorbeeld wordt voorgeschoteld, zijn ze sprakeloos en ontstaat een (meestal kortstondig) gevoel van schaamte en verbijstering, of is het antwoord reflexmatig: moeten ze maar (harder) gaan werken; ze hebben het er zelf naar gemaakt; waar een wil is, is een weg; profiteurs die parasiteren op onze belastingcenten. Er bestaat geen belangstelling of mededogen. Onverschilligheid troef. Dat (ongewenste) deel van de samenleving bevindt zich immers in de marge, aan de andere kant van de kloof, en is dus oninteressant. Hoogstens een last voor de economie.

Zoals gezegd, deze twee werelden bestaan los van elkaar. Soms komen ze even met elkaar in aanraking. Tijdens een televisieprogramma, een benefietvoorstelling of een paneldiscussie georganiseerd door een studiecentrum. Waar het verschil van inzicht keurig afgebakend blijft en de dagvoorzitter zonder overtuigingskracht pogingen doet hoopgevende ontwikkelingen te schetsen. Daarna gaat ieder weer zijns weegs. Terug naar de kudde waartoe ze behoren. Iedere toenadering in de kiem gesmoord. Status quo vakkundig gehandhaafd.

De afgelopen drie decennia zie ik de bekende experts, specialisten en geleerden uit de eerste bubble in relatief klein gezelschap met elkaar optrekken. Zij vormen de frontlinie. We weten allemaal wie dat zijn. Ze vertolken al heel lang hetzelfde geluid, vooralsnog zonder veel resultaat. Dat komt deels ook omdat ze menen te moeten wikken en wegen: hoeveel kan ik zeggen zonder mijn luisterend oor (bij de mensen die ‘aan de knoppen draaien’) te verspelen? Belangen, positionering, netwerk, angst status en krediet te verbeuren bepalen uitingen en gedrag. Waar sommigen in het begin nog van leer trokken, hebben ze hun toon nu gematigd, omdat ze nu ook tot de fine fleur behoren. Omzichtig formulerend, ieder woord op een goudschaaltje, niemand voor het hoofd stotend, krachteloze teksten, liters water bij de wijn. Netto opbrengst te verwaarlozen.

De andere bubble heeft een duidelijke identiteit, maar geen bekende mensen die het gezicht vormen. Natuurlijk zijn er politici die hun boodschap verkondigen over mensen die in armoede leven, maar hen bedoel ik niet. In zekere zin is het ook wel logisch dat die andere bubble amper herkenbare vertegenwoordigers kent, misschien op iemand uit het bedrijfsleven na die het tot multimiljonair heeft geschopt. Ergens ook wel te begrijpen: naar het bestaan van rijkdom in combinatie met onwetendheid over armoede wordt volgens mij geen onderzoek gedaan. Succesverhalen daarentegen vullen vele docusoaps, maar dat zijn vooral egodocumenten om te getuigen van een maakbare wereld waarin iedereen een topper kan worden. Als je maar echt wil, ambitie toont en je kansen grijpt. Dan is niets onmogelijk.

Ruyi Bridge voetgangersbrug in Taizhou, Zhejiang, China

Eigenlijk kan het niemand verbazen dat er geen beweging zit in het oplossen van armoede en schulden: er is (nog) geen bruggenbouwer die deze twee werelden in de diepte aan elkaar voorstelt. Terwijl daar nu meer dan ooit behoefte aan is. Er is niemand opgestaan die de karikatuur achter zich laat en de kloof tussen de twee belevingswerelden weet te dichten. Iemand die de taal van beiden spreekt, die niet alleen uit is op lof van eigen entourage of een schouderklopje voor communicatief en politiek zorgvuldig laveren. Iemand die laat zien dat polarisatie desastreus is. Die het lijden voelbaar kan maken, die mensen kan bewegen tot inzet, tot bijdragen aan een duurzame oplossing. Iemand die de verschillen belangeloos overstijgt – desnoods in scherpe bewoordingen.

Iemand die zorgt dat welvaart, welzijn en bestaansveiligheid een vanzelfsprekendheid zijn waaraan iedereen wil bijdragen, ongeacht afkomst, (politieke) ideologie of plek op de sociaalmaatschappelijke ladder. Iemand die vanuit het hart spreekt en het hart van de ander opent. Zodat opvattingen transformeren, het vertrouwen herstelt, de samenleving zich verenigt en besef van eenheid vorm krijgt. Om te bewerkstelligen dat het ontstaan van armoede en schulden volwaardig wordt verlicht. Letterlijk en figuurlijk. Zonder hyperbool of drama. Maar gewoon. Omdat we er als geheel van groeien.

Aardverschuiving

Leven in financiële rust is een natuurlijk streven. Het verlangen naar stabiliteit is niemand vreemd. De rust die bestaanszekerheid ons brengt, geeft ruimte aan creativiteit en maakt energie vrij, en vormt een voedingsbodem voor ontplooiing op vele andere gebieden. Wanneer er voldoende geld is – en dat is een relatief begrip – kunnen aandacht en vormkracht voor nieuwe dingen ingezet worden.

Het is niet per se zo dat een minimum inkomen voor bestaansonzekerheid zorgt en een hoger inkomen automatisch bestaanszekerheid genereert. Dat is afhankelijk van (onvoorspelbare) variabelen in het beschikbare budget, inclusief de persoonlijke behoefte aan middelen en vermogen, voor zover die al dan niet beïnvloed kunnen worden.

