Jaarlijkse archieven 2026

5 berichten

Voortschrijdend inzicht

Of all the preposterous assumptions of humanity over humanity, nothing exceeds most of the criticisms made on the habits of the poor by the well-housed, well-warmed, and well-fed.

Herman Melville – Poor Man’s Pudding and Rich Man’s Crumbs [1850]

Eerste ontmoeting

In het jaar 2000, als ik het me goed herinner, net aan de slag voor een nieuwe werkgever, zat ik op een congres over schuldhulpverlening naast Nadja Jungmann. Ik kende haar niet. Zij mij uiteraard ook niet. We luisterden in een zaal naar een inleidende toespraak van NVVK-voorzitter Willy Pietersen. Tijdens zijn praatje maakte ze half binnensmonds een opmerking die mij trof. Fris en onbevangen. Ik mocht haar meteen. Nu was ik zelf pas vanaf 1998 als schuldhulpverlener actief. Mijn ervaring met de andere kant, bijzonder beheer particulieren bij een grote bank, maakte dat ik kritisch keek naar de manier waarop mensen met schulden werden geholpen. Daarom beviel de opmerking van Nadja Jungmann mij des te meer. Ze legde de vinger op de zere plek. Het door Pietersen geschetste beeld over de effectiviteit van schuldhulpverlening was te eenzijdig.

Niet veel later op datzelfde congres gaf ze tot mijn grote verbazing (wist ik veel!), een presentatie over haar onderzoek. Het ging over niet-willers en niet-kunners. Over het onderscheid tussen mensen die weigerden aan hun financiële verplichtingen te voldoen en mensen die het niet konden. Een helder verhaal waarin ik me wel kon vinden. Natuurlijk had ik ook mijn bedenkingen, eigenwijs als ik was (en ben). Want het gevaar van categoriseren loert natuurlijk levensgroot net achter de horizon.

Vele jaren later is er een derde categorie aan die tweedeling toegevoegd: de niet-lukkers. De groep mensen die in financieel zwaar weer, door afname van cognitieve capaciteit, tijdelijk niet zelf in staat is om zorg te dragen voor het huishoudboekje. Een categorie huishoudens die een andere vorm van ondersteuning vergt dan de eerste twee categorieën.

De jaren daarna

De Handreiking Integrale Schuldhulpverlening van 2004 schrijft over de oorzaken van problematische schulden. Er wordt gesproken over exogene oorzaken, de schuldoorzaken die buiten de persoon zelf liggen, zoals echtscheiding, ontslag en ziekte. Aan de andere kant van het spectrum liggen de endogene, in de persoon gelegen oorzaken, zoals een verslaving of het niet met geld kunnen omgaan. De auteurs van de handreiking zijn duidelijk in hun conclusie: “Een problematische schuldsituatie is niet het gevolg van één oorzaak, maar meestal van meerdere, samenhangende oorzaken. Daardoor is het oplossen daarvan zo’n complex proces.”

December 2013 verschijnt Schaarste van econoom Sendhil Mullainathan en gedragswetenschapper Eldar Shafir. In dat boek stellen zij dat (mentale) schaarste door het ervaren van stress in tijden van nood, slagvaardige besluitvorming bemoeilijkt. Sterker nog, ze stellen dat het IQ van personen in die situatie ernstig daalt. Tot zelfs 15 IQ-punten. Het is een stelling die populariteit vergaart en snel wortel schiet. Rutger Bregman publiceert kort na verschijning van het boek in De Correspondent het artikel Waarom arme mensen domme dingen doen en de stelling wordt tot op de dag van vandaag te pas en te onpas gebruikt om mensen met (ernstige) financiële problemen te typeren.

In het whitepaper uit 2016 van (wederom) Nadja Jungmann en Tamara Madern, Duurzame verbetering van gezond financieel gedrag. Droom of werkelijkheid?, worden de interventies ter verbetering van financiële competenties onder de loep genomen. Het blijkt dat op internationaal niveau is geconstateerd dat inzet van die interventies weinig oplevert en dat we in Nederland niet weten wat de inzet van dergelijke interventies oplevert, ook omdat er nooit een cohortonderzoek is gedaan om te observeren hoe na die interventies bepaalde uitkomsten of ontwikkelingen in de loop der tijd zijn ontstaan. Daarnaast wordt aangestipt dat (intrinsieke) motivatie en self-efficacy (zelfeffectiviteit of geloof in eigen kunnen) minstens zo belangrijk zijn als theoretische kennis en vaardigheden vergroten.

In 2017 verschijnt het rapport Weten is nog geen doen van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). Daarin wordt gesproken over een realistisch perspectief op redzaamheid bij onder andere persoonlijke financiën. Het is deels een reactie op de introductie van de zelfredzaamheid-matrix (ZRM) in 2010 en de troonrede van koning Willem-Alexander in 2013 waarin voor het eerst wordt gesproken over de participatiesamenleving. Een keerpunt in de visie op de verzorgingsstaat.

Tegenover de eigen regie, het sociale netwerk en de eigen kracht die in die troonrede worden benoemd, vragen de schrijvers van het WRR-rapport aandacht voor het belang van niet-cognitieve vermogens en de moeite die veel mensen hebben om die in te zetten, zoals een doel stellen, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan met verleiding en tegenslag.

Een nieuw zienswijze

Op 14 september 2022 verschijnt een column in economievakblad ESB van postdoctoraal onderzoeker Ernst-Jan de Bruijn met de titel Laten we stoppen met de uitspraak dat armoede het IQ verlaagt. In die column nuanceert hij het gebruik van de typering in het boek Schaarste. De Bruijn schrijft dat het over cognitief functioneren tijdens ervaren financiële schaarste gaat, niet over IQ. De daling in IQ werd door de schrijvers als analogie gebruikt, niet als hard feit. Ook zet hij vraagtekens bij de onderzoeksmethode zelf, en dus ook de uitkomst ervan. Hij noemt de bewering dat armoede het IQ verlaagt stigmatiserend, simplistisch en eenzijdig. Want armoede kan ook nuttige (executieve) functies activeren, zoals het vermogen om potentiële bedreigingen op te merken en om snel te schakelen tussen activiteiten. Kortom: mensen kunnen ook onvermoede talenten ontdekken en juist creatief worden in tijden van nood. Handelingsverlegenheid kan dan als sneeuw voor de zon verdwijnen.

In het voorjaar van 2024 verschijnt het boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld van Tim ’s Jongers. Het wordt een bestseller en zelfs een theatertour door heel Nederland. In het boek schrijft ’s Jongers, mede gebaseerd op eigen ervaring, over de fundamentele misvatting dat armoede louter en alleen een kwestie van geldgebrek is. Hij benoemt de vele vormen van ontbrekend of minder aanwezig kapitaal (sociaal, financieel, cultureel, psychologisch, fysiek en instantie), die allemaal met elkaar samenhangen. Door het ontbreken van die kapitaalvormen is ‘ontsnappen’ uit armoede en een (financieel) bestaanszeker leven opbouwen, een enorme opgave. Ook heeft hij het over de top-down benadering van armoede, over investeren tegenover spreken over kostenpost (penny wise and pound foolish), over epigenetica (generationele invloed van armoede op DNA-niveau) en de dwaling dat symptoombestrijding, namelijk meer geld geven, een duurzame oplossing is.