Mensen die autonoom, zelfvoorzienend, off the grid zijn gaan leven, hebben voor zichzelf rust in bestaanszekerheid gecreëerd, op basis van het weinige (inkomen) dat ze nodig hebben en het weinige dat ze bezitten. Zij hebben er bewust voor gekozen en hebben minder behoefte aan middelen, terwijl anderen dat absoluut als onvoldoende zouden ervaren.

Tegenstrijdig

Wanneer wordt gezocht naar de definitie van een sociaal minimum, naar de aanvaardbare hoogte van dat wat aan bestedingsruimte nodig is om op ieder niveau vanuit breed welzijn aan onze samenleving deel te nemen, blijkt dat niet hetzelfde te zijn als bestaanszekerheid voor alle inkomensgroepen. Want mensen met een middeninkomen, die ruim meer verdienen dat het veronderstelde sociaal minimum, kunnen in grote bestaansonzekerheid leven en een grote mate van bestedingsonvrijheid ervaren omdat ze het recht op allerlei inkomensondersteunende maatregelen verliezen. Dan steekt de in de literatuur regelmatig geconstateerde armoedeval op.

Daarmee is bestaanszekerheid een fluïde begrip geworden, omdat het bestaansminimum oftewel het sociaal minimum niet vanzelf garandeert dat voor alle inkomensgroepen en huishoudtypen armoede tot het verleden behoort. Daaruit volgt dat er behoefte is aan een nieuwe definitie van inkomen in combinatie met bestaanszekerheid. Namelijk een bestaansinkomen. Dat toereikende inkomen dat bestaanszekerheid waarborgt en direct samenhangt met levensomstandigheden zoals gezinssituatie, werk, huisvesting, (lichamelijke en geestelijke) gezondheid, scholing, sociale relaties en zelfontplooiing.

Bestaansinkomen

Een bestaansinkomen zorgt voor zover als mogelijk wel voor overzichtelijkheid en voorspelbaarheid in inkomen en uitgaven, mits afgestemd op de werkelijke noodzaak en behoeftes, die alleen op basis van zorgvuldige individuele toetsing en afweging vastgesteld kunnen worden.

Dat verlangt van overheid en werkgevers een totaal andere systematiek van het definiëren van inkomenshoogte. Daarin wordt niet alleen naar functievereisten, opleiding, kwaliteiten en vaardigheden gekeken, maar vooral naar de levensomstandigheden van het huishouden in kwestie.

Wanneer de overheid de zorgplicht invult door middel van een bestaansinkomen, gegrondvest op een fiscaal stelsel dat het draagkrachtbeginsel als uitgangspunt neemt, zal voor het overgrote deel van de Nederlandse burgers bestaansonzekerheid tot het verleden behoren. Dit vergt overigens ook een structurele herijking van het socialezekerheidsstelsel.

Tegelijkertijd vraagt dat van het huishouden om op verantwoorde wijze om te gaan met het geboden salaris en budget en aan te tonen dat de hoogte toereikend is, zonder te vervallen in overvragen of overbesteding. Hiermee kunnen excessen in honorarium en uitgaven beperkt blijven.

Kentering

Voorwaarde voor deze omwenteling is dat het bestaansinkomen samenleving-breed gedragen wordt. Dit vergt van de huidige grootverdieners op alle gebieden een enorme stap terug. Een exorbitante beloningsstructuur is in een gemeenschap die leeft van een bestaansinkomen niet langer houdbaar. Het doet een levensgroot beroep op solidariteit en het collectief ervaren van de wens welvaart voor iedereen te realiseren.

Alleen wanneer de urgentie van deze omslag in samen-zijn, gemeenschappelijk gevoeld wordt, waarna vrijwillig en weloverwogen afstand wordt gedaan van buitensporige rijkdom, behoort een samenleving zonder armoede tot de mogelijkheden.

Ommekeer

Vanmorgen las ik een krantenbericht over de terugvordering van een Participatiewetuitkering door de gemeente Eindhoven. Een bijstandsechtpaar had van hun volwassen kinderen een behoorlijke periode maandelijks geld gekregen en dat wordt nu teruggevorderd. Opgevraagde bankafschriften toonden de betalingen onweerlegbaar aan. Het geld was onder andere een ‘vergoeding’ voor het feit dat ze vaak bij hun ouders hadden gegeten.

De inhoud

Alles bij elkaar hebben de kinderen € 8.408 aan hun ouders overgemaakt, omgerekend € 420 per maand over een periode van ongeveer een jaar. De zaak is overigens aan het licht gekomen door een anonieme tip. Want in Eindhoven bestaat die mogelijkheid. De tipgever is dus niet naar het gezin gestapt om ze op hun ‘overtreding’ te wijzen (voor zover we weten, want in het artikel staat geen voorgeschiedenis), maar heeft de gemeente ingelicht zonder zichzelf bekend te maken.

De gemeente Eindhoven vordert bijna € 11.000 terug – meer dan het echtpaar heeft ontvangen, waarschijnlijk het gevolg van brutering vanwege de leeftijd van de vordering – en legde in eerste instantie ook nog een boete op van € 1.800. Die boete is na bezwaar gehalveerd, de terugvordering blijft bestaan.

Uiteindelijk is de zaak bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) terechtgekomen. De CRvB is de hoogste (!) bestuursrechter in socialezekerheidszaken. Mevrouw mr. F. Hoogendijk is glashelder in haar vonnis: het echtpaar had er bij stil moeten staan dat die bedragen mogelijk van invloed waren op de bijstand, en de opgelegde boete is evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de overige over appellanten (het echtpaar) gebleken omstandigheden.

Dat betekent dat ze nu 10 jaar (!) lang iedere maand € 75 moeten aflossen van hun bijstandsuitkering.

Vergissen is menselijk

Aan de andere kant heeft het Eindhovense college beloofd dat burgers het ‘Recht op vergissen’ zouden krijgen, nadat CDA, ChristenUnie, Denk en VVD met een motie hiertoe kwamen. Eindhovenaren mogen een fout maken zonder dat daar direct een boete aan vastzit, was de bedoeling. Vooral omdat er geen sprake hoeft te zijn van kwaadwillendheid, dan wel dat onbegrip van de wet- en regelgeving een rol kan spelen. De motie zelf is ingetrokken na toezegging van (intussen voormalig) wethouder Yasin Torunoglu om de geest van de motie te omarmen en de directeur sociaal domein Yvonne Bieshaar te vragen of ze dit nadrukkelijk wil communiceren.

Natuurlijk verwijst het bericht in het AD naar de Wijdemerenaffaire, maar ook andere vergelijkbare gevallen, waar landelijk veel ophef over ontstond. In Wijdemeren is de terugvordering ook in stand gebleven na de uitspraak van de heer mr. O.L.H.W.I. Korte van de Centrale Raad van Beroep.

Een juridisch sluitend verhaal. Met de kanttekening dat de belofte destijds van de wethouder niet is beklijfd. Daarnaast valt over het anoniem tips aan de gemeente doorgeven nog wel een en ander te zeggen. Iets met smaakvol en beschaving.

Opwinding

Wat ook opvalt is de opwinding. Vooral van mensen die vinden dat fraudeurs stevig aangepakt moeten worden. Die uitkering wordt ten slotte betaald van hun belastinggeld. Waar zij keihard voor gewerkt hebben. Dus straffen die handel!

Even een rekensommetje. In 2023 bedragen de inkomsten van het Rijk € 366,4 miljard. Daarvan is 21,9% loonbelasting. Dat komt neer op € 80,2 miljard. In Nederland hebben 9,7 miljoen mensen betaald werk. Dat betekent dat we in Nederland gemiddeld € 8.272 per jaar aan loonbelasting betalen. Dat niet iedereen evenveel belasting betaalt, weten we ook. Dat is – helaas – een andere discussie.

De mensen die vinden dat fraudeurs op hún belastingcenten teren, beseffen nauwelijks wat ze zeggen. Technisch gesproken hebben ze gelijk, maar qua persoonlijke bijdrage aan de totale opbrengst loonbelasting, valt hun argumentatie volkomen in het water. Persoonlijk dragen zij slechts 0.00001% bij aan die in totaal € 80,2 miljard loonbelasting. Oftewel: ze hebben op jaarbasis acht en een halve eurocent loonbelasting ‘verloren’ aan de zobenoemde fraude van het Eindhovens echtpaar. Klein bier, heette dat vroeger. Voorwaar iets om je flink over op te winden.

In totaal staat in het vierde kwartaal van 2022 een bedrag van € 570 miljoen aan fraudegerelateerde vorderingen open. Het betreft fraudevorderingen in de bijstand die vanaf 2013 zijn beschikt. Dat betekent dat de afgelopen tien jaar voor gemiddeld € 57 miljoen aan fraudegerelateerde zaken zijn vastgesteld. Ook hier geldt een voorbehoud: de definitie van fraude (opzet, grove schuld, verwijtbaar, verminderd verwijtbaar) is op zijn minst onderwerp van gesprek.

Nu terug naar de opgewonden mensen die keihard werken en belasting betalen. Stel dat het bedrag klopt: € 57 miljoen per jaar aan fraude. Dat is 0,07% van de totale opbrengst inkomstenbelasting. Dat betekent dat iedereen met betaald werk op jaarbasis € 588 ‘kwijtraakt’ vanwege gepleegde fraude. Dat is minder dan € 49 per maand.

Best een aardig bedrag, maar niet bepaald wereldschokkend. Zeker niet omdat wij en zij het niet rechtstreeks in onze portemonnee voelen. De loonbelasting is immers al afgedragen. Natuurlijk is het een welkom bedrag, die € 12,50 per week. Voor sommigen heel wat. Zeker wanneer je van een minimum moet rondkomen. Zoals het Eindhovens echtpaar dat de touwtjes nog maar nauwelijks aan elkaar geknoopt krijgt en zodoende door hun kinderen wordt gesteund. Maar om nou te beweren dat het daarom per definitie profiteurs zijn die het vel over de oren gehaald moet worden, gaat erg ver.

Handhaving tegen de klippen op

Nog een ander gezichtspunt. Wat is eigenlijk het prijskaartje van al die (harde) handhaving? Het hele traject loopt over nogal wat schijven: van tiplijn naar sociale recherche, naar bijstandsconsulent, naar kwaliteitsmedewerker, naar ambtenaar terugvordering en verhaal, naar bezwaarcommissie, naar beroep bij de bestuursrechter, naar hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep en uiteindelijk naar de medewerker uitkeringsadministratie om de terugvordering (mogelijk geautomatiseerd) maandelijks te verrekenen.

Dat moet toch een lieve cent kosten. De vraag is natuurlijk of al die personele, juridische en automatiseringskosten wel opwegen tegen het terug te vorderen bedrag. Of doen die uitgaven niet ter zake, omdat fraude nooit mag lonen en te vuur en te zwaard bestreden moet worden?