Shock to the system

Op 4 december 2025 spreekt professor doctor Nadja Jungmann, bijzonder hoogleraar Bijzondere aspecten van het privaatrecht, haar oratie De nieuwe kleren van de keizer. Over het maatschappelijke belang van balans tussen debiteuren en crediteuren bij schuldenproblematiek uit in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam. Daarin benoemt ze het huidige beleidsnarratief rondom de drie elementen van haar vakgebied: de omvang van de schuldenproblematiek, de impact van incasso en het beperkte gebruik van schuldhulpverlening.

Haar oratie laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Ze presenteert een nieuwe invalshoek, die van de persoonlijkheidskenmerken. Ik citeer: “Ten eerste: het dominante beleidsnarratief is te eenzijdig en rust deels op wankele aannames. We wijzen terecht naar pech, life-events en lage inkomens als veroorzakende factoren, maar houden persoonlijkheidskenmerken die bij een substantieel deel van de huishoudens óók een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van schulden buiten beeld. Dit resulteert in een onvolledige beleidstheorie. Ten tweede: in de afgelopen jaren zijn de verhaalsbevoegdheden van schuldeisers flink beperkt. Een verdere beperking zal de schuldenproblematiek niet temmen.”

Vervolgens zegt ze: “Wat ik wel doe, is expliciet verwoorden dat we onder ogen moeten durven zien dat persoonlijkheidskenmerken een belangrijke rol spelen bij de kans dat mensen in een financieel kritieke situatie in de problemen komen.” En ook: “Mijn punt dat we gedrag vaak buiten beeld laten bij het verklaren van schuldenproblematiek, is dus geen victim blaming.”

Afbeelding gegenereerd door ChatGPT

Verzoening

Ik moest even slikken toen ik haar oratie las en de inhoud op me liet inwerken. Met milde tegenzin, want ik ben zoals gezegd nog steeds eigenwijs, begon ik haar gelijk te geven en vind ik haar oratie moedig. Ook omdat ze haar eigen ongemak benoemt en zich realiseert dat opzettelijk verkeerd framen van haar uitspraken haar kwetsbaar maakt.

Wat me ook duidelijk werd, is dat de ze na ruim 25 jaar, we begonnen immers in 2000, de cirkel rond heeft gemaakt door gedrag een terechte plaats te bieden in de denkrichtingen over het oplossen een voorkomen van problematische schulden. Niet alleen voor de beroepswereld, maar ook voor de buitenwereld. Want de weerstand die bestaat tegen schuldhulpverlening, tegen het kwijtschelden van schulden, tegen het niet voldoen aan betalingsverplichtingen, is groot. In de media, op digitale fora, in de voetbalkantine en ook tijdens de trainingen die ik geef: we maken het ze wel makkelijk (zowel het aangaan van schulden als het niet hoeven te betalen), waarom gaan ze niet werken, waarom moet ik wel mijn leningen afbetalen en zij niet, etc.?

Die diepgewortelde bezwaren heb ik altijd verklaard vanuit ons calvinistisch verleden. Maar nu zie ik hoe eenvoudige bewoordingen – wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten – vertolken wat Nadja Jungmann in haar oratie onderbouwt: mensen met schuld (debt) dragen geen schuld (guilt), maar hun persoonlijkheidskenmerken kunnen wel bijdragen aan het ontstaan en verergeren van hun financiële problematiek. Dat punt sluimerde en is wel benoemd in eerdere rapporten en onderzoeken in de jaren negentig van de vorige eeuw, maar is voornamelijk onuitgesproken en ongezien gebleven. Daarom mopperen zoveel Nederlanders over het makkelijk kwijtschelden van schulden. Ze vinden het uit verhouding, omdat ze niet ervaren dat de persoonlijkheidskenmerken meegenomen worden. Mensen met schulden worden niet aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid en hun eigen rol. De buitenwereld ziet hulpverlening die procesmatig handelt en wegstreept. Dat is alles. Hun onderbuikgevoelens waren juist. Alleen hadden ze de woorden niet.

Het is ook om die reden onterecht om dit aspect – de rol van persoonlijkheidskenmerken in het ontstaan van schulden – niet mee te nemen in de visie op kredietverstrekking, de incassowereld en de geboden dienstverlening in schuldhulpverlening.

Addendum

Tegelijkertijd kan ik het niet laten om een extra perspectief toe te voegen, naast het absurde verdienmodel en het financiële geweld van de incassowereld (namelijk winst maken via het bestaan van schulden), en de haperende wet- en regelgeving rondom bestaansonzekerheid met de daaraan gekoppelde bureaucratie. Namelijk het gezichtspunt van cartograaf Carlijn Kingma en onderzoeksjournalist Thomas Bollen. Het kunstwerk Het waterwerk van ons geld van Carlijn uit 2022 en het boek Geld genoeg, maar niet voor jou van Thomas uit 2025, leggen haarfijn een onderliggende dynamiek bloot. Namelijk die van een meedogenloze winstmaximalisatie die uitsluitend gericht is op vergaring van meer, door en voor grootaandeelhouders en chief executive officers, ten koste van iedereen die niet tot de inner circle van het begeertesysteem van zelfverrijking behoort. Die voortwoekerende machinerie speelt een enorme (voor velen onzichtbare) rol in het blijven bestaan van inkomens- en vermogensongelijkheid en (ernstige) financiële problematiek. Een obscene, onbestreden structuur van ongebreidelde kapitaalaccumulatie ten koste van de meesten, ten faveure van de happy few.

Dat mag niet onbesproken blijven. Want laten we wel wezen, geldgebrek is geen natuurverschijnsel en armoede is een verdelingsvraagstuk. Anders gezegd: zolang dit zieke stelsel, deze sinful structure, ons bestaan vergiftigt, blijven het terugdringen van armoede en de inzet van schuldhulpverlening, helaas gerommel in de marge en symptoombestrijding van een alsmaar groeiend moeras vol drijfzand. Daaraan helpen geen lieve moeder of overwegingen over persoonlijkheidskenmerken. Die druppel is al ruim boven de gloeiende plaat verdampt.

Mogelijk een utopische (misschien zelfs naïeve) gedachte dat het in onze kapitalistische piramide, gevoed door de huidige vrijemarkteconomie, denkbaar is dat de hemeltergende ongelijkheid, de toenemende kloof tussen de armlastigen en de welvarenden, tussen de hooplozen en de hoopvollen, tot staan gebracht wordt en wellicht zelfs tot het verleden gaat behoren. Daar ligt mijn hart. Dat is mijn droom. Iedere dag opnieuw.

Fuik

Afgelopen weken zag ik staatssecretaris Sandra Palmen in twee korte video’s verschijnen. Met zorgvuldig ingestudeerde bewegingen tegen een minutieus geënsceneerde achtergrond deed ze verwoede, desperate én kansloze pogingen de neerwaartse spiraal van het Toeslagendebacle te verklaren. Ze zag er zo ongelukkig uit. Niet op haar plek. In een dwangbuis. Tegen beter weten in dingen verkondigend waarvan ze wist dat ze niet klopten.