Kosten waarvoor die opgewonden belastingbetaler overigens ook opdraait. Zou hij dat wel beseffen in zijn blinde drift?

Onschuldpresumptie

In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) staat de onschuldpresumptie uitdrukkelijk vermeld. In het Engels: innocent until proven guilty. Dat is het uitgangspunt, ook in de Nederlandse rechtspraak. Iemand is pas schuldig als het vermoeden van onschuld met onweerlegbare feiten weersproken wordt. In het verhaal over het Eindhovens echtpaar is de schuld – vanuit juridisch oogpunt – onomstotelijk vast komen te staan. De bankafschriften spreken duidelijke taal. Toch is er iets in de argumentatie van de rechter, dat ruimte biedt voor een nuance in dit relaas. Zij zegt: “Het echtpaar had er bij stil moeten staan dat die bedragen mogelijk van invloed waren op de bijstand”. Daarin zit de veronderstelling dat het echtpaar dezelfde taal spreekt en hetzelfde begrippenkader hanteert als de ambtenaar die hen destijds heeft geïnformeerd over de rechten en plichten van iemand die een Participatiewetuitkering ontvangt.

Dat is nogal een aanname. Want wat is inkomen nou precies? Geld dat je krijgt omdat je werkt. Natuurlijk. Geld dat je ontvangt omdat je een (andere) uitkering krijgt. Natuurlijk. Geld dat je van je kinderen krijgt omdat ze bij je eten en ze niet willen dat je daardoor financieel in de knel komt. Minder natuurlijk. Het kan daarom heel goed zijn dat het echtpaar vanuit een andere definitie van inkomen de uitgelegde rechten en plichten uitstekend heeft toegepast. Want geld van je kinderen krijgen is geen inkomen, maar een lief steuntje in de rug in barre tijden.

Daarom bij deze het pleidooi voor de introductie van een nieuw begrip: naïviteitspresumptie. Mensen kunnen in gesprek met vertegenwoordigers van overheidsinstanties volmondig bevestigen dat ze het begrepen hebben en er tegelijkertijd volkomen naast zitten. Eenvoudigweg omdat ze een andere inhoudsbepaling en woordverklaring bezitten dan de ambtenaar die tegenover ze zit. Twee werelden die schijnbaar in overeenstemming zijn, maar in de praktijk botsen en langs elkaar heen praten, omdat er op fundamenteel niveau een verschillende taal wordt gesproken. Beiden doen hun best, maar de boodschap is niet overgekomen, omdat begrippen wederzijds onvoldoende zijn geijkt. N.B.: tussen ambtenaren onderling kan dit verschijnsel eveneens optreden. Met alle gevolgen van dien.

De stelling “Het echtpaar had er bij stil moeten staan dat die bedragen mogelijk van invloed waren op de bijstand”, komt daarmee in een geheel ander licht te staan. Want de ambtenaar heeft in alle naïviteit gedacht dat het goed is uitgelegd en het echtpaar heeft in alle naïviteit gedacht het goed begrepen te hebben. Ierse toneelschrijver en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur George Bernard Shaw schreef het al: “Het voornaamste probleem van communicatie is de illusie dat het heeft plaatsgevonden.”

Wat zou het mooi zijn als de rechter dit verschijnsel, de ruis tussen de communicatiepartners, zou meenemen in haar uitspraak door naïviteitspresumptie onderdeel te laten zijn van de overwegingen in het vonnis. Wat mogelijk tot een heel andere beslissing zal leiden.

Landsadvocaat

Laatste invalshoek. Afgelopen 2 juni 2023 kreeg de Tweede Kamer een brief van demissionair minister Dilan Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid. Daarin meldt zij de kosten die de landsadvocaat, de advocaat van de Nederlandse staat, in het jaar 2022 in rekening heeft gebracht. Sinds 1 september 2018 is Reimer Veldhuis landsadvocaat en geeft bij advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn leiding aan de afdeling Centrale overheid. Verdeeld over diverse ministeries en kostenposten heeft Reimer Veldhuis met zijn afdeling in totaal € 34.914.000 gedeclareerd. Ik herhaal: afgerond € 35 miljoen.

Dit zijn de landsadvocaat met zijn team die destijds minister Carola Schouten hebben geadviseerd te volharden in haar weigering studenten de energietoeslag toe te kennen. In een uitgebreide motivering acht hij de uitsluiting van die groep verdedigbaar, ondanks diverse rechtszaken die studenten in het gelijk stelden.

Ook is de landsadvocaat degene die tot het uiterste ging om een gedupeerde van de Belastingdienst geen toegang te geven tot zijn eigen dossier. Bovendien is hem bij voortduring om advies gevraagd tijdens het zich nog altijd voortslepende, mensonterende toeslagenschandaal, wat onder meer blijkt uit zijn verweerschrift over de aangifte van toenmalige staatssecretarissen Alexandra van Huffelen en Hans Vijlbrief tegen ambtenaren van de Belastingdienst vanwege mogelijke knevelarij en beroepsmatige discriminatie. Die aangifte was niet nodig geweest, want de ambtenaren hadden niks strafbaars gedaan.

Weten deze opgewonden mensen die protesteren tegen het verkwanselen van hun loonafdracht over het zuurverdiende geld, dat zij Veldhuis mede bekostigen van hun belastingcenten? Dat ze maandelijks € 30 meebetalen aan een landsadvocaat die ervoor zorgt dat de rechten van mensen structureel belemmerd worden, in samenwerking met een overheid die eindeloos kan procederen vanwege een onuitputtelijke financiële bron? Mensen zoals – mogelijk – zijzelf; of hun kinderen die (straks gaan) studeren en op kamers wonen?

Ommekeer

Het is de selectieve verontwaardiging die zoveel verbazing wekt. Woede die niet zelden op onwetendheid, halve waarheden en desinformatie is gebaseerd. Frustratie die wordt gevoed door angst voor verlies, een persoonlijk trauma, misplaatste jaloezie of gebrek aan welbehagen over de eigen situatie. Het wantrouwend mensbeeld dat als een spook door onze samenleving waart, schiet steeds dieper wortel, tiert welig als heermoes of witte klaver en lijkt onuitroeibaar. De onwil ook om iets tot de bodem uit te zoeken voordat een mening de ether in wordt geslingerd, is hardnekkig. De razende reactie vaak, die van geen nuance wil weten, het vuur bij anderen oppookt en polariserend een spoor van vernieling trekt, aangewakkerd door rücksichtslos fanatisme dat geen onderscheid meer ziet tussen feit en fictie.

Het oordeel is al geveld. Zonder de situatie persoonlijk te kennen. Want is er nou werkelijk sprake van verrijking door het Eindhovens echtpaar? Leven ze echt in weelde en profiteren ze gewetenloos van overheidsgeld? Natuurlijk niet. Er is helemaal geen rijkdom door misbruik van gemeenschapsgeld. Zoals er in de meeste gevallen van (zogenaamde) fraude helemaal geen overvloed is aan te wijzen.

Het juridisch verhaal kan me gestolen worden. De oorzaak ligt bij fundamenteel gebrek aan bestaanszekerheid als gevolg van een verwrongen mensbeeld op basis van institutioneel wantrouwen. De overheid werkt dit soort gedrag zelf in de hand. Garandeer een bestaansinkomen en wat nu (in de meeste gevallen) fraude wordt genoemd behoort (in de meeste gevallen) tot het verleden. Het is geen fraude, het is overlevingsdrang, teweeggebracht door een wetgever die aan cognitieve dissonantie lijdt, waar de degene die (noodgedwongen) een beroep doet op inkomensondersteuning, het slachtoffer van wordt. De structurele onbetrouwbaarheid zit bij de (lokale) overheid, niet de burger.

Want het is een mythe die om onbegrijpelijke redenen in stand wordt gehouden. De mythe dat deze oplichters wentelend in een zwembad vol geld als Dagobert Duck door het leven gaan. Het drogbeeld van dikke auto’s en reusachtige televisies. Een schofferende representatie, die door menig ambtenaar, beleidsmedewerker, bestuurder, politicus en burger gecultiveerd en verdedigd wordt. Omdat het op een of andere manier in de (persoonlijke of politiek-bestuurlijke) agenda past.

Hamvraag blijft wat de gemeente Eindhoven nou precies wil uitdragen met deze maatregel. Welke boodschap zendt ze uit? Wat willen bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders ons vertellen? Welke innerlijke drijfveer of strategische overwegingen noopt hen ertoe dit echtpaar op deze manier aan te pakken? Kan iemand daar een antwoord op geven?

Het is de hoogste tijd om op te houden met het nemen van dit soort besluiten. Want het gif van het waanidee dat mensen met een uitkering potentiële profiteurs en fraudeurs zijn, sijpelt steeds dieper door in onze maatschappij. Stop met verspreiding ervan. Het is tijd voor een radicale remedie. Een draai van honderdtachtig graden naar vertrouwen, mededogen, liefde, persoonlijke betrokkenheid. De enige manier om dit tij te keren.

Voedselbanken en gaarkeukens

Aan de buitenkant lijkt Nederland keurig aangeharkt. Kijk maar naar foto’s van de Efteling, Keukenhof of Hoge Veluwe. Ook stedelijke winterlandschappen en stadswandelparken scheppen een behaaglijk beeld. Een van de redenen waarom we zo’n aantrekkelijk land zijn voor arbeidsmigranten, asielzoekers en vluchtelingen. Maar achter die sympathieke façade gaat een grimmige werkelijkheid schuil.

Het artikel over het zielloze lichaam van een 32-jarige Poolse man dat aan de rand van het Kralingse Bos is aangetroffen, illustreert de staat van de huidige maatschappelijke opvang. Het recente bericht van het Leger des Heils over de explosie aan dak- en thuisloze jongeren is minstens zo zorgwekkend. De bijdragen over ongedocumenteerden in De Correspondent zijn zo mogelijk nog schrijnender. Om over het onvermogen om met ‘verwarde’ mensen om te gaan, nog maar te zwijgen. Het geldende beleid is in toenemende mate onmenselijk en huiveringwekkend. We hangen als land – dat tot de rijkste op aarde behoort – met onze nagels aan de rand van de beschaving, waar ook de inkomens- en vermogensongelijkheid maar blijft groeien, met alle gevolgen van dien.

Ja, de Poolse man en zijn mededakloze vriend hadden de nachtopvang geweigerd. Maar dat is het begin van verder gesprek, toch geen eindstation? Hoe is het mogelijk dat verantwoordelijken (als die nog bestaan in dit overgecompliceerde systeem) dit zich niet aanrekenen en geen actie ondernemen?