In 2020 verwierf zij nationale bekendheid. Haar memo-Palmen, waarin zij als topjurist en vakgroepcoördinator bij de Belastingdienst, als een van de weinigen de rug recht hield en in kritische bewoordingen onder andere waarschuwde voor de keiharde fraudeaanpak en adviseerde over te gaan tot compensatie voor een groep gedupeerde ouders, werd onweerlegbaar bewijs van alles wat fout was gegaan.

Kamervragen van Pieter Omtzigt zorgden ervoor dat het beruchte memo weer boven water kwam. Ze maakte indruk tijdens het daaropvolgende verhoor door de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. Haar getuigenis was helder, zakelijk, niet mis te verstaan. Het memo was destijds door de Belastingdienst vakkundig onder het tapijt gemoffeld. De gesprekken met haar collega’s waren allesbehalve oplossingsgericht. Ze voelde zich niet langer veilig in haar werkomgeving en heeft serieus overwogen als klokkenluider naar buiten te treden. Voorwaar een eerbiedwaardig relaas.

Ongekend onrecht en succes

Haar verhoor van 20 november 2020 vormt een essentieel onderdeel van het eindrapport Ongekend onrecht van 17 december 2020. Een meedogenloos rapport dat de institutionele vooringenomenheid (lees: stelselmatig racisme) en het staats- en bestuursrechtelijk wanbeleid blootlegt, zelfs mogelijk strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigt.

Na de val van kabinet Rutte IV op 7 juli 2023 en de oprichting van Nieuw Sociaal Contract (NSC) op 19 augustus 2023 door Pieter Omtzigt, wordt Palmen nummer vijf op de lijst van NSC. Een logische keus, volgens velen. De Tweede Kamerverkiezing van 22 november levert een eclatante overwinning op. NSC behaalt 20 zetels – een daverende verrassing.

Schoof en Jetten

Ruim een half jaar later staat op 2 juli 2024 het kabinet-Schoof op het bordes van Paleis Huis ten Bosch. Op 12 december 2024 wordt Palmen staatssecretaris Herstel en Toeslagen na het aftreden van haar partijgenoot Nora Achahbar. Palmen krijgt, en verdient, het volste vertrouwen. Nu komt alles goed. Ze vormt immers het boegbeeld van de strijd tegen alles wat de Toeslagenaffaire tot het grootste naoorlogse schandaal heeft gemaakt, samen met Eva González Pérez, Farid Azarkan, Pieter Omtzigt en Renske Leijten.

Wanneer het kabinet-Schoof op 22 augustus 2025 valt en NSC massaal leegloopt, zet ze als partijloos staatssecretaris haar functie voort. Op 23 februari 2026 wordt ze in diezelfde rol beëdigd, ditmaal als lid van het kabinet-Jetten.

Ik hield mijn hart vast. Want leer mij de politiek kennen. De belangen worden ineens levensgroot. Helaas heb ik gelijk gekregen. De lege retoriek, de holle beloftes, het om de hete brij heen draaien, externe partijdwang, ministeriediscipline, het schaamteloos framen van informatie. Ze heeft het, helaas, moeiteloos onder de knie gekregen. Van de oorspronkelijke frisse en vooral onafhankelijke Sandra Palmen is in twee jaar tijd niets overgebleven.

Ondergang

Laten we wel wezen, het is ook een onmogelijke positie. Deze affaire ís niet op te lossen. Het systeem is meedogenloos en de machinerie van een onnoemelijke traagheid. De stapeling van organisaties, afdelingen, regelingen, compensatietrajecten en commissies is gekmakend. Niemand gaat het ooit lukken deze onontwarbare kluwen uit de knoop te halen. Sandra Palmen is verstrikt geraakt in het net en gaat tevergeefs naar adem happend ten onder aan de dictatuur van politieke zelfzucht, rigide wetgeving, organisatiecultuur en angst voor vervolging.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT

Het schandaal sleept zich nog altijd onhoudbaar voort: de zwartgelakte dossiers die ouders hebben ontvangen, de voortgangsrapportages die inmiddels een hele kast vullen, nieuwe onthullingen die gemarginaliseerd moeten worden, zoals een digitale kluis met 64 miljoen ongesorteerde bestanden en onterechte uitkeringen voor tienduizenden zogenaamde toeslagenouders, de uitvoeringskosten die een duizelingwekkende hoogte bereiken van intussen een astronomische 11,6 miljard euro tegenover de initiële 2,1 miljard euro die werd teruggevorderd, de vele slachtoffers die een burn-out hebben gekregen en hun baan zijn kwijtgeraakt, gedupeerde gezinnen uiteen zijn gevallen, vele duizenden die nog altijd niet erkend zijn, mensen die naar het buitenland zijn gevlucht, vervolgden die een eind aan hun leven hebben gemaakt.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald

Toegegeven, we zijn ver over helft. Dat hoop ik dan toch. En de schade ís onherstelbaar. Voor alle betrokkenen. Geef dat gewoon toe. Hou op met CWS, UHT, BAC, Catshuisregeling, brede ondersteuning, kindregeling, Commissie van Wijzen, ex-toeslagenpartnerregeling, integrale beoordeling, Bestuurlijke Adviesraad Kinderopvangtoeslag, Instituut voor Publieke Waarden, publieke en private schuldregeling, Nationale ombudsman en Stichting (Gelijk)waardig Herstel.

Zet er een punt achter. Breek door de muur van onrechtvaardigheid en bestuurlijke waanzin heen. Het is klaar. Keer het geld uit. Bekommer je niet meer over onterechte uitbetalingen. De puinhoop kan alleen maar groter worden. Het zij zo. Geen enkel narratief kan de boel nog redden. Het is al jaren onbeheersbaar.

Het zou mooi zijn als Sandra Palmen nog één keer in staat is haar rug te rechten om op eenzelfde heldere, zakelijke, niet mis te verstane wijze toe te geven dat de grens is bereikt. Dan luister ik weer graag naar haar. Mijn steun heeft ze. Met gepaste bewondering. Omdat ze zich tegen alle verwachting in, uit de fuik heeft gewurmd en opnieuw doet wat juist is: onafhankelijk de waarheid vertellen.

Probaat tonicum

Het amalgaam dat we schuldhulpverlening noemen heeft weer een nieuwe component gekregen. Dit keer heet het Combimodel. Een paar jaar geleden was het Basisdienstverlening. Tussendoor kwam de wetswijziging Wet schuldsanering natuurlijke personen. Een tijdje daarvoor verscheen Vroegsignalering ten tonele. In 2014 werd het schuldenbewind aan de waaier toegevoegd. Heel lang geleden ging schuldhulpverlening integraal aan de slag. Dé totaaloplossing. Het bleek geen panacee of placebo te zijn. Eerder een nocebo.

De werking van al die innovaties, oproepen tot durf en deze-gaat-het-verschil-maken-hervormingen blijft zoals gezegd, minimaal. Het zijn vooral disfunctionele misvattingen. Omdat de zere plek stilletjes wordt genegeerd. Want ondanks de definitieherziening, is de ernst van armoede toegenomen. Gemiddeld worden nauwelijks meer mensen met problematische schulden geholpen, omdat groei van het bereik uitblijft. Ook de slagvaardigheid is onveranderd, waardoor het aantal huishoudens met problematische schulden niet daalt. Logisch wel. Alle instrumenten zijn symptoombestrijding. Meer dan kicking the can down the road is het niet. Omdat de ziektebron niet wordt aangepakt.