Onze samenleving glijdt gestaag af naar honderd jaar geleden: het twintigste-eeuwse interbellum, toen sociale voorzieningen nog nauwelijks bestonden en het leven van armen en daklozen afhankelijk was van liefdadigheid. Bedelen en schooien op straat, proletarisch winkelen, niet bestaande nachtopvang, slapen in een portiek onder een gestolen jas terwijl het sneeuwt. Armoede, honger, ziekte, vroegtijdige dood.

De inzichten over het aantal dak- en thuislozen zijn verdeeld. Het CBS spreekt over 32.000 feitelijk daklozen, branchevereniging Valente heeft het over honderdduizenden. Verontrustende aantallen. Gelukkig ontstaan er initiatieven zoals Onder de Pannen, waar huishoudens die een kamer over hebben zich kunnen melden. Een hoopgevende actie, maar druppel op de gloeiende plaat.

De Rijksoverheid heeft het ambitieuze Nationaal Actieplan Dakloosheid gepresenteerd, dat er voor moet zorgen dat in 2030 dakloosheid is beëindigd. Over zeven (!) jaar dus. De vraag is wat dit plan doet voor de mensen die vannacht onder een brug in de vrieskou liggen. Immers: hun nood moet vandaag geledigd worden, voordat ze op straat sterven.

Dakloosheid dreigt met grote stappen te groeien. Als gevolg van de gierende inflatie (de hoogste na 1975) en aanhoudende energiecrisis gaan steeds meer mensen naar de voedselbank of raken hun huis kwijt omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. Ook het beroep op armoedehulporganisaties neemt schrikbarende vormen aan. Intussen leven er in Nederland meer dan 1 miljoen mensen in armoede, waaronder 220.00 mensen die een baan hebben. Bovendien wordt er steeds vaker beslag op loon gelegd vanwege schulden.

Mede hierdoor groeit volgens het CBS in ons zogenaamd welvarende land een kwart van de kinderen op in een huishouden met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Daarnaast meldt het NJI dat kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond een veel groter risico op armoede lopen dan kinderen van Nederlandse origine. De marginale verhoging van het wettelijk minimumloon zet geen zoden aan de dijk en bestaanszekerheid kalft alsmaar verder af. Nog even en de gaarkeukens zijn weer net zo noodzakelijk als ruim een eeuw geleden.

Het meest triest is nog wel dat ondanks al deze alarmerende berichten het niet tot Den Haag lijkt door te dringen dat het zo niet langer kan. Alle plannen ten spijt, of het nou over brede welvaart, armoede en schulden, wonen, onderwijs, dakloosheid of (geestelijke) gezondheidszorg gaat, er wordt nog geen deuk in een pakje boter geslagen.

Wat we zien is de omgekeerde werdegang van de verzorgingsstaat, waar normbesef wegkwijnt onder reguleringsdruk, humaan perspectief zienderogen verdwijnt en politiek-bestuurlijke ethiek door betonrot is aangetast. Structurele desinteresse en handelingsonbekwaamheid. Onvoorstelbaar en beschamend. De erosie waaraan persoonlijke betrokkenheid onderhevig is, wordt gerechtvaardigd door terminologie en eufemismen, en zorgt voor een lawine aan tragische verhalen en slachtoffers. Er kunnen boeken over volgeschreven worden. De rechtsstaat brokkelt af. We zijn niemandsland geworden. Letterlijk en figuurlijk. Vrij naar Anil Ramdas: ik stel me de wereld anders voor.

Anders gezegd: de maat is vol en het glas is leeg. Wie pakt de handschoen op?

Opgelegd pandoer

Een paar weken geleden zag ik de documentaire The Biggest Little Farm op Netflix. Daarin wordt verteld over het echtpaar John en Molly Chester, dat in de loop van zeven jaar een dor stuk land van bijna 95 hectare transformeert tot een zelfregulerend ecosysteem. Ze worden geholpen door Alan York, voorvechter van biodynamische landbouw, om hun boerderij Apricot Lane Farms tot een prachtige, complexe wereld te laten opbloeien waar biodiversiteit hoogtijdagen viert. Een inspirerend en hoopgevend verhaal.

In die zeven jaren worden ze geteisterd door financieel tekort, plagen, ziekte, rampen en ook de dood. Alle tegenslagen die je kunt bedenken, steken de kop op. Soms verliezen ze haast de moed. En telkens wanneer ze denken de controle hervonden te hebben, slaat de natuur opnieuw toe. Ze voelen zich na het zoveelste malheur zelfs gedwongen hun fundamentele overtuiging niet te doden om te behouden waarvoor ze zich maximaal inspannen, los te laten. Maar ze geven niet op. Omdat ze ervaren dat het klopt.

Aan het eind van de film gaat het over natuur en harmonie. Hoe we als mensheid heel lang hebben geleefd op een draaglijk niveau van disharmonie. Dat lukt nu al een hele tijd niet meer. Onze eenentwintigste eeuw maakt dat meer dan duidelijk. De disharmonie is niet langer comfortabel of acceptabel. Het wringt, het is niet meer uit te houden en de ontevredenheid woekert zienderogen. Onbewust en bewust. Onrust en onvrede zetten ons aan tot radicaler gedachtegoed en bijbehorende uitingen. Het is voor iedereen waarneembaar. De polarisatie neemt toe, gevoed door verontwaardiging, opwinding en hardvochtige standpunten.

Maar die onvrede zet ook aan tot initiatieven zoals in de The Biggest Little Farm, waar (vreedzame) co-existentie tot op zekere hoogte vanzelfsprekend is. Soms zwaarbevochten, zelden vanzelf, maar wel de inspiratiebron. Het verlangen naar eenheid die aanzet tot de sprong in het diepe, gedreven door de oprechte wens het bestaan in verbinding met de natuur vorm te geven. Maar ook zonder garantie, want morgen kan alles weer anders zijn.

Natuurlijk herken ik die onvrede, frustratie en opwinding in mijn eigen leven. Zowel privé als in mijn werk. Als coördinator bij een vrijwilligersorganisatie wanneer professionals verstrikt raken of zijn in wet- en regelgeving en daar niet uit (willen) komen. Als zelfstandig docent schuldhulpverlening zodra in de uitwisseling duidelijk wordt dat gepast wantrouwen hardnekkiger is dan ik wens. Als lezer van onderzoeken, rapporten, beleidsstukken en artikelen over mijn vakgebied, waarin met grote regelmaat de plank volledig wordt misgeslagen doordat niet wordt begrepen dat cijfers, methodes en wetenschappelijke analyse geen oplossing zijn zonder persoonlijke betrokkenheid.

Om die frustratie – en soms woede – vorm te geven, schrijf ik dan een blog of artikel. Of gewoon een paar regels, als uitlaatklep voor de ontgoocheling of drift. Zoals deze: ‘Schermen met zelfredzaamheid is eisen dat iemand bewijst iets niet te kunnen, door toch eerst zelf te proberen. Het is geen validatie van kracht, maar een negatieve kwalificatie, een bevestiging van onkunde, een afgedwongen schuldbekentenis, die suggereert dat hulp een privilege is dat alleen verdiend kan worden door eigen zwaktes en plein public toe te geven. Het is vernederend, mensonterend en een schoolvoorbeeld van superioriteitsdenken. Zeker als het over financiële problemen en schulden gaat. Want dan betreft het zelden een menselijk tekort en vrijwel altijd een gebrek aan geld. De weg daar uit vervolgens een klantreis noemen, is helemaal een gotspe. Alsof het om een pleziertochtje door het bureaucratisch landschap gaat met een lollig snuisterijtje als beloning bij de uitgang.’

Dat gemopper – dat van tijdelijke aard is en weinig constructief – verdween even helemaal terwijl ik The Biggest Little Farm keek. Ineens zag ik het voor me. Een eerder blog over Ubuntu, mijn oproep een Alliantie te vormen, de wens iedereen die financiële problemen heeft vanuit liefde en mededogen te ondersteunen; ze vielen allemaal samen.

Co-existentie in een zelfregulerend ecosysteem dat in vanzelfsprekende harmonie bestaat. Een samenleving waarin een monetair stelsel niet meer nodig is. Een bestaan waarin het grootboek is gesloten en definities als schuld en incasseren geen betekenis meer hebben. Een omgeving waar zorg en veiligheid – de fundamentele componenten van bestaanszekerheid en welzijn – natuurlijk aanwezig zijn. Een wereld waar termen als participatiemaatschappij, zelfredzaamheid en samenkracht niet langer noodzakelijk zijn.

Toekomstmuziek? Naïef en romantisch? Onmogelijk? Misschien wel allemaal, wellicht geen van alle. Hoe dan ook, geen beletsel om te ervaren dat het weefsel dat de mensheid is, een oneindige draagkracht bezit die zich uitstrekt tot onvermoede grootte.

Mark Twain noteerde ooit: ‘Ik heb in mijn leven veel zorgen gehad, waarvan de meeste nooit zijn uitgekomen.’ Laat ik dat vandaag tot leidraad nemen terwijl ik deze woorden schrijf. Want niemand kent de toekomst en een van de voornaamste belemmeringen van creativiteit is rationaliteit. We maken onszelf zoveel wijs. We zijn zo snel bang. We doen zo snel iets af als hersenspinsels. Terwijl de wereld zoveel leuker is als we de onbegrensde potentie van het leven toelaten. Juist in de dagelijkse strijd, ondanks alle muizenissen. Gewoon uitvliegen. In de wetenschap dat niets te beheersen is en alles mogelijk.

Stel je toch voor. Wij allemaal samen. Zonder uitzondering. In harmonie – ook wanneer die er niet is. Een eenheid waarin vrijheid dagelijks ervaren wordt, waarin lijden niet meer bevestigd hoeft te worden, waarin ieder moment van binnenuit besloten kan worden die ander – die aan iedereen verbonden is – onvoorwaardelijk bij te staan, in lotsverbondenheid, waarin vanuit natuurlijk verloop de dingen gebeuren die gebeuren.

Niet zonder slag of stoot. Want het vraagt van ons allemaal dat we alle innerlijke hindernissen, piketpalen en kwetsuren uit het verleden aan introspectie onderwerpen. Misschien wel zeven jaar lang. Om ze vervolgens met een vleugje melancholie, maar vooral vreugdevol, te zien als niet meer dan dat: hindernissen, piketpalen en kwetsuren die er niet meer toe doen.

Het vergt ook een andere manier van communiceren: de taal van het hart. Gesproken vanuit de stroom waardoor we ons vanuit de bron laten meevoeren, in een bedding van vertrouwen en besef van verbondenheid.

Zonder labels. Geen opgelegd pandoer. Maximale bewegingsvrijheid en diversiteit. Ieder dag weer. Om te doen wat we het liefste doen. Zonder onderscheid. Om te beginnen in onze eigen kring, ons ecosysteem. Dat uitbreiden. Tot we op een ander ecosysteem stuiten dat hetzelfde voorheeft, naadloos aansluit en samenvloeit. Tot het volgende ontdekt wordt. En zo voorts. Een ware samen-leving.