Alchemie

Ik ben een beelddenker. Vertel mij iets en ik zie het voor me. Na deze opsomming verschijnt het beeld van een alchemist in mijn gedachten. Een man op leeftijd, voorover gebogen over een tafel vol met oude opengeslagen boeken, reageerbuisjes in houders, retorten, pruttelende destilleerkolven boven petroleumbranders en aardewerken potten en kruiken op de houten vloer. Een paar kaarsen walmen hun schaarse licht. Een ongetwijfeld ongezonde damp hangt boven het tafereel. Hèt stereotiepe beeld van de verwoede, mystieke zoektocht naar de transmutatie van lood naar goud, naar de Steen der Wijzen. Gedreven door een verwarrende combinatie van chemische rituelen, occulte symboliek, esoterische filosofie en spiritualiteit. We weten allemaal hoe dat is afgelopen. Het elixer bleef buiten bereik.

Schuldhulpverlening presteert niet beter dan occultist en esotericus Aleister Crowley, minderbroeder en filosoof Roger Bacon en theoloog en mysticus Paracelsus bij elkaar knutselen. Iedereen orakelt over het zoveelste ei van Columbus. Prekend voor eigen parochie worden heilige huisjes verdedigd voorbij het onredelijke. Heel spijtig. Want het helpt niet. Het blijft gerommel in de marge en de zoveelste stoplap voor een mottige, versleten lappendeken. Honderdduizenden huishoudens lijden nog dagelijks onder de toxische stress van chronisch geldgebrek en problematische schulden. Ook (relatief) nieuwe inzichten over schaarste, mentale veerkracht, stress-sensitieve gespreksvoering, probleemoplossend vermogen, cognitieve vaardigheden en executieve functies, voegen akelig weinig toe aan een structurele oplossing van het vraagstuk.

Afbeelding gegenereerd door ChatGPT

Single point of failure

Ik herhaal: we weten allemaal waarom. Schuldhulpverlening is symptoombestrijding. Want geldgebrek is geen natuurverschijnsel en het bestaan van armoede is een verdelingsvraagstuk. Wanneer daarbij de driehoek van het Angelsaksische model, de huidige neoliberale sociaaleconomische politiek en winstmaximalisatie voor aandeelhouders wordt opgeteld, is pijnlijk helder waar de angel zit.

Het single point of failure blijft bestaan: het ontbreken van inkomensveiligheid en daardoor het voortduren van bestaansonzekerheid. De (onterecht) slechte publiciteit rondom een bestaansinkomen helpt daarbij evenmin. Het narratief van de luie uitkeringstrekker (in een hangmat) is zo hardnekkig, dat onderzoeken en artikelen massaal genegeerd of gebagatelliseerd worden zodra de effectiviteit van een gegarandeerd minimuminkomen door pilots wereldwijd wordt bevestigd.

De idiote mythe van die parasitaire habitus blijkt diepgeworteld en wordt behendig aangewakkerd door politici die een zondebok nodig hebben om bezuinigingen te rechtvaardigen. Alsof mensen ervoor kiezen hun kinderen zonder ontbijt naar school te sturen, of hun huur niet betalen in het besef dat het hele gezin wel eens uit huis gezet kan worden wegens de grote betalingsachterstand. Onze calvinistische ideologie is wat dat betreft nog altijd springlevend.

Strijd om te overleven

Want ik zie mensen vrijwel dagelijks strijden om niet in bodemloze financiële ellende ten onder te gaan. Niet incidenteel. Wel continu. Een breed scala aan complicaties en hindernissen speelt een rol, deels veroorzaakt door onwillige bureaucratie, onbereikbare ondersteuning en ontoereikende uitvoering. Een absurd, haast dystopisch scenario. Bovendien zijn de verschillen per gemeente levensgroot. Het rapport Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid van het Instituut voor Publieke Economie maakt dit meer dan duidelijk. Om over de recente berichtgeving omtrent bewust de rechtsgang saboterende overheden maar te zwijgen. Bizar. Schandalig. Woestmakend. Woorden schieten tekort.

Gelukkig zijn er ook goede ontwikkelingen. Overheidsbrede dienstverlening achter één loket waar het financiële totaalplaatje uitgevraagd wordt. Een preventieve inzet die schade en achterstanden wil minimaliseren. Wat deels aansluit bij de Bijzondere Overheid voor kwetsbare burgers zoals Tim ’S Jongers en Albert Jan Kruiter die voorstellen. Daarnaast zijn er voorzorgcirkels ontstaan. Oudere buurtgenoten die elkaar helpen, kleine klusjes doen of een luisterend oor bieden bij een kopje koffie. Een warm en solidair initiatief dat op wederkerigheid is gebaseerd. Of die zilveren zorgreserve ook financiële ondersteuning biedt, is onduidelijk. Bovendien bestaat sinds een aantal jaren de Doorbraakmethode van het Instituut voor Publieke Waarden. Hoewel dat ook als symptoombestrijding gezien kan worden, wanneer het ingebouwde leervermogen van het instrument niet uitgebuit wordt. Anders gezegd: het assortiment is beperkt en de rek is zo’n beetje uit het repertoire.

De inzet van ervaringskennis, die persoonlijke inzichten in het proces van ondersteuning tracht te integreren, is vooralsnog vooral een oproep aan dovemansoren gebleken. Los van de vraag of de betrokkenheid van spreidstandburgers inderdaad een meesterzet is. Is het eigenlijk niet het zoveelste verschijnsel van de onmacht mensen passend te helpen, omdat de bron van alle ellende blijft bestaan? Wat ook geldt wanneer je handelingsverlegenheid, financiële en mentale weerbaarheid, aangeleerde afhankelijkheid, levensgebeurtenissen, wantrouwen, schaamte en taboe meeneemt in de grote tombola. Dan spreken we van complexe, multidimensionale problematiek, waarvoor nog geen domeinoverstijgende of multidisciplinaire oplossing voorhanden is. Op de keper beschouwd verkeert schuldhulpverlening in een existentiële crisis. Omdat de wortel van het kwaad onbestreden blijft.

Volhardende mastodonten

De machinerie van de overheid is niet in staat om inkomensveiligheid en bestaanszekerheid te waarborgen. Terwijl dit overduidelijk dé manier is om het merendeel van armoede en schulden te voorkomen. Er wordt slechts breedtevoetbal gespeeld in het reusachtig grote bestuurlijk apparaat. Eindeloos heen en weer tikken. Het Pitch-drop-experiment van Thomas Parnell is er niets bij. Minder wendbaar dan een zwaarbeladen mammoettanker ook. De inertie is ten hemel schreiend. Met vele kapiteins aan boord bovendien. Onbestuurbaar. Nog los van de rampzalige emulsie van politieke belangen en beginselen die maar blijft schiften.

Ondanks alle pogingen te reguleren en handhaven, bestaat de wereld van schuldhulpverlening uit een wetteloze roedel waarin het recht van de sterkste geldt. Monopolieposities, territoriumdrift, vergeten dienstbaarheid. Vergeet samenwerking. Een tribale cultuur waarin sektarisch gedrag en zelfzuchtig handelen wordt gerechtvaardigd. Dat daardoor slachtoffers vallen, namelijk de huishoudens waar zich financiële rampen voltrekken, moge duidelijk zijn. Hier is evenmin sprake van proportionele representatie. Babbelhypothese of niet, de hardste schreeuwers krijgen de meeste aandacht. Aan de direct betrokkenen, de mensen met ernstige financiële problemen, wordt die ene cruciale vraag niet gesteld: wat heb je nu nodig? Het proces wordt zalig verklaard en keurslijf waaraan geen ontsnappen mogelijk is. Tenzij de entry-exit paradox opgeld doet. Maar dat is afwijzen, geen bevrijding.

Conflicten tussen instanties rondom invloedssfeer en jurisdictie worden in bedekte termijn in de publiciteit uitgevochten. Zo en dan doen Nationale ombudsman Reinier van Zutphen, voormalig Nibud directeur Arjen Vliegenthart of bijzonder hoogleraar Nadja Jungmann een duit in het zakje. Het mag allemaal niet baten, want volledig gedeeld begrip van feiten en cijfers blijft achterwege. Vooral omdat die gegevens er niet zijn. Gefragmenteerde registratie ligt daaraan ten grondslag. Ook hier geldt de wet van de jungle en de kracht van lobby, die zoeken naar status quo, veiligstellen van zakelijk belang en autoriteitsbehoud. Aangedreven door verdienmodellen, concurrentiestrijd en positionering in de markt. Het doel heiligt de middelen. Waarmee de oorspronkelijke zorg of reden van oprichting compleet verkwanseld wordt. Niccolò Machiavelli kan er trots op zijn.

Afbeelding gegenereerd door ChatGPT

Probaat tonicum

Zo keer ik terug bij mijn adagium ‘Armoedebeleid en schuldhulpverlening verdienen een schone lei’. Veeg het bord schoon. Stop met oude aannames. Negeer de bestaande lezing. Laad de kar niet verder vol. Staak het plakken van pleisters, aanbrengen van noodverbanden en aanbieden van flinterdunne doekjes voor het bloeden. Luister nou eindelijk eens naar de vele rapporten die al jaren hetzelfde vertellen: doe aan bodemherstel in plaats van nog meer steigers. Houd op met penny wise, pound foolish. Behandel ongelijke gevallen ongelijk en investeer ongelijk. Laat het evenredigheidsbeginsel leiden zoals het bedoeld is. Stop met praten over kosten. Zorg voor structurele financiering. Repareer de elementaire weeffout in het socialezekerheidsstelsel: een ontbrekend bestaansinkomen.

Zodat iedereen zonder dagelijkse financiële zorgen kan leven. Zodat inzet van één eenduidig wettelijk traject schuldsanering alleen in uitzonderingsgevallen noodzakelijk is. Zodat de Werkplaats Financiën overbodig wordt. Zodat financieren op korte termijn de beste investering op lange termijn wordt. Zodat levensbrede stabiliteit voor iedere Nederlander realiteit wordt. Omdat het nu eenmaal in de Grondwet staat: de bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid. Het wordt tijd om die opgaaf eindelijk serieus te nemen.

Apologie

Mijn verontschuldigingen voor de onversneden toon. Ik neem inderdaad geen blad voor de mond. Of deze donderpreek vol dure woorden gaat helpen? Ik heb geen idee. Mogelijk leidt de uitvloed tot openbaring. Het is tenslotte Pinksteren. Weet dat mijn relaas uit frustratie is geboren en vervolgens met liefde aan het papier is toevertrouwd. Omdat het lijden van de mens me aan het hart gaat. Iedere dag weer.

Verdriet en hartsverbinding

De afgelopen twee dagen is mijn hart twee keer geraakt. Wat ik las stemde me droevig. Eerst het gegoochel met cijfers rondom vroegsignalering, daarna een nieuw digitaal initiatief dat met de beste bedoelingen van de wereld min of meer met hetzelfde doet als een aantal voor hen.

Terwijl ik mijn reacties schreef, de ene op LinkedIn, de andere via e-mail, voelde ik diepe treurnis. Omdat ondanks mijn boodschap die ik nu al vele jaren deel (die zelden gehoord wordt en vooral defensieve retoriek oproept) en ondanks mijn inzichten (die de initiatiefnemers wellicht kwetsen), het lijden van zovelen blijft bestaan. Omdat die innovatie, werkwijzen en initiatieven ernaast zijn. Niet juist zijn.

Anders gezegd: bestaansonzekerheid, inkomensonveiligheid, armoede en schulden worden op fundamenteel niveau niet serieus genomen. Niet waarlijk gezien. Gewoon niet. Dat vertaal ik vaak als territoriumdrift, inertie, onkunde, besluiteloosheid, systeemdictatuur, onwil, politieke blindheid, gebrek aan empathie, onwetendheid, beleidsterreur en andere intellectuele tekortkomingen. En daar zit ik er naast.

Misvatting

Want vandaag besefte ik ineens dat al die kwalificaties niet voldoen. Ze kloppen misschien wel, maar raken niet de kern. Die is namelijk een heel andere. Ik heb het over hartsverbinding. Over een basale, puur menselijke reactie van ongebonden, belangeloos invoelen. Over het verhaal beluisteren van een man die door een malafide uitzendbureau is misbruikt en nu zonder baan en geld op straat staat. Over een vrouw die niet begrijpt waarom de NS voor de derde keer een nieuwe OV-chipkaart heeft gestuurd. Over een man die minstens een keer per maand hulp nodig heeft bij het aanvragen van een nieuwe pincode voor internetbankieren omdat hij de code niet kan onthouden en die drie keer verkeerd intypt. Over tranen in je ogen op het moment dat je beseft dat er een half miljoen mensen in Nederland in armoede leven. Over wanhoop in je hart op het moment dat je beseft dat bijna 725.000 huishoudens In Nederland geregistreerde problematische schulden hebben. Over ontzetting omdat drie miljoen mensen in Nederland laaggeletterd zijn. Over een rilling over je rug bij het lezen van deze verbijsterende cijfers.

Maar wat vooral onthutsend is, is dat bijna niemand beseft, tot diep in zijn of haar ziel ervaart, wat dat betekent. Leven in armoede. Overleven met problematische schulden. Verdwaald raken in de taal van brieven en websites. In een huis wonen zonder de verwarming aan, waardoor de schimmel op de muren staat en waar een ijzige wind doorheen jaagt wegens achterstallig onderhoud. Wekelijks verplicht solliciteren en altijd afgewezen worden vanwege onvoldoende opleiding. Verslaafd raken aan pijnstillers omdat de tandartsrekening niet betaald kan worden. Zieke kinderen omdat ze geen winterjas hebben en zonder ontbijt naar school moeten. Het huis dat langzaam vervuilt omdat schoonmaken teveel energie kost. Ruzie met je partner over het gekmakend gebrek aan geld en rekeningen die zich onbetaald opstapelen.