Zonnebloemen

De top 5 rijkste personen in Nederland volgens de Quote 500 heeft een geschat vermogen van € 33,5 miljard. Volgens het NVVK Jaarverslag 2021 hadden de huishoudens die zich in 2021 hebben gemeld voor schuldhulpverlening, een totale schuldenlast van € 2,9 miljard. Anders gezegd: wanneer de vijf rijkste mensen van Nederland, ik herhaal: de VIJF rijkste mensen van Nederland, minder dan 10% van hun vermogen inzetten, behoren de problematische schulden van 78.698 huishoudens, ik herhaal: ACHTENZEVENTIGDUIZEND ZESHONDERDACHTENNEGENTIG huishoudens, tot het verleden.

Volgens het CBS hebben ruim 600.000 huishoudens in Nederland geregistreerde problematische schulden. Wanneer ik uitga van dezelfde gemiddelde schuldenlast die de NVVK rapporteert, dan hebben deze huishoudens een totale schuldenlast van € 22,4 miljard. De top 5 rijkste families van Nederland heeft volgens de Quote 500 een geschat vermogen van € 39 miljard. Do the math, is de toepasselijke Engelstalige uitdrukking.

De twee top 5 lijsten bevatten geen doublures. Totaal is er dus € 72,5 miljard aan vermogen beschikbaar. En dan heb ik het nog niet over de andere 990 personen en families in de rest van de Quote 500. Die draagkracht. Onbenut. Waarom? Omdat …

De overheid, die volgens de Rijksbegroting in 2022 € 353 miljard gaat uitgeven, waarvan structureel € 120 miljoen voor de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden (omgerekend 0,034%), krijgt het ook niet voor elkaar om inkomensongelijkheid, armoede en schuldenproblematiek bij de wortel aan te pakken. “Ze” gaan het niet voor “ons” doen. Accepteer die institutionele onverschilligheid en lamlendigheid. Het systeem verandert niet vanuit zichzelf.

Maar als wijzelf, in onze eigen kring, onze draagkracht inzetten, om degenen in onze directe omgeving die het niet zo breed hebben als wij, te ondersteunen, dan doen we hetzelfde dat we van de top 5 rijkste personen en families in de Quote 500 en de regering verwachten: dragen wat we kunnen. De welvaart delen. Ieders welzijn voeden. Vanuit het hart. Co-existentie in een zelfregulerend ecosysteem dat in vanzelfsprekende harmonie bestaat.

Uiteindelijk is er niets dat ons tegenhoudt. Ook wijzelf niet. Vooral ik niet. Ik ben benieuwd!

Confectie of maatpak: de vertroebeling van het antwoord

Nu een disfunctionerende regering en krachteloos parlement niet in staat blijken de tsunami aan crises te stoppen, wordt het tijd voor een alternatief. Het casinokapitalisme en neoliberalisme hebben zoveel schade aangericht dat iedere maatregel louter symptoombestrijding is zonder enig genezend effect. Bovendien maken exclusiecriteria, ultracomplexe aanvraagprocedures en digitale hindernisbanen het schier onmogelijk een beroep te doen op de ondersteuning die zo broodnodig is.

Meer dan een miljoen huishoudens zakt door de vloer van de verzorgingsstaat en ontbeert ieder bestaansminimum. Holle terminologie als menselijke maat, individuele afweging en solidariteit wordt gebruikt als cosmetische retoriek voor de bühne. Professionals slaken de ene na de andere onbeantwoorde noodkreet. In de dagelijkse praktijk werkt niets meer. Wanhoop raast door het land. Een sociaaleconomische ramp van ongekende proporties teistert onze samenleving. Een nationaal maatschappelijk en financieel infarct.

Selectieve verontwaardiging en polarisatie geselen de social media. Politici preken voor eigen parochie om hun zwaktebod te verhullen. De ideeënleegte bij bestuurders, volksvertegenwoordigers en beleidsmakers is schrijnend. Ze zijn bevangen door onkunde en angst het electoraat te verspelen. De inquisitiedemocratie en afrekencultuur zorgen in het parallelle universum dat politici bevolken voor een systeemdictatuur waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is.

Er is nog maar één conclusie mogelijk: ‘ze’ gaan het niet voor ‘ons’ oplossen. ‘We’ kunnen en mogen niets meer van ‘hen’ verwachten. Het is aan iedereen een persoonlijk antwoord te geven, in onze eigen kleine kring, waar de directe verbinding met de mensen om ons heen levend is. Weg van alle abstracties, waar overwegingen zoals subsidiariteit en al die andere beginselen niet meer ter zake doen. Gewoon met de voeten in de klei. Hier en nu.

Bestaanszekerheid begint bij ons. Familie. Vrienden. Kennissen. Buren. Collega’s. Dat eerste weefsel waarvan we allemaal deel uitmaken. Daar uitreiken. Vanwege een besef van gemeenschappelijkheid. Daar zien en antwoorden. Niet meer. Niet minder. Naar beste kunnen en beste weten. Iedere dag weer. Omdat het spektakel er omheen er niet langer toe doet, er nooit toe heeft gedaan. Het gaat niet langer om invloed, maar om uitvloed. Vanuit onszelf. In hartsverbinding. Met die ander. Waar alles begint. Alles eindigt. En daarna weer begint. Nu.