Dagelijks gebukt gaan onder bestaansonzekerheid. De toxische stress van inkomensonzekerheid. Ieder uur van de dag. Ieder wakend uur in de nacht. Het malende hoofd. De chronische vermoeidheid. De pijn. De radeloosheid. De onmacht.

Aansluiting

Politici, wetgevers, beleidsadviseurs, managers, uitvoerders. Een uitzondering daargelaten; ze ervaren dit niet. Ze hebben het zelf (hoogstwaarschijnlijk) niet meegemaakt. Ze vermijden de verbinding. Uit vrees voor eigen overbelasting, vanwege professionele distantie, opgedragen door leidinggevenden, uit angst voor persoonlijke kwetsbaarheid, omdat ze de ander de schuld geven van hun situatie, vanuit religieuze overtuiging of filosofische overweging. De verbondenheid ontbreekt of wordt vermeden.

Logisch dan ook dat onbegrepen blijft wat nodig is. Logisch dan ook dat het harteloze systeem verdedigd wordt. Logisch dan ook dat het bij symptoombestrijding blijft.

Bijna elf jaar geleden hebben we met een groep van zeven mensen de Werkplaats Financiën gestart. Een bewonersinitiatief. We meenden een behoefte te zien. Een tekort aan oordeelloze ondersteuning. Het ontbreken van een vluchtheuvel in het bureaucratische en digitale oerwoud. De behoefte aan aanwezigheid van een mens die luistert naar een mens die het niet meer begrijpt en niet meer weet wat te doen. Ons antwoord was eenvoudig: inzet van vrijwilligers die moedeloosheid, onbegrip, sociale isolatie en uitzichtloosheid zo goed en zo kwaad als mogelijk verzachten.

De Werkplaats Financiën: deels gevoed door ervaring, deels gevoed door kennis, deels gevoed door dezelfde treurnis waarover ik hierboven schrijf. Wat is gevolgd is, als ik het goed tot me laat doordringen, nog altijd ongekend: in 2025 zijn zeven locaties in de stad ruim 5.500 keer bezocht.

Een ontstellend aantal. Dat voor een dubbel gevoel zorgt. Ons vermoeden was dus juist. En het lost niets op. Want ieder jaar stijgt het aantal bezoeken. Intussen bieden veertig vrijwilligers dagelijks tijdelijk soelaas. Meestal incidenteel, regelmatig structureel. Terwijl de wezenlijke nood blijft bestaan. Omdat de oorzaak niet aangepakt wordt. Wat de Werkplaats ook niet kan. Wel is de Werkplaats een vindplaats, een plek waar pijnpunten in het systeem bloot komen te liggen. Waar van een rijkdom (vreemd woord in deze context) aan struikelblokken en complexe situaties geleerd kan worden door bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT

Ervaringskennis

En ja, ik heb het zelf ook meegemaakt. Verbroken relatie, balanceren op het randje van het bestaansminimum, schulden, deurwaarders, dreigende dakloosheid, depressie en uitzichtloosheid die gedachten over een onomkeerbaar einde iedere dag een beetje meer bekrachtigden.

Die ervaring heb ik doorleefd. Overleefd. Een ervaring die zeker heeft bijgedragen aan mijn connectie met mensen die in een soortgelijke situatie leven. Het is echter geen voorwaarde geweest. Want die verbinding met het worstelen, het zien van een mens die niet meer weet, de vanzelfsprekende en tegelijkertijd raadselachtige dienstbaarheid die dan als vanzelf in mij oprijst, ken ik al mijn hele leven.

Er zijn raadsleden en beleidsmedewerkers die een middag willen meekijken bij de Werkplaats. Om te begrijpen wat voor soort mensen daar komen. Er zijn politici die een maand van een bijstandsuitkering leven, om te ervaren wat het is om financiële stress te hebben. Er zijn bureaus die software ontwikkelen om mensen in problemen financiële regie te geven en zelfredzaam te maken. Het zijn wanhoopsdaden van hoopvollen die de plank volledig misslaan. Want het gemis blijft: ze nemen de mens achter de vraag niet serieus, ze (h)erkennen de ontreddering van de realiteit niet, er is geen hartsverbinding. Meelijwekkend kijken en gepaste stilte wanneer iemand huilend een verhaal vertelt, voegen niets toe. Er is geen werkelijk gedeelde ervaring van ellende en bijna opgeven.

Ik kan het ze niet meer kwalijk nemen. Ze weten niet beter. Ze kunnen niet anders. Mogelijk beseffen ze dat ook. Ze wisten niks beters te bedenken om de problematiek voor het voetlicht te brengen dan in een talkshow vertellen over hoe erg het allemaal is. De misvatting van deze loze acties en gebaren is de volgende: het helpt niet. Omdat het hoogstens aanzet tot symptoombestrijding. Tot weer een motie, aanvullende wet of regeling, weer een nieuwe definitie van een (deel)probleem dat alleen op papier bestaat, zoals menstruatiearmoede, hygiënearmoede, vervoersarmoede, energiearmoede, brillenarmoede en niet te vergeten kinderarmoede. Het leidt tot nog meer ingewikkelde constructies die de oorzaak niet verhelpen, welzijnsmuren blijven bestaan, toegang blijft slecht georganiseerd, mensonwaardige bureaucratie en institutionele vooringenomenheid worden alleen maar vergroot. Want geldgebrek is geen natuurverschijnsel en levensbrede armoede is een verdelingsvraagstuk. Daar ligt de essentie. Dat verandert voorlopig niet, zoveel begrijp ik ook wel. Des te belangrijker is de onvoorwaardelijke ontmoeting.

Het huidige debat over energiemaatregelen is een schoolvoorbeeld. Ze hebben geen flauw benul. Interrupties worden niet beantwoord, voorstellen zijn ontoereikend, ingrepen zo verwaterd dat ze niet eens meer een homeopathische werking hebben. Het probleem is te veelomvattend. Die mondiale verstrengeling van geopolitieke belangen kan zelfs Alexander de Grote niet doorhakken. Alarmerend is het enige passende woord. Iran, inflatie, Oekraïne, COVID19, huizen, banken, Irak. De lijst is eindeloos. Niet hoopgevend. Want de armen zijn het kind van de rekening. Al decennia. Ze krijgen klap na klap. Keer op keer.

Ontferming

Daarom gun ik politici, wetgevers, beleidsadviseurs, managers en uitvoerders die tranen in de ogen, die wanhoop in het hart, die kras op hun ziel. De verbinding. Het invoelen. De onmacht. Niet voor de bühne. Maar echt. De moed iemand recht in de ogen te kijken die het niet meer begrijpt en niet meer weet wat te doen. Iedere dag. De oplossing schuldig blijven. Omdat op die ene vraag vaak geen antwoord te geven is: waarom? Tegelijkertijd telkens het maximaal haalbare doen.

Dat gun ik iedereen. Niet uit woede of vergelding. Wel uit compassie. Omdat hulp uit het hart biedt wat bureaucratie niet bezit. Onbegrensde liefde.

Naar een nieuw thuis

Not having heard of it is not as good as having heard of it. Having heard of it is not as good as having seen it. Having seen it is not as good as knowing it. Knowing it is not as good as putting it into practice.

Xunzi

De start van een nieuw kalenderjaar is altijd een mooi moment om terug en vooruit te kijken. Dat geldt zeker voor mijn werkveld. Hieronder een poging tot duiding en prognose. Laat ik eerst maar eens beginnen met een analogie.

Stel: de overheid bouwt huurwoningen voor mensen zonder huisvesting. Eén punt van aandacht: de huizen worden zonder fundament op drassige grond gebouwd. De huishoudens die de woningen betrekken nemen dit voor kennisgeving aan. Ze overzien de consequenties niet. Daarover zijn ze natuurlijk wel door de overheid geïnformeerd. Op voorlichtingsavonden is behoorlijk wat terminologie gebezigd. Een lange presentatie met schema’s, diagrammen en illustraties trok aan de aanwezigen voorbij. Vertegenwoordigers van het ministerie en de drie gemeenten waar de huizen komen te staan, spreken geanimeerd en vol lof over de innovatieve oplossing van woningnood en dakloosheid. Een schoolvoorbeeld. Het betreft uiteraard een pilot waarvan de oneffenheden nog gladgestreken moeten worden. Dat geven ze grif toe. Niettemin: redding is nabij.

Zoals blijkt uit een onderzoek van een neuropsycholoog, vergeten mensen een groot deel van een gesprek (in een spreekkamer) en onthouden ze van de rest de helft verkeerd. Voor de bezoekers van deze avond is dat niet anders. Wat vooral blijft is vreugde over de verhuizing naar de nieuwe woning.

Onverwachte wending

Een jaar later is de stemming bij vrijwel alle bewoners omgeslagen. Scheuren in de muren, kierende kozijnen, knellende deuren, schimmels en lekkages, hoog oplopende energierekeningen, achterstallig onderhoud aan daken, verzakkende tuinen en gebarsten gasleidingen. De klachten stapelen zich op. De problemen werken natuurlijk door op andere leefgebieden: wooncomfort in algemene zin, (beleving van) mentale en fysieke gezondheid, productiviteit op het werk, sociaal welzijn, financieel welbevinden en relaties binnen en buiten het gezin. Van de aanvankelijke vreugde en zonnige toekomst blijft heel weinig over. Donkere wolken pakken zich samen. Het is bijna een dagtaak om het huis bewoonbaar te houden. De ervaren stress groeit en neemt toxische vormen aan.

Er vormt zich een vertegenwoordiging van de getroffen bewoners om de onvrede bespreekbaar te maken en constructief in te zetten. Achtereenvolgens worden overheid, gemeente, woonbedrijf, architect, planner, aannemers, leveranciers en uitvoerders aangesproken op de ondeugdelijke bouw en gammele constructie van de woningen. Ze vinden geen luisterend oor. Wel krijgen ze vrijwel iedere keer hetzelfde antwoord: u bent ingelicht over de omstandigheden van de pilot, we hebben wet- en regelgeving gevolgd en we hebben vanaf het begin benadrukt dat risico en regie in uw handen liggen. Maar we laten u niet aan uw lot over en willen u daarom ondersteuning richting (zelf)redzaamheid aanbieden, is het ruimhartige voorstel.

De overheidsreflex

Bewoners wordt aanbevolen zo snel mogelijk aan het werk te gaan of een hoger salaris bij de baas te vragen zodat ze naar betere woning kunnen verhuizen, krijgen een gratis sollicitatietraining of workshop onderhandelen voor beginners geoffreerd, worden doorverwezen naar een betrouwbare bouwmarkt voor advies, krijgen een doe-het-zelf starterspakket met plamuur, isolatiemateriaal voor ramen en deuren en een setje gasslangen, en worden ingepland voor een bezoek van een energiecoach om te helpen met besparende maatregelen in en om het huis dat langzaam maar zeker instort. Tussen de regels door wordt ze regelmatig gevraagd waarom ze het zelf zo ver hebben laten komen.

Een commissie wordt in het leven geroepen om de hele affaire te onderzoeken. Na ruim negen maanden concludeert men in een lijvig rapport dat diverse partijen in het proces steken hebben laten vallen, dat een schuldige aanwijzen niet opportuun en de leercurve steil is, dat burgerparticipatie een overgeslagen stap is geweest en ervaringsdeskundigen betrokken hadden moeten worden, dat schaamte en taboe een grote rol spelen in het late melden van de bewoners bij ter zake kundige instanties en benadrukt de commissie dat de aanstelling van een community liaison en een dedicated gebiedscoördinator, in samenwerking met een taskforce bestaande uit welzijnswerk, jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg, gecombineerd met een multidisciplinair team dat domeinoverstijgend werkt, van levensbelang is om het vertrouwen te herstellen in de overheid in het algemeen en in de gemeente in het bijzonder.

Maximalisatie van onvrede

De bewoners zijn woest. Niet geheel onbegrijpelijk. Ze worden immers verantwoordelijk gesteld voor een situatie waar ze initieel geen enkele invloed op hebben gehad. Niemand van hen heeft gevraagd om huizen zonder fundament op drassige grond. Wel om zekerheid en duurzaamheid wat betreft hun huisvesting. Dat ze nu verantwoordelijk worden gesteld voor hun omstandigheden, eigenlijk de schuld in de schoenen geschoven krijgen en door een leger aan ongevraagde hulpverleners uitgelegd krijgen hoe ze met hun situatie moeten omgaan om de beste versie van zichzelf te worden, draagt alleen maar bij aan de wanhoop en verontwaardiging. Alsof ze er bewust voor gekozen hebben om in een bouwval te wonen.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT

Tot zover de gelijkenis. Nu naar inkomensveiligheid en bestaanszekerheid.

Bestaansonzekerheid voor het voetlicht

In 2023 stond in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen bestaanszekerheid hoog op de agenda. Het werd een cruciaal thema. De snelheid waarmee het onderwerp de debatten domineerde, werd alleen overtroffen door de snelheid waarmee het weer uit ieders programma is verdwenen. Onder andere gevolgd door de even snelle teloorgang van voorvechter Nieuw Sociaal Contract na de verkiezingen van 29 oktober jongstleden. Rondom de huidige kabinetsformatie is het akelig stil wat betreft dit onderwerp. Een teken aan de wand.

Kijkend naar de afgelopen twee en een half jaar is het netto-uitlekgewicht van al die opwinding minimaal. De rapporten en onderzoeken en rekenmethoden rondom bestaansonzekerheid, armoede en schulden schetsen een kristalhelder beeld. Het moet echt anders. Ernaar gehandeld wordt er vooralsnog niet.

Want het bestaansminimum in Nederland ligt nog altijd veel te laag en blijft een single point of failure, de complexiteit van de inkomensondersteunende regelingen is groot en hoogdrempelig, het belasting- en toeslagenstelsel is onuitlegbaar en veroorzaakt eerder financiële problemen dan dat ze die oplost, armoede groeit wederom en is veel breder dan het gebrek aan geld alleen, het bestaan van problematische schulden kost de samen-leving (ja, bewust met tussenstreepje, want maatschappij is verworden tot abstract begrip dat weinig meer met de dagelijkse praktijk te maken heeft) vele miljarden, en schuldhulpverlening (minnelijk en wettelijk) is slechts symptoombestrijding wier bereik en slagkracht ondanks alle wet- en regelgeving maar niet toeneemt.

De overheidsreflex

Daarnaast slagen wetgever en regering erin verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor inkomens(on)veiligheid en bestaans(on)zekerheid grotendeels bij de Nederlander zelf neer te leggen. Alsof zij er bewust voor gekozen hebben om in structurele financiële onzekerheid te leven. Terwijl bestaanszekerheid nota bene in de Grondwet is vastgelegd, als zorg voor de overheid. Den Haag wurmt zich onder die plicht uit via termen als (zelf)redzaamheid, samenkracht, doenvermogen, eigen regie, klantreis, en leven lang leren en ontwikkelen. Eufemismen voor ‘bekijk het maar’, ‘vraag het niet aan ons’, ‘we weten dat je te weinig hebt’ en ‘los het zelf maar op’. De politieke wil en bestuurlijke moed het roer om te gooien ontbreken ten ene male wegens angst het electorale draagvlak en spaarzame ideologische veren te verspelen.

Wel tuigt de (lokale) overheid – afhankelijk van de postcode – een wirwar aan (in)formele ondersteuning op, wat eigenlijk niets meer is dan een bewijs van fundamenteel falen. Een peperduur stelsel bovendien, dat vele malen meer kost (marktwerking en verdienmodellen!) dan het passend ophogen van het bestaansminimum. Het zoveelste voorbeeld van penny wise, pound foolish. Met financiële (begrotings)ellende als gevolg.

Laten we wel wezen: een van de grondoorzaken van bestaansonzekerheid is inkomensonveiligheid. Huishoudens die afhankelijk zijn van de overheid voor hun inkomen, leven in een huis dat zonder fundament op drassige grond is gebouwd. Geen wonder dat het financiële bouwwerk onder hun handen instort, ondanks alle pogingen het overeind te houden. Want het huishoudboekje vertoont steeds meer scheuren en gaten. Daar kan geen plamuur of isolatietape tegenop. De tekorten groeien, de eindjes van de rafelige touwtjes schieten los en er ontstaan (problematische) schulden. Met als gevolg meedogenloze toepassing van het financiële geweld dat de incassowereld en schuldenindustrie in zich herbergt. Waardoor de ellende zich verdiept en de oplossing steeds verder achter de horizon verdwijnt. Want ook hier geldt: hoe lager het inkomen, des te duurder schulden.

Het versplinterde vraagstuk

Bij het ontstaan van schulden spelen (sociale) omgeving, opleiding, werkgelegenheid, eetpatronen, gezondheid, karakter, keuzes en life events allemaal een rol. Een kluwen van nature and nurture die we leven noemen. Om nog maar te zwijgen over laaggeletterdheid, neurodiversiteit, (licht) verstandelijke beperking, digitale uitsluiting, verslaving en psychiatrische problematiek. En ja, er zijn mensen die van weinig kunnen rondkomen en geen schulden maken ondanks een minimuminkomen. Zij zijn de uitzondering, die helaas maar al te graag als regel wordt aangevoerd.

Want bestaansonzekerheid, armoede en schulden komen voort uit voorschriften en normen. Zelden uit onwil, luiheid of opstand. Wel door ontoereikende wetten, complexe procedures, grove systeemfouten en het ontbreken van adequate bescherming voor handelingsonbekwame of -verlegen inwoners.

Het is een beetje zoals een Rorschachtest. Iedere beleidsmaker, werkend in de ivoren toren van universitaire inzichten, inkomen gebaseerd op twee mastertitels, levend in de bubbel van hoge welstand en groot welzijn, ziet in dezelfde inktvlek een andere voorstelling en dus een andere oplossing. Voornamelijk vanuit kennisgebrek en ontbrekende ervaring van binnenuit. Waar de zogenaamde expert uitdagingen ziet, ervaart de inwoner een tunnel zonder licht aan het eind. Waar de beleidsadviseur concludeert dat het over leerbaarheid gaat, vraagt de inwoner zich iedere avond weer met tranen in de ogen af hoe de boodschappen morgen betaald moeten worden.

Noodzakelijke kentering

Ik voorzie voorlopig geen verbetering. Tenzij die grote omslag komt. Waarin een bestaansinkomen wordt gezien als fundament voor een bestaanszeker en inkomensveilig leven voor iedere inwoner van Nederland. Waarmee sociale en financiële gelijkwaardigheid een vanzelfsprekend grondbeginsel is. Waarin ongelijk investeren voor gelijke kansen evident is. Wanneer het grote verdelingsvraagstuk rondom ultravermogenden en exorbitant rijken vanuit mededogen niet langer ontkend wordt. Waarin mensen weer voor mensen opkomen. Wanneer aan degene die het betreft wordt gevraagd wat er nu nodig is. Omdat we het samen willen oplossen. Omdat niemand erbuiten hoeft te vallen. Er is genoeg voor iedereen. Laten we allemaal daarnaar handelen.

Een slotopmerking: mijn verhaal hierboven beschrijft vooral het meta-, macro- en mesoniveau. Dat klinkt mogelijk overweldigend en ontmoedigend. Want het systeem is zo log, zo groot, zo bureaucratisch. Dat is allemaal waar.

Wat ik heb ontdekt, is mijn micro-activisme. Op kleine schaal, in mijn werk- en privékring, in beweging komen en mijn ideeën in de wereld brengen. Waarin ik ervaar dat er werking is. Door deel uit te maken van de werktafel Werk & bestaanszekerheid in Eindhoven, door lid te zijn van de Werkveldadviesraad van de Associate Degree opleiding Sociaal financiële dienstverlening aan de HAN in Nijmegen, door blogs en artikelen en zelfs een wetsvoorstel te schrijven, door tijdens de cursussen die ik geef mijn inspiratie en visie in het lesmateriaal te verweven, en als mede-oprichter tien jaar geleden, samen met zes vrijwilligers (met en zonder ervaringskennis), van de Werkplaats Financiën in Eindhoven, die intussen is uitgegroeid tot een vaste waarde voor Eindhovenaren die administratieve en financiële vragen en zorgen hebben.

Zo voed ik mijn bevlogenheid, druk ik mijn bezieling uit, houd ik mijn visie en creativiteit levend. Door het vuur met inzet blijvend aan te wakkeren, bij mijzelf en bij anderen. Waar vervolgens uitnodigingen voor deelname aan een podcast, een uitgebreid interview in het Eindhovens Dagblad en een artikel in Binnenlands Bestuur met Kamervragen tot gevolg, plus mijn reactie daarop, uit voortkomen.

Het zijn die beroemde 15 minutes of fame waarover onder andere Andy Warhol sprak. Niettemin zijn het momenten die brandstof leveren voor verdere stappen, een springplank bieden om mijn micro-activisme verder te ontplooien en cynisme en verzuring voor te blijven.

Hier ligt mijn functie. Vanuit verbinding werken en zijn met mensen voor wie het (financiële) bestaan een opgave is. Daar letterlijk en figuurlijk ontspanning brengen. Voor zover als op dat moment mogelijk is. Omdat het in het licht zoveel aangenamer toeven is. Dit is het richtsnoer dat ik volg. Met hart en ziel.

Wie weet wat er nog meer staat te gebeuren. Ik ben heel benieuwd. Wie loopt er met me mee